Van Perth zijn we
via een aantal binnenwegen rustig aan afgezakt naar het zuiden op weg naar ons
tijdelijke werkadres. Het zelfde adres als waar we mei / juni van dit jaar 5
weken hebben gewerkt daar wilden ze ons
deze keer voor 4 weken hebben. Toen we arriveerden waren ze duidelijk opgelucht dat we er daadwerkelijk
waren en werden direct gepolst voor april / mei volgend jaar. De planning was
niet zo druk als de vorige keer maar toch wel een en ander te doen. En
uiteraard hebben we ons uiterste best gedaan om nog wat nieuwe boekingen te
scoren wat uiteraard weer goed is gelukt. Tevens hebben we een nieuw business
idee aangebracht. Er worden namelijk vele soorten schalen met etenswaren
aangeboden maar een van de gasten vroeg om een visschotel die niet op de lijst
staat. Wij dus op zoek naar een visleverancier en een mooie schaal laten
opmaken. De gasten waren hiermee helemaal in hun nopjes en de eigenaren vonden
het geweldig. Dat ze daar niet zelf opgekomen waren was hun reactie! Gedurende
deze 4 weken hadden we een grote variatie aan gasten van verrassend genoeg vele
nationaliteiten. Gelukkig waren alle gasten goed gemutst dus we hadden het
redelijk makkelijk. Tijdens ons verblijf kwamen ook Myrte en Robbert aan in
Perth. Helaas waren we te druk om ze te komen begroeten op het vliegveld maar
het was inmiddels Myrte haar 3e bezoek aan Perth dus ze kon zonder
ons ook de weg wel vinden! Hun 1e doel was een kampeerbusje zoeken maar
aangezien deze als warme broodjes worden verkocht waren ze een paar keer net te
laat. Uiteindelijk werd een busje gevonden en konden ze op pad. Als eerste
kwamen ze ons bezoeken, ze wilden immers van een paar kilo overtollige bagage
af. Een flink aantal zakken drop, een paar tijdschriften annex knutselboeken en
een dikke Donald Duck, Johan zijn favoriete strip! Uiteraard hebben we ze even
rondgeleid over het complex en ze waren diep onder de indruk en voelden zich
een beetje afgezet na een dure hotelovernachting in een klein hotelkamertje in
Perth in vergelijking met wat hier werd aangeboden. Maar goed, Perth is nou
eenmaal de duurste stad van Australie. We hebben een beetje biigekletst,
Robbert en Myrte wegwijs gemaakt in de supermarkt , wat voor ons overtollige
campeerspullen meegegeven evenals een aantal tips voor onderweg. Na een aantal
dagen zijn ze weer vertrokken naar het noorden op zoek naar de zon en werk.
Wellicht zien we ze nog een keer de komende maanden. Wij willen iedereen vast
een fijne Sinterklaas met echte zwarte pieten toewensen evenals prettige
kerstdagen!
Welkom op de weblog van Johan en Wilanda. Op deze weblog houden wij onze belevenissen Downunder bij.
donderdag 4 december 2014
vrijdag 31 oktober 2014
October 2014
Op 1 oktober was
het dan zo ver. Inge (oud collega van Wilanda) en John kwamen ons even opzoeken
op de camping in Adelaide. Het was erg gezellig en typisch Nederlands met
“echte” koffie en tom pouce. Natuurlijk werd er ook flink bijgepraat en niet
geroddeld natuurlijk. Inge en John vertelden over hun avonturen in en indrukken
van Australie. Ook wij hebben geprobeerd een en ander samen te vatten maar ja
bijna 20 maanden reizen vat je niet samen in een paar minuten. De volgende dag
hebben we in Adelaide de “Central Markets” bezocht. Een echte aanrader, er is
zo veel lekkers te koop en allemaal vers. Zelfs nederlandse rookworst was
verkrijgbaar. We konden ook weer niet te veel inslaan want over ongeveer een
week gaan we de staatsgrens met WA weer over en dan mag je geen groente, fruit,
aardappels honing etc. meenemen. Vanuit Adelaide was de route gepland naar het
Eyre Peninsula maar omdat het tevens een lang weekend was besloten wij om voor
3 dagen te verblijven in het plaatsje Kadina. Een leuk plaatsje met
verbazingwekkend veel winkels en genoeg geocaches om 3 dagen door te brengen.
De route liep vervolgens naar Whyalla waar we op het caravanpark een huisje
hadden geboekt om weer eens een opdracht te doen als “geheime klant” en de boel
te inspecteren. Het was een mooi caravanpark direct aan het water alleen was
het nogal stormachting weer dus iedereen zat binnen. Het huisje was basic maar
verder alles wel in orde m.u.v. de bank die zag er niet uit en die zat voor
geen meter! Onze route ging verder over het Eyre Peninsula waar we door wat
leuk oude dorpjes zijn gereden. We hebben overnacht bij Pildappa Rock, een rots
die lijkt op een grote golf een soort copy van Wave Rock in WA maar aanzienlijk
kleiner. Van daaruit zijn we meer richting de kust gereden waar zich talloze
mooie baaitjes en strandjes bevinden en bij een er van hebben wij ook
overnacht. Het was immers al weer even geleden dat we de zee hadden gezien! Na
nog wat meer mooie kustweggetjes kwamen
we aan in Ceduna. De laatste grote plaats in S.A. zo’n 500km van de grens van
W.A. Hier hebben we onze laatste inkopen gedaan en tevens de score kaarten voor
de Nullarbor Golf Links gekocht. Dit is ’s-Werelds langste golfbaan, 18 holes
verspreid over ruim 1500km. Gelukkig mag je tussen de holes door je auto of
camper gebruiken! De eerste 2 holes bevinden zich op de golfbaan van Ceduna
(hole 1 en 18) maar de meeste bevinden zich naast de roadhouses langs deze
lange route. Ideaal om de route op te breken en het geeft je de nodige
beweging. De route van Ceduna naar Norseman (de 1e “grote” plaats in
W.A.) is ongeveer 1200km. Dit is de enige verbindingsweg aan de zuidkant van
Australie en is heel bijzonder. Deze voert namelijk over de Nullarbor Plain
(grote vlakte zonder bomen) en heeft het langste kaars-rechte stuk weg van
Australie van bijna 150 km. Tussen in is niet veel meer dan een lege vlakte,
wat roadhouses en wat uitzichtpunten. Maar mede door de golf links en wat geocaches
onderweg hoef je je niet te vervelen! De verschillende “holes” voor het golf varieren
erg in kwaliteit. Bij sommige staat het gras bijna een meter hoog en bij
anderen is het redelijk goed onderhouden. De golfbaan in Kalgoorlie is een
uitzondering. Daar moet je sowieso van te voren een tijd boeken om te mogen
spelen en zijn er kledingvoorschriften. De baan in Kalgoorlie ziet er supermooi
uit. Strak gemanicuurd grasveldje, dat hadden we nog niet eerder gezien! Toen
we ons gemeld hadden en naar de 1e hole werden doorverwezen moesten
we even wachten op 2 groepjes die net aan hun rondje golf begonnen. We konden
dus mooi even afkijken. De 2e groep waren een aantal mannen die druk
aan het inslaan waren en toen de 1e afsloeg moesten we onze lach
echt inhouden. Hij kwam zeker wel 5 meter ver, een afstand die wij beiden ruim
voorbij gingen. We voelden ons dus nog niet zo slecht. Vanuit Kalgoorlie zijn
via de wheatbelt (graan disctrict) richting Geraldton gereden waar we diverse
afspraken hadden. De tandarts, service voor de camper en we wilden tevens ons
kenteken van Qld overzetten naar WA. We hadden dit op internet opgezocht en dit
zou eenvoudig kunnen. We zijn naar het kantoor van het Department of Transport
gereden en hier werd dat bevestigd. We moesten de camper laten keuren en wegen
en we kregen alle informatie mee voor wat betreft keuringsadressen en de
weegbrug. We konden al 2 dagen later terecht voor de keuring en we zouden de
camper dus vast laten wegen. In de ochtend hadden we de camper afgeleverd voor
de keuring en we werden door geocaching vrienden opgehaald om bij hen thuis
koffie te drinken en later hebben we broodjes gehaald die we aan de waterkant
hebben opgegeten. Terwijl we daar zaten kwam er een telefoontje van het
keuringadres, de camper was op zich technisch in orde echter te zwaar bevonden.
Het maximaal toegestane gewicht was 6500kg en de camper was gewogen op 6450kg
dus niets aan de hand dachten wij. Maar daar moeten wij dan zelf nog bij en dan
ga we er overheen! We zijn dus weer naar onze geocaching vrienden gereden en
hebben daar een en ander uitgeladen. Opnieuw naar de weegbrug en voila, 6050kg!
Hiermee was men tevreden dus we kregen een certificaat mee en hiermee konden we
ons WA kenteken ophalen. Vervolgens alles weer ingeladen en we moeten dus een
aantal zaken uit de camper halen om te voorkomen dat we te zwaar blijven. Al
met al een heel gedoe maar het voordeel is nu wel dat we geen jaarlijkse
keuring meer hoeven te ondergaan en de wegenbelasting / wa verzekering is in WA
ook nog eens bijna de helft goedkoper. In Geraldton hebben we nog een mooie
nieuwe campeerplaats ontdekt. Toen we daar de 1e keer aankwamen
zater er wel een paar honderd zwarte kakatoes met rode staart. Ze schijnen vrij
zeldzaam te zijn en je ziet ze dus niet vaak. Wij hadden dus geluk. Vanuit
Geraldton zijn we weer langzaam gaan afzakken naar het zuiden want in November
mogen we weer 4 weken aan de slag bij Hidden Grove Retreat waar we in mei /
juni van dit jaar ook hebben gewerkt. We zijn in Perth nog even gestopt voor
een gesprek met “Parks en Wildlife West Australie”. Men zoekt onder andere voor
de diverse campings in de verschillende Nationale Parken namelijk hosts die
mensen hun campeer plek wijzen en van informatie voorzien. Het gesprek verliep
goed en ze willen ons graag hebben dus we hebben ons direct mogen aanmelden. We
zien wel wat het ons brengt!
dinsdag 30 september 2014
September 2014
Na het Strzelecki
Track hadden we min of meer 2 dagen verplichte rust. Dit omdat we op
zaterdagmiddag in het dorpje Leigh Creek aankwamen en de winkels al gesloten
waren. Ook op zondag waren deze nog dicht en maandagochtend om 9 uur gingen de
deuren weer open. Iets wat wij niet meer gewend zijn omdat in Australie de
supermarkten bijna overal 7 dagen per
week minimaal van 7-7 open zijn. En
omdat we al ruim 2 weken geen boodschappen hadden gedaan waren we zo ongeveer
door onze voorraad heen. Het alternatief was de eerstvolgende grote plaats
300km verder maar dit was natuurlijk precies de verkeerde kant op dus dat
betekende dat we die weg ook weer terug zouden moeten. Nou ja het was gelukkig mooi weer en de camping
waar we voor 2 nachten waren neergestreken had een grote kamp-keuken met een
heuse oven dus Wilanda kon zich weer uitleven en heeft een cake gebakken.
Maandag waren we dus weer vroeg op pad. Te vroeg want de winkel ging pas om 9
uur open en we hadden even geen erg gehad in het tijdsverschil tussen Qld en SA
waar we inmiddels al een week in rondreden. Waarschijnlijk waren we niet de
enige met dit probleem want 10 minuten voor dat de winkel openging stond er een
heuse rij voor de deur. We hebben het nodige ingeslagen en om 9.30 waren we dan
uiteindelijk weer op pad dit keer het Oodnadatta Track van Lyndhurst naar
Oodnadatta, het track loopt eigenlijk nog verder tot aan Marla maar wij gaan
maar tot Oodnadatta. Dit track loop zo ongeveer parallel aan The Great Northern
railway ook wel genoemd “Afghan Express” en weer later “The Old Ghan Railway”.
Dit is de (oude) trein route van Adelaide naar Alice Springs. De spoorweg is in
fasen geopend; In 1878 tot Port Augusta, in 1884 tot Maree, in 1891 tot
Oodnadatta en uiteindelijk in 1929 tot aan Alice Springs. De spoorlijn had een
belangrijke functie in de 2e wereldoorlog en het treinverkeer nam
toe van 3 tot bijna 60 treinen per week. Op 31 December 1980 is de spoorweg
opgeheven maar onderweg zijn nog veel restanten van zowel spoor als gebouwen en
enorme watertanks (voor de stoomtreinen) te zien. Veel van deze oude
stopplaatsen voor de trein worden nu gebruikt als overnachtingsplaats voor de
reizigers langs het track en uiteraard hebben wij hier ook gebruik van gemaakt.
Inmiddels is er overigens een “nieuwe” Ghan spoorlijn van Adelaide naar Darwin.
Deze lijn is in gebruik genomen in 1980 tot aan Alice Springs. Door al deze
activiteiten van jaren geleden is er veel te zien onderweg. Er is o.a. een
sculpture park waar van oude materialen de meest kunstige sculpturen zijn
gemaakt. De route voert tevens langs Lake Eyre. Het bijzondere aan dit meer
echter is dat het meestal droog ligt en als het ooit vol water staat, de
laatste keer was in 2010, dan komen mensen van over de hele wereld kijken naar
dit fenomeen. Naast Lake Eyre zijn er onderweg nog vele droge zoutmeren te
zien. Op veel plaatsen is echter wel water te vinden ondanks dat je aan de rand
van de woestijn (Simpson Desert) zit en het hier nooit regent. Het meeste water
komt uit het GAB (Great Artesian Basin) want ongeveer onder 1/5 van Australie
ligt. Op sommige plaatsen, Wabma Kadurba Conservation Park, komt het water op
natuurlijke wijze gewoon omhoog. Men zegt dat het water hier vroeger tot wel
een meter hoog kwam maar doordat op veel
andere plaatsen putten zijn geslagen is
het nu niet veel meer dan bubbelen. Na 2 dagen rijden, zo’n 200km, kwamen we
weer enige vorm van leven tegen in het “plaatsje” William Creek” met ongeveer
10 inwoners. Het is niet veel meer dan een pub, een restaurant, benzinepomp en
een heus vliegveld; je moet natuurlijk
wel rondvluchten boven Lake Eyre kunnen doen! William Creek ligt op het
grondgebied van Anna Creek Station een boederij groter dan Belgie! Tegenover de
pub is een pleintje waar naast wat graven ook wat relikwien zijn
tentoongesteld. Naast de gebruikelijke zaken lagen hier ook brokstukken
tentoongesteld van “Black Arrow R3 – 3 traps raket” welke door de Britse
regering op 28 oktober 1971 is gelanceerd vanaf de nabijgelegen militaire basis
Woomera. Deze raket heeft de sateliet
Prospero de ruimte ingeschoten welke naar verwachting tot 2071 in de ruimte zal
blijven. De restanten van deze raket zijn pas in 1990 hier in de buurt ontdekt.
We hebben achter de pub overnacht, tegen betaling deze keer maar je moet de
mensen met hun business natuurlijk ook ondersteunen. Het is immers geen
eenvoudig leven zo ver buiten de bewoonde wereld. Toen we de volgende dag net
op pad waren zagen we nog een stel met een kamelenwagen die langs de kant van de
weg hadden gekampeerd. Je kunt hier in juni en juli woestijn tochten van een
week mee maken. De weg ging verder door een droog en dor landschap met veel
brede rivieren, nou ja droog wel te verstaan. We zijn nog een stuk van het
track afgegaan om de historische site The Peake te bezoeken. The Peake heeft
verschillende functies gehad in het verleden. Allereerst was deze site een
belangrijke plaats voor de Aboriginals vanwege het aanwezige water en
voedsel. Rond 1860 is hier een
boerenbedrijf geweest en in 1872 heeft men hier een repeater station (1 van de
11) gehad voor de telegraaf lijn van Adelaide naar Darwin. Deze station waren
noodzakelijk, met een onderlinge afstand van ongeveer 300km om de signalen door
te geven. De locatie was destijds gekozen vanwege het aanwezige water. In 1891
in de telegraaf lijn verlegd en werden deze werkzaamheden uitgevoerd in het
nabijgelegen Oodnadatta waar ook de Ghan een station had gekregen. In het jaar
1900 is men hier begonnen met het delven van koper. Het bleek echter niet
rendabel en na 4 jaar werden de activiteiten opgeheven. Veel van de
oorspronkelijke gebouwen zijn nog gedeeltelijk aanwezig inclusief de restanten
van de kopermijn en de kopersmelter. Onze volgende stop was Algebucka waar de
langste spoorbrug voor de Ghan is. Er is hier een stukje afgemaakt zodat je er
overheen kunt lopen. Volgens de
overlevering werd de spoorbrug bij hoog water ook gebruikt door auto’s om de
rivier over te steken, dit liep niet altijd goed af gezien de autowrakken die
onder de brug terecht zijn gekomen. Het water kan hier echt hoog staan. Er is
een bordje geplaatst op het punt waar in 1989 5 meter water stond en dan te
bedenken wat een uitgestrekte vlakte het hier is! Na wederom 2 dagen en 200km
kwamen we uiteindelijk aan in Oodnadatta met als belangrijkste trekpleister het
“Pink Roadhouse”. Naast benzinepomp en restaurant is hier een complete
supermarkt, bouwmarkt, postkantoor en bank in het zelfde gebouw. Het is hier
dan ineeens ook een drukte van jewelste met reizigers die van alle kanten
aankomen en weer alle kanten opgaan. Wij hadden het geluk ook de postauto te
treffen. De mailrun zoals deze heet rijd 2 x per week zijn rondje van Coober
Pedy (CP) door de outback naar het Roadhouse om post en pakketten af te leveren
en weer mee te nemen natuurlijk. Toeristen kunnen tegen betaling mee en zo
heeft de chauffeur gezelschap op deze lange reis en kunnen mensen zonder 4wd
ook dit stukje van de outback zien. Vanuit Oodnadatta zijn we op pad gegaan
naar de “Painted Desert” oftewel de “Geverfde Woestijn”. De heuvels hier hebben
vele kleuren, net alsof ze ingekleurd zijn. De volgende dag hebben we ook The
Breakaways net ten noorden van CP bezocht, een vergelijkbaar schouwspel. Het
laatste stukje naar CP veranderde het landschap. We hebben al vaker
“maanachtige” landschappen gezien maar dit sloeg alles. Maar goed CP is dan ook
niet voor niets de opal hoofdstad van de wereld! Lightning Ridge vonden we al
heel bijzonder maar CP slaat alles. Overal is opaal, men kijkt hiet tijdens het
lopen continue naar beneden want je zou zomaar opaal kunnen zien liggen. Veel
mensen (men schat 80%) wonen onder de grond in z.g. dug-outs. Complete
3-slaapkamer woningen uitgehouwen in de rotsen en onder de grond, soms zelfs
met zwembad! En heb je meer ruimte nodig, dan hak je gewoon nog even verder. Zo
ook als je een kast nodig hebt, een
schap voor wat prullaria of een nis voor de microwave. Ook zijn er ondergrondse
hotels, bars, restaurants en musea. De reden van dit alles is de hitte in de
zomer, het kan hier ruim 60 graden worden en onder de grond is het een
constante temperatuur van rond de 24 graden. Zou hier de naam onderwereld
vandaan komen? Maar een bijzondere wereld dus! Uiteraard hebben we zelf ook
naar opaal gezocht en wat kleine stukjes gevonden maar niet echt waardevol.
Verder hebben we een ondergrondse woning bezocht en het mijnmuseum. Dit was
heel leuk gedaan met een tour om zelf te doen in een echte oude mijn met
woning. Een en ander werd goed uitgebeeld en uitgelegd. Opaal wordt normaal
gesproken op 30m diepte gevonden. Je hakt dus eerst een koker naar beneden
waardoor je naar beneden en boven klimt. Vervolgens ga je om je heen hakken op
de juiste diepte in de hoop dat je een ader vindt. Zo gauw als je iets vond
stopte je met hakken en ging je met een nagelvijltje verder om niets te
beschadigen. Groter is beter in de opaal wereld. En als je niets vond dan
maakte je een nieuwe koker naar beneden! Toen men de kiosk ging uithakken in de
rotswand vond men na een half uur al een opaal-ader die de mijn op minder dan
een halve meter na had gemist in het verleden. Geschatte waarde 20.000-40.000
dollar. Je kon hier goed zien hoe de adertjes (breukjes) van bovenaf naar
beneden komen. Via deze adertjes kwam water naar beneden en naam mineralen mee
op de weg naar beneden en zo ontstaat opaal. Klinkt simpel maar het duurt
echter wel 100-150 miljoen jaar J. Verder hebben we de Servisch Orthodoxe
(ondergrondse) kerk bezocht. Ook vanuit Coober Pedy naar het zuiden was de
omgeving nog voor lange tijd een maanlandschap. Overal grote hopen van boringen
in de grond op zoek naar opaal. Vervolgens kom je door een stuk “gesloten
gebied” genaamd Woomera. Dit gebied is m.u.v. de doorgaande weg niet
toegankelijk omdat het miliitair oefengebied is. In de jaren 60 hebben hier
door de Engelse regering raket lanceringen plaatsgevonden met als doel
satelietten de ruimte in te schieten. Er zijn na vele jaren brokstukken
teruggevonden in de woestijn en deze liggen nu in het voormalig legerkamp, nu
spookdorp, tentoongesteld. Ook zijn er prototypes en schaalmodellen te zien van
de raketten en ander militair materiaal. Hierna veranderde het landschap en
werd het weer heuvelachtig en groen. Tevens kwam er hier en daar kleur, de
lente is tenslotte begonnen maar daar merk je in de woestijn niet veel van. We
zijn op ons gemak naar het zuiden gereden door Clare Valley, een van de
wijngebieden rondom Adelaide, maar helaas waren veel wijnhuizen gesloten omdat
het wijn en toeristenseizoen nog niet echt was begonnen. Gelukkig hebben we wel
een aantal mooie campeerplaatsen gevonden en onderweg in de verschillende
dorpjes weer de meest fantastische rariteiten en oude gebouwen kunnen
bewonderen. In Victor Harbor aan de zuidkust van South Australia hebben we
Heather en Peter even opgezocht. Zij woonden tot 3 jaar geleden ook in Denham
en Heather was een van de eerste
medewerkers van ons vakantiecomplex in Denham. We hebben even bijgekletst,
heerlijk gegeten en ze hebben ons de omgeving laten zien. Erg mooi maar echt
toeristisch en te dicht bij Antartica, er staat bijna altijd een koude wind. We
hadden gelukkig wel mooi weer zo we konden van de verschillende uitzichtpunten
genieten. Peter heeft ons tevens van veel informatie voorzien over Kanagroo
Island (KI), hij is daar immers geboren en getogen, wat onze volgende
eiland-trip is. De overtocht naar KI verliep vlot. Wel vreemd dat je achteruit
de veerboot op moet rijden maar de begeleiding was goed. Onze eerste campsite
die we bij de overtocht hadden geboekt was zo ongeveer naast de ferry dus we
waren snel op plaats van bestemming met een prachtig uitzicht over de baai. We
hebben lekker in het zonnetje genoten van dit uitzicht en nog even onze route
doorgenomen. KI is het 3e grootse eiland bij Australie en is ongeveer 50km x
150km. Bij het VVV hebben we een multi pas gekocht die toegang geeft tot de
vuurtorens, nationale park en nog wat andere bezienswaardigheden. Allereerst
zijn we op pad gegaan naar Cape Willoughby, het meest oostelijke puntje van KI
waar de gelijknamige vuurtoren staat uit 1852. We konden even rondkijken in de
voormalige vuurtorenwachters woning die tegenwoordig dienst doet als museum.
Vervolgens kregen we een rondleiding over het complex met de nodige uitleg over
de “oude” lampen of spiegels die gebruikt werden. Ook mochten we dan eindelijk
eens in een vuurtoren kijken en naar boven via 102 traptreden. Onderweg werd
even gerust om de oudjes op adem te laten komen en werd nog een en ander
toegelicht. Eenmaal boven hadden we een magnifiek uitzicht van de omgeving. Na
de vuurtoren hebben we een bezoek gebracht aan een bijen houder. Onderweg hier
naar toe hebben we gelijk kunnen ervaren waarom KI zijn naam heeft. We hebben na
bijna 70.000km onze eerste Kangoeroe aangereden. Aan de camper was, mede door
de stevige “bull-bar”, niets te zien anders dan een plukje haar van de
Kangoeroe die het helaas niet heeft overleefd. Bij de bijen houder konden we
diverse soorten honing proeven en werd een video getoond over het hele proces.
Ook was er een honing raat achter glas zodat je de bijen echt aan het werk kon
zien. Wist je dat een bij ongeveer 90.000km aflegt om 500 gram honing te kunnen
produceren? Overigens zijn er strikte quarantaine regels omtrent bijen en
honing. Je mag geen bijen en honing meenemen van het vaste land naar KI. Terug
mag je zo veel honing meenemen als je wilt maar dit mag je weer niet meenemen
naar West-Australie en dat is nu net onze volgende bestemming. De volgende dag
hebben we een gedeelte van de noordkust bezocht met vele idyllische baaien en
bij nagenoeg allemaal waren we “alleen op de wereld”. De meest bijzonder baai
was wel Stokes Bay. Als je aankomt rijden ziet het allemaak gewoon uit maar je
moet door een soort grottenstelsel lopen, nou ja doorwurmen beter gezegd, om
aan het strand te komen. Aan het eind moet je het dan goed timen om geen natte
voeten te krijgen. Heel bijzonder en supermooi. Rijdend langs al deze mooie
stranden kwamen we nog een bijzonder geheel tegen: “George’s Place”. George is
10 jaar geleden begonnen met het het in elkaar knustelen van bouwwerken en
andere bezienswaardigheden, veelal gebouwd van afval en vondsten langs de weg.
Dit is allemaal verlicht en in totaal heeft het geheel 40.000 lampjes. Als je
‘s-avonds gaat kijken kun je hem bellen en doet hij de verlichting aan, het
moet heel bijzonder zijn. Het geheel in in de vorm van een kasteel met ridders
en zwaarden, heksen en zelfs een Vikingboot met echt lijkende Vikingen. We hebben
onze tocht langs de noordkust voortgezet met nog meer mooie baaien en prachtige
uitzichten. Bij Cape Borda, de noordwestelijke punt, hebben we wederom een
vuurtoren bezocht. Deze was bijzonder. Omdat de rotsen hier op zich zelf al
heel hoog zijn was er geen hoge vuurtoren nodig. Om deze reden kon men een
vierkante vuurtoren bouwen, de laatse overgebleven vierkant in Zuid Australie
en een van de laatste 3 van Australie. Ook hier kregen we weer veel uitleg over
de werking van de lamp maar ook over navigatie in de vroege jaren. Uiteraard
zijn we, door geocaching, op de hoogte van de begrippen lattitude en
longtitude. Tijdens de rondleiding werd uitgelegd dat middels een sextant de
lattitude werd berekend en hoe d.m.v. de tijd de longtitude werd berekend. Omdat
de klokken destijds nog niet zo precies waren was dit niet zo nauwkeurig en
werden de scheepslui geholpen door om precies 1 uur in de middag bij de
vuurtoren een schot met een kanon af te vuren. Op deze manier kon men de
berekeningen van de locatie waar men zich bevond bijstellen. Deze traditie
wordt bij deze vuurtoren nog steeds voortgezet maar gelukkig hoeft de
scheepvaart hier niet meer op te bouwen, het kanonschot vond vandaag pas om
13.30 uur plaats! We zijn ook nog even bij een zeldzame dieren boerderij
geweest. Deze man fokt zelf diverse zeldzame (bijna uitgestorven) rassen waar
onder schapen met 4 horens, andere zeldzame schapen, diverse soorten varkens en
ookheeft hij de laatste (bekende) Kangaroo Island wilde geit in zijn bezit. Hij
is driftig op zoek naar meer wilde geiten maar deze zijn waarschijnlijk
allemaal met de laatste grote bosbrand omgekomen. De volgende dag was het tijd
om de mooie noordkust van het eiland te verlaten en gingen we op weg naar het
Flinders Chase NP aan de zuidkust. Ook erg mooi maar direct een drukte van
jewelste. Allereerst zijn we naar de Admirals Arch geweest. Een boog die is
ontstaan door weer en wind. Erg mooi om te zien en op dit stuk waren ook erg
veel Fur Seals (zeehonden) te zien. Sommige lagen gewoon te luieren en anderen
waren erg speels. Een prachtig gezicht! Vervolgens door naar Remarkable Rocks
(opmerkelijk rotsen). Nou opmerkelijk waren ze wel maar de Arch was toch
mooier! Ook Kelly Hill caves hebben we bezocht. Deze grotten zijn bijzonder
omdat ze niet zijn onstaan door.....
Filmpje spelende zeehonden
Natuurlijk kent
iederen de stalagmieten (staand) en stalactieten (hanged) wel maar in deze
grotten vormen zich ook helectieten en die vormen zich zijwaards. Op het eiland
bevind zich ook een Marron (zoetwater kreeft) farm die het hele jaar door
“produceert”. We hebben ook hier een kijkje genomen en natuurlijk ook maar van
de gelegenheid gebruik gemaakt om ons eens te laten verwennen met een lekkere
Marron schotel. Het was heerlijk! De laatste active dag hebben we “Seal Bay”
bezocht. Een baai waar ongeveer duizend zeeleeuwen bivakkeren. Met de tour kun
je mee het strand op en kun je ze van dichtbij bewonderen. Net als de zeehonden
zijn de meeste erg lui en liggen gewoon op het strand te zonnebaden maar met
name de jonge zijn speels. Vervolgens hebben we
de roofvogels show bezocht. Nog nooit roofvogels van zo dichtbij kunnen
bekijken en sommige zelfs aanraken. Met name de Wedge Tail Eagle en Sea Eagle
waren erg mooi zeker van zo dichtbij. De Wegde Tail Eagle schrokt zo een hele
kippenpoot met bot en al naar binnen. Als laatste hebben we de Eucalyptus
distilleerderij bezocht. Hier kun je zien hoe Eucalyptus olie wordt gemaakt.
Nou ja, normaal gesproken dan want er werden op dit moment geen tours gedaan. Je
kon een 3-minuten film bekijken en je kreeg een blaadje mee als toer om zelf te
doen. Een beetje een afknapper eigenlijk maar ja gelukkig hebben we heel veel
erg mooie indrukken opgedaan op Kangaroo Island. Sommige mensen gaan hier voor
een dag naar toe, andere 3 dagen en wij hebben 9 dagen doorgebracht en hadden
rustig nog een paar dagen langer kunnen genieten van al het moois! Nu is het op
naar Adelaide voor een ontmoeting met een “oude bekende”.
Klik hier voor de vele foto'sFilmpje spelende zeehonden
zondag 31 augustus 2014
Augustus 2014
Dat zonnetje in
Yass was erg lekker maar de volgende ochtend was het erg fris, zeg maar koud.
Onderweg naar de uitvaart begon het ook nog eens te regenen en tijdens de
dienst zelfs natte sneeuw. Na de dienst was er een wake, vergelijkbaar met de
koffie en cake in Nederland maar dan uitgebreid met vele hapjes en naast koffie
ook de nodige drank. Men viert als het ware het goede leven van de overledene.
Toen we eenmaal weer in de camper reden begon het zelfs even flink te sneeuwen
dus besloten we maar om niet zo te ver te rijden. Na de uitvaart was ons nog
een campsite geadviseerd in een dorpje waar je zelfs gratis stroom kon
gebruiken. Nou met dit weer is dat natuurlijk niet verkeerd zodat we er toch
warmpjes bij kunnen zitten. De volgende ochtend was het weer opgeklaard en
waren we klaar voor vertrek naar de zon. Er deed zich echter een klein
probleempje voor met een onwillige zekering. Deze was voor ons
navigatiesysteem, radio en achteruitrij camera, deze laatste eigenlijk wel de
belangrijkste van het geheel. We konden de zekering natuurlijk zelf vervangen,
nadat we deze speciale maat eindelijk hadden gevonden maar deze sprong en
nagenoeg gelijk weer uit. Tja wat nu? Even via internet de Isuzu dealers
opgezocht en er was er uiteraard een in Canberra waar we nog redelijk dichtbij
waren maar de kant die eigenlijk op wilden niet. Natuurlijk gebeurde dit op
zaterdag en moesten we dus min of meer nog 2 nachten hier in de buurt blijven
om het probleem te kunnen verhelpen. Nou ja er was nog wel een en ander te zien
in de buurt en we hadden toch geen haast. Op maandagochtend, moesten we vanwege
de 6 graden vorst, eerst water koken met ons drinkwater, de “gewone” kraan was namelijk
bevroren, om ons te kunnen wassen en vervolgens de ruiten krabben. Er werden
door deze en gene al grapjes gemaakt van oh, jasje aan en muts op. Nou jou we
hadden dus echt 2 truien aan, een jas, muts en handschoenen! Daarna meldden wij
ons redelijk vroeg bij de dealer in Canberra. Deze moesten een auto-electricien
laten komen omdat ze dit zelf niet in huis deden. Gelukkig was die beschikbaar
en was hij er redelijk snel. Het probleem was snel gevonden en het bleek in de
kabel van het navigatiesysteem te zitten. Nadat het probleem verholpen was
konden we dus weer op pad, eindelijk richting de zon. Bestemming Lightning
Ridge zo’n 800km noordwaards ofwel zo’n dag of 4 rijden. Overdag was het
prachtig weer, zonnig en een strakblauwe hemel maar de nachten waren nog steeds
frisjes maar we hoefden gelukkig niet meer te krabben. Onderweg hebben we
natuurlijk wel de nodige stops gemaakt, waaronder in het dorpje Molong kunst
werd gemaakt van gerecycled materiaal. Lightning Ridge (LR) leek onze een leuke
plaats om een beetje bij te komen dus we boekten maar gelijk 7 nachten op een
camping midden in het plaatsje. Het was een leuke kleine camping met veel vaste
bewoners (veel mensen wonen hier op een camping) met diverse (oud)
Nederlanders. LR is, ondanks dat het in de middle of nowhere ligt, een leuk
plaatsje voorzien van alle gemakken. Bowlingclub, restaurants, pubs veel
winkels en vooral heel veel opaal (zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Opaal). LR is wat opaal betreft een van de bekendste
plaatsen in Australie, hier wordt namelijk de unieke Black Opal gevonden. Niet
dat die zwart is hoor, nee juist heel kleurrijk maar de ondergrond is zwart
waardoor de kleuren beter uitkomen. Je kunt hier nog steeds een “mining lease”
afsluiten (eenmalig $800 en $200 per jaar) en je krijgt dan de beschikking over
een stukje grond. Hier mag je naar hartelust op graven en alles wat je vindt is
voor jou. Er worden nog regelmatig “grote “ vondsten gedaan. LR is ook een
beetje een vrijstaatje. Er wordt niet zo nauw gekeken met hoe je bouwt, woont,
de staat van de auto. Iedereen wordt een beetje vrij gelaten. Niemand weet
hoeveel mensen er wonen omdat er velen op hun eigen perceeltje in het bos
wonen. Er is ook een grote bowling club waar Johan zich weer even heeft kunnen
uitleven met zowel bowlen als pokeren en ook bij de pub heeft hij nog 2 x
gepokerd. Nee, de miljoenen zijn nog niet binnen gestroomd dus we tobben maar
gewoon door. Er was ook een heel groot “Artesian Hot Pool”, zeg maar een groot
zwembad wat continu (9 liter per seconde) wordt gevoed met water van 42 graden.
Heerlijk relaxend! Het beviel zo goed dat we nog 3 nachten hebben bijgeboekt.
Naast het relaxen hebben we ook nog wat rondgekeken natuurlijk. Er waren 4 “car
door tours” uitgezet. Routes die je zelf kunt rijden door de omgeving
aangegeven met genummerde en gekleurde autodeuren. Die autodeuren worden
trouwens ook gebruikt om aan te geven wie waar woont en andere belangrijke
zaken zoals de golfbaan! Recycling! Tevens hebben we een bezoek gebracht aan de
“Chambers of the Black Hand”. Een oude opaalmijn waar een kunstenaar in de
diverse kamers en gangen zich heeft uitgeleefd en met een botermesje vele
kunstwerken heeft uitgesneden. We hebben met hem nog even een praatje kunnen
maken, hij was nu bezig met “Nelson Mandela”.Tevens kun je hier zien hoe de
opaal gevonden word. Van LR zijn we uiteindelijk doorgereden naar de
opaalvelden van Sheepyard en Glengarry. Hier hebben we overnacht op de campsite
van het Glengarry “Hilton”, de oudste pub van de opaalvelden. Heel erg
karakteristiek. Vervolgens zijn we doorgereden naar Brewarrina waar we op een hele rustig
campsite 2 nachten hebben gestaan. Hier zagen we heel veel pelikanen en
eigenlijk hadden we ons niet gerealiseerd dat pelikanen ook in het binnenland
voorkwamen, altijd gedacht dat deze alleen aan zee zaten! Vervolgens hebben we
onze route voortgezet en men zegt dat je niet in de Outback bent geweest als je
niet in Bourke bent geweest. Nou wij vonden het allemaal wel meevallen, het zag
er allemaal heel beschaafd uit. Vanuit Bourke hebben we het Dowling Track
genomen, dit is een oude vee-drijf route naar het noorden. Eindelijk weer eens
onverhard via een lekkere rustige “weg” en veel natuurschoon, zeker na de regen
die onlangs was gevallen. Onderweg ook veel suicidale Emu’s die vlak voor je
auto nog even willen oversteken. We hebben er geen geraakt maar we hebben nog
nooit zoveel platte (dode) emu’s gezien. Bij de grens van NSW-Qld werden we
opgewacht door een heuse grensovergang die het meest leek op het “Ijzeren
Gordijn”. Normaal gesproken zijn de staatsgrenzen hier niet meer dan een bordje
“Welkom in....” maar omdat deze grens samen loopt met het “dog-fence” (een hek
om de wilde Dingo’s buiten te houden) moesten we de poort openmaken en weer achter
ons sluiten. Paspoorten waren niet nodig! Na deze grensovergang reden we door
het dorpje Hungerford en direct na het dorpje moesten we een lang stuk weg over
waar 40cm water op stond. Na zo’n 2 dagen hobbelen kwamen we terecht in het
plaatsje Eulo. Nou ja plaatsje, 3 straten, een pub, een kerk, een winkel en een
handje vol huizen. Op het welkomstbord stond te lezen “50 inwoners en 15.000
hagedissen”. Eulo is met name bekend van de natuurlijk modderbaden. Op diverse
plaatsen komt de warme modder de grond uit gebubbeld en hoopt zich op. Van tijd
tot tijd exploderen deze hopen met een enorme knal. De modder wordt echter ook
gebruikt (nadat deze gezuiverd is) voor modderbaden voor toeristen. Dit leek
ons wel wat dus wij hebben een heerlijk modderbad genomen. Eerst wordt een bad
volgegooid met heet water en daar wordt dan modder doorheen geroerd. Hier moet
je minimaal 30 minuten in blijven zitten zodat alle mineralen opgenomen worden
door je lichaam. Vervolgens moet je je zelf insmeren met iets grovere modder en
dit laten opdrogen. Als dit is opgedroogd ga je weer in je bad en kun je de
modder afspoelen. Niet vergeten je haren er mee in te smeren want dat is heel
goed! Vervolgens kun je onder een normalen douche en je zelf insmeren met een
moisturiser. En dit alles in de open lucht met zicht op zonsondergang (later
een sterrenhemel), een glaasje wijn en wat snacks. We hebben ons nog nooit zo
schoon gevoeld en Wilanda haar haren begonnen spontaan weer te krullen van de
moddershampoo. Voor meer info zie: http://www.artesianmudbaths.com.au/ We hebben die nacht heerlijk geslapen! Onze
volgende bestemming was Yowah. Een andere plaats waar ook Opaal wordt gevonden
maar de dit is de zogenaamde “boulder Opaal”. Dit zijn een soort noten die je
moet kraken en als je geluk hebt (1 op de 1000) dan zit er iets van, of heel
veel, opaal in. Hier zijn ook veel “shops” waar je opaal kunt kopen. In een van
deze winkels (een omgebouwde dubbeldekker) had men een opaal tentoongesteld die
men pas had gevonden t.w.v. $40.000, maar goed deze mensnen zoeken dan ook al
24 jaar! Natuurlijk hebben wij ook een opaal gekocht, weliswaar met een iets
ander prijskaartje! Vanuit Yowah hebben we onze route westwaards voortgezet via
de zogenaamde “Adventure Way”. Helaas is het niet meer zo’n adventure omdat het
meeste inmiddels verhard is. Dit met name vanwege de olie en gas velden die in
dit gebied liggen en het hiermee gepaard gaande vele verkeer. Van het olie en
gas gebeuren is niet veel te zien. Hier een daar een ja-knikker, die overigens
niet knikken, wat pijpleidingen en hier en daar een gebouw. Al met al geen
bedorven landschap. Het avontuur zit ‘m dus meer in het feit dat je door droog,
dor, woestijn-achtig gebied rijdt met weining verkeer en zonder voorzieningen.
Vlak voor de grens van Qld en South-Australia is een historisch belangrijk de
zogenaamde “Dig Tree” of te wel “Kamp 65” van de Burke en Wills overland
expeditie van Melbourne naar de Gulf of Carpentaria (van zuid naar noord) in
1860, totaal 19 man, 26 kamelen, 6 karren en 23 paarden. Men was vertrokken in
augustus en kwam op dit punt aan in december, ongeveer halverwege. Hier werd de
expeditie opgesplitst in 2 groepen, een zou achter blijven en de andere groep
naar het noorden vertrekken. Na 5 maanden keerde de 2e groep
’s-avonds terug op de dag dat groep 1 het kamp ’s-morgens had verlaten. Men had
echter wat “proviand” begraven en de instructies waren ingekerfd in een boom.
Na 150 jaar is een gedeelte van de tekst nog te lezen. Het hele verhaal kun je
lezen op http://en.wikipedia.org/wiki/Burke_and_Wills_expedition Tijdens onze eerdere reizen in het noorden
zijn we ook veel tegengekomen van Burke en Wills dus wij vonden het wel
interessant. Hier hebben we tevens overnacht. De volgende dag hebben we het
spoor van Burke en Wills nog wat verder gevolgd en zijn bij de plaats van het
oorspronkelijke graf van Burke aangekomen. Hij is samen met Wills later in
Melbourne (her)begraven wat de 1e officiele staatsbegrafenis van
Australie was. Na nog een klein stukje rijden kwamen we aan in Innamincka. Een
dorpje wat in de jaren 50 compleet was weggespoeld en verlaten maar door de
opkomst van olie en gas en het “woestijn” toerisme weer enigzins tot leven is
gekomen. Er is een winkel met benzinepomp en een pub. Verder zijn er openbare
toiletten en douches (tegen betaling). Het ligt op een kruising van allerlei woestijnen
en bijbehorende woestijntracks. Na dagen nagenoeg niemand te hebben gezien
krioelde het hier plotseling van de mensen. We besloten om het Strzelecki Track
(naar het zuiden) te volgen dwars door de Strzelecki Woestijn. Ook nu weer
waren links en rechts afslagen naar olie en gas bronnen. Deze keer was er iets
meer zichtbaar. Bij het plaatsje Moomba (alleen toegankelijk voor de
medewerkers) was een parkeerplaats met wat uitleg en uitzicht op de
raffinaderijen. Hier hadden we tevens weer even internet dus konden we weer
email e.d. lezen. Van daaruit ging onze reis verder naar het zuiden. Het was
echt woestijnlandshap, dor, droog en stoffig.
We hebben echter foto’s gezien van hoe nat het kan zijn, in 2010 stond
het hier helemaal onder water! Bij de Montecilla Bore (weer zo’n warm water bron)
was een mooie parkeerplaats om te camperen. Toch wel bijzonder zo midden in de
woestijn. Geen voorzieningen maar wel duizenden sterren zichtbaar aan de hemel.
De volgende dag hebben we het einde van het Strzelecki Track gehaald na 500 km afwisselend
goede gravel, zand, rotsbodem en jaja zelfs 4 x 7km en 1 x 8km asfalt!!
Volgende maand weer meer outback en woestijn!
Voor foto's van deze maand klik hier
Voor foto's van deze maand klik hier
donderdag 31 juli 2014
Juli 2014
Nou dat nog een weekje blijven bij BlazeAid is uitgelopen in nog een maand!
Dit komt mede door het feit dat de huidige coordinatoren wegens
famlieomstandigheden een aantal keren per week naar het ziekenhuis moesten.
Johan sprong even een keer bij en werd bijna gelijk gebombardeerd tot
vervangend coordinator en nam de schoonmaakwerkzaamheden van toiletten en
douches ook voor zijn rekening. Wilanda nam de keuken zo ongeveer volledig voor
haar rekening. Het was voor de coordinators een hele opluchting en zo werd een
weekje twee weken en inmiddels dus de hele maand. Het zijn lange dagen en het
is best hard werken maar het is voor een goed doel. Een nieuwe kok (Wilanda) in
de keuken doet wonderen want iedereen was erg enthousiast over onder andere de groentesoep, kippensoep, nasi en
niet te vergeten de gevulde eieren die Wilanda had gemaakt. Weer eens iets
anders dan de standaard stoofschotels en aardappelpuree die hier veelal werden
gemaakt omdat ze zo makkelijk te maken zijn voor grotere groepen. Velen wilden
gelijk het recept hebben van haar kunsten. Op de zaterdagavond is er een soort
van “gezellige” avond voor de getroffen boeren. Ook dan wordt een maaltijd
aangeboden en ook vele van deze boeren waren onder de indruk van de soep. Sommige
kwamen 3x terug voor deze soep en lieten de rest van het diner aan zich voorbij
gaan. Dit laatste geloofde Wilanda niet totdat deze boer in de keuken stond om
het recept te hebben en het zelf vertelde! Deze avonden worden georganiseerd om
de boeren in deze zware dagen bij te staan om onderling de contacten wat aan te
halen. Als je een week als vrijwilliger werkt heb je ook recht op een vrije dag
maar omdat we de coordinatoren zo veel mogelijk naar het ziekenhuis lieten gaan
hadden we besloten om maar gewoon te werken. Wel konden we een paar keer
uitslapen. Na 3 weken vonden de coordinators dat we toch echt een dag vrijaf
moesten zijn en konden we hun auto meenemen en er op uit gaan. Nou dat was toch
ook wel ff lekker. We hebben wat rondgekeken in de buurt en onderweg wat
gegeten zodat we ook na het eten niet meer de neiging zouden hebben om weer aan
het werk te gaan. De week er na mochten we nogmaals hun auto meenemen en zijn
we gaan geocachen in de buurt. We hebben ook een bezoek gebracht aan Hanging
Rock. Het is een kratermond die 6.4 miljoen jaar geleden is ontstaan doordat
niet vloeibare lava hier als het ware een muur heeft gevormd. Door weer en wind
zijn hier gaten in in gekomen en nu lijkt het net alsof er hier en daar rosten
hangen. Het is tevens een belangrijke plaats voor de lokale Aboriginals. Er zijn
hier wat onverklaarbare dingen gebeurd in het verleden en sommige mensen kunnen
niet goed tegen de sfeer die er hangt. Er is ook een film over gemaakt “Picnic
at Hanging Rock”. De film hebben we nog niet gezien maar onze interesse is
gewekt! We hebben een gedeelte van de wandeling naar boven gedaan maar omdat
het aardig koud begon te worden zijn we niet tot aan de top gekomen. Gedurende
deze weken bij Blazeaid zijn we een variate aan vrijwilligers tegengekomen. Zo
zijn er een aantal die hun hele hebben in de auto hebben en dat is dan gelijk
hun huis. Door op deze manier te werken hebben ze dan toch te eten en te
drinken. Sommige zijn excentriek anderen zijn erg aardig en door omstandigheden
in deze situatie beland. Er zijn ook oudere echtparen en vrijgezellen die
gewoon een beetje gezelligheid zoeken. Ook is er 2 dagen een groep van 24
schoolkinderen geweest uit Melbourne (overnachten in een tentje :) ) van 14 en 15 jaar die in het kader van
“doe iets voor de gemeenschap” zijn komen helpen. Dit was erg leuk en de
“kinderen” waren erg energiek en er werd veel werk verzet wat door vele boeren
erg werd gewaardeerd. Je komt zo dus weer veel leuke mensen tegen en uiteraard
ook wat minder leuke! Het kampement voor de vrijwilligers waar we hebben
gewerkt gaat per 1 Augustus ontmanteld worden, het aantal vrijwillgers loopt
terug en de meeste boeren zijn klaar met de nieuwe omheiningen en diegene die
nog niet klaar zijn zijn dat over 6 maanden waarschijnlijk nog niet. Als
afsluiting werd om die reden op 25 Juli een “Christmas in July” party
georganiseerd. Het blijft voor ons toch gek om in juli onder de kerstboom te
zitten maar het moet gezegd worden het was er koud genoeg voor. Diverse
ochtenden was het wit van de nachtvorst en soms zelfs natte sneeuw. Maar ja,
het is dan ook winter natuurlijk!! Voor deze feestelijke avond moest er eten
worden verzorgd voor ongeveer 140 mensen. Onder hen veel boeren maar ook vrijwilligers
die hier hebben gewerkt in de afgelopen 5 maanden, en de diverse clubs die de
maaltijden voor ons hebben verzorgd gedurende enkele dagen per week. Er was een
varken aan het spit, geschonken door een van de geholpen boeren, roast-beef en
heel veel salades. Daarnaast een uitgebreid assortiment aan toetjes welke door
diverse mensen waren meegenomen voor deze avond. Op deze dag tussen 9.00 en
15.00 uur, ongelukkiger kon het bijna niet, hadden geen beschikking over
electriciteit vanwege onderhoud. Gelukkig was de spit op houtskool en hadden we
nog wel de beschikking over 1 fornuis op gas. Het was een geslaagde avond, een
mooie afsluiting voor iedereen. De dag er na moest alles natuurlijk opgeruimd
worden en werd een aanvang gemaakt met inpakken omdat het kamp een paar dagen
later opgeheven zou worden. Op zondag hadden wij zowaar nog een vrije dag en
zijn we naar het Dingo Discovery centrum geweest. In de vorige weblog heb je al
kunnen lezen dat Johan bij een boer had gewerkt die een paar Dingo’s had en
hier werd er nog meer uitgelegd over de Dingo. We werden begroet door een heuse
Dingo, keurig aan de riem. Er werden allerlei dingen over de Dingos uitgelegd; Zo
gaf men aan dat de Dingo eigenlijk meer eigenschappen bevat van een slang en een
kat dan een hond. Een Dingo is namelijk erg flexibel, zijn poten kun je onder
een hoek van 90 graden uitklappen en zijn kop kan 180 graden draaien. De kop van de Dingo is het grootste
onderdeel van zijn lichaam, als zijn kop ergens door kan dan kan alles er door,
bij een hond is de borstkas het grootst. Een Dingo kan goed klimmen en springen
en dat is weer de eigenschap van een kat. Na het verhaal, waarbij de Dingo in
allerlei posities werd gemanouvreerd mochten we naar de speelwei waar de
puppies werden losgelaten. Hier krijgen ze van de bezoekers eerst wat
“snoepjes” en daarna mogen ze zelf spelen. Het was erg komisch en ze zijn erg
schattig. Op maandag hebben we weer gewoon gewerkt en dinsdag zijn we
uiteindelijk weer vertrokken. We hadden eigenlijk willen blijven tot 1 augustus
maar David, een van de reizigers die we vorig jaar hebben ontmoet en waar we 2x
thuis zijn geweest voor een paar dagen was plotseling overleden en omdat we
redelijk in de buurt waren wilden we graag naar de uitvaartplechtigheid en zo
geraakten we onverwacht weer in Canberra terecht. Maar goed we wilden toch
graag wat verder naar het noorden, de zon tegemoet, en dit was een start zeker
gezien het feit dat rondom Melbourne, waar we al die tijd verbleven, storm,
hagel, sneeuw, kortom noodweer, was voorspeld voor de komende dagen. Terwijl de
storm woedde in Melbourne zaten wij inmiddels in Yass koffie te drinken in het
zonnetje :).
Bekijk hier de foto's van juli 2014
Bekijk hier de foto's van juli 2014
woensdag 2 juli 2014
Juni 2014
Na de eerste
perikelen van hoog water en de auto met lege accu keerde de rust terug bij het
retreat waar we aan het werk waren. Maar goed ook want de boekingen bleven
binnen komen en de bezetting liep continue op. We waren dus druk en daar kwam
nog eens bij dat een schoonmaakster haar heup uit de kom had en de ander van
een klein trapje viel wat ze in een bad had geplaatst en dus ook flink wat
kneuzingen had. Gelukkig gebeurde deze incidenten thuis en niet op de
werkvloer.
We moesten dus ook nog wat chalets zelf schoonmaken. Daarnaast moesten we nog vele ontbijt pakketten klaarmaken en diverse andere schalen met lekkernijen opmaken. Je vraagt je af waar sommigen mensen het allemaal laten! Maar goed het moet nu eenmaal luxe zijn en men moet zich goed verwend voelen. Gelukkig hebben we alleen maar blije gezichten zien vertrekken. Een en ander is de eigenaren niet onopgemerkt gebleven, bij terugkomst bleek dat zij (wij?) een bezetting hadden gehaald van 84%, iets wat nog niet eerder was voorgekomen bij hun. Nog voordat we weer vertrokken vroegen ze ons dus direct weer terug voor de maand november. Vanuit Perth zijn we weer naar Melbourne terug gevlogen om onze camper weer op te halen. De vlucht en het transport naar de parkeerplaats verliep vlot maar toen we de camper wilde starten wilde de motor niet echt meer aanslaan. Accu leeg! Aangezien het een truck is en dus 24v hielp de hulpaccu die men had klaar staan niet om te starten en moesten we dus Isuzu hulptroepen inschakelen. Nou ja, je moet iets doen om de verjaardag van Wilanda onvergetelijk te maken ;). Gelukkig was de hulp binnen een uur aanwezig en de truck startte direct. We moesten wel ongeveer 45 minuten verplicht rijden om de accu weer op te laden. Gelukkig wisten we een 24 uurs truckstop in de omgeving waar we konden overnachten want het was inmiddels al 10.00 uur in de avond. Goede (gratis) service van Isuzu! De volgende ochtend kregen we nog een telefoontje om te vragen of we weer op pad waren en alles goed was gegaan. Gelukkig wel! Vanaf onze truckstop zijn we weer teruggereden richting Melbourne om weer onze voorraad aan te vullen. Na het doen van de nodige booschappen zijn we naar een caravanpark gereden om alles op ons gemak te reorganiseren en water bij te vullen. Vervolgens konden we weer naar ons adresje in Melbourne om wederom op het hondje Hugo te passen voor een paar dagen. Wat hebben we het toch druk! Vanuit Melboune zijn we gegonnen aan onze reis naar het noorden, maar wederom niet te ver. We hadden namelijk via Facebook een oproep gezien van Blazeaid voor vrijwilligers. Blazeaid is een zelfstandige organisatie die getroffenen van (bos)branden, overstromingen en cyclonen een helpende hand toesteekt. De organisatie is opgericht door een boer die zelf door brand werd getroffen in 2009 en een advertentie plaatste voor hulp. Hier kwamen zoveel mensen op af dat hij dacht hier moet ik iets mee doen en inmiddels hebben ze al heel wat mensen in de afgelopen 5 jaar blij gemaakt. Het gebied boven Melbourne is afgelopen zomer behoorlijk getroffen door branden waarbij vele omheiningen (veelal houten palen) door brand zijn verwoest. Op deze plekken moet in het voorjaar het vee weer gaan grazen en bij de afmetingen van de boerderijen hier betekent dat heel veel omheining. De boeren moeten zelf voor het materiaal zorgen en meewerken, Blazeaid helpt dan met het weghalen van de restanten van de oude omheining en vervolgens het plaatsen van de nieuwe. Dit werk is op basis van vrijwilligheid en sommigen mensen komen een dagje helpen maar het is natuurlijk fijn als je wat langer kunt blijven. Wij zijn aangekomen bij het kamp in Clarkefield waar momenteel zo’n 15 tal mensen zijn. Toen we aankwamen was het net lunchtijd en hebben gelijk meegegeten en kennis gemaakt. Omdat het helaas slecht weer was heeft Johan de 1e dag niet heel veel kunnen doen en Wilanda heeft wat keuken en (noodzakelijke) schoonmaakwerkzaamheden verricht. Het avondeten wordt verzorgd door de lokale boeren die geholpen zijn, of worden, door Blazeaid en bestaat vaak uit een heuse 3 gangen maaltijd. Ontbijt en lunch worden verzorgd door de vrijwilligers maar veelal gesponsord of gesubsidieerd door het lokale bedrijfsleven of verenigingen. Je komt niets dus tekort! Het programma begint al vroeg, ontbijt om 7.00 uur en een verplichten ochtendbijeenkomst om 7.30 uur. Hier worden teams ingedeeld en de veiligheidsvoorschriften herhaald. De 2e dag had Wilanda weer keukendienst er werd namelijk ook een groep van 25 schoolkinderen (15-16 jaar) verwacht om ook een dagje te komen helpen. Zij heeft zich dus bezig gehouden met het maken van salades, brood, kaas en vleeswaren snijden, de vloer van de hal vegen en dweilen, toiletten schoonmaken en diverse andere werkzaamheden. Johan werd bij een groep ingedeeld om omheiningen te gaan plaatsen. Dit betekent dus aanhanger laden met de nodige gereedschappen en verplichte EHBO kit. Vervolgens op pad naar de aangewezen boerderij. Die waar Johan moest werken was maar op 15 minuten rijden maar anderen moesten wel een uur rijden. Omdat je veelal “in the middle of nowhere” bent is er geen wagen met beton aanwezig om de palen in de grond vast te krijgen dus het gat moet redelijk breed en diep worden uitgegraven om vervolgens de paal (25cm doorsnee) te plaatsen en het gat op te vullen met laagjes zand en stenen wat continue moet aangestampt zodat een stevig geheel ontstaat. Uiteraard moeten de palen van ongelijke lengte wel enigzins op dezelfde hoogte staan, in lijn en waterpas. Het duurt dus wel even voordat er 1 paal staat. Nadat we de 2e paal hadden staan begon het hard te waaien, te regenen en later zelfs te hagelen. Men is zuinig op de vrijwillgers dus eerst even schuilen en toen het er op leek dat het niet meer zou verbeteren weer terug naar de basis. Koffie, boekje lezen, lunch en wat bijkletsen met andere vrijwilligers. Na de lunch belde de boer echter op dat het weer was opgeklaard dus is het team van Johan weer vetrokken en ze hebben in de middag nog 7 palen geplaatst. Deze 9 palen waren de hoekpalen van een perceel waar de omheining aan vast komt te staan. Het terrein is nu klaar voor verdere omheining en de ijzeren palen die er tussen komen te staan dit gaat natuurlijk veel sneller waarna het gaas kan worden geplaatst. Bij terugkomst op de basis was het een drukte van jewelste. De schoolkinderen waren gearriveerd en hadden hun tentjes al opgezet. Een mooi gezicht al die tentjes maar wij blij dat we in de camper slapen met deze wind en kou! De 2e dag was het weer ons goed gezind en ging Johan weer op pad met Paul, de teamleider, ondersteund door 5 kinderen (allemaal ongeveer 15 jaar) en 1 leraar. Er was een oude omheining met een lengte van ongeveer 400 meter die moest worden ontmanteld. Eerst het prikkeldraad er af, vervolgens stroomdraad en dan de andere 3 ondersteunende draden. Het draad wat nog kan worden gebruikt wordt aan de kant gelegd dan wel opgerold op een “spinner”. Vervolgens wordt het gaas op de grond gelegd en opgerold zodat met makkelijk afgevoerd kan worden. Omdat dit gerecycled wordt moet wel al het hout, plastic en porcelein verwijderd zijn. De laatste restanten houten palen worden verwijderd en vervolgens kan het opbouwen weer beginnen in omgekeerde volgorde. Het merendeel van de nieuwe palen zijn van staal, dit is aanmerkelijk lichter en werkt dus stukken sneller. Aan het eind van de dag was het hele stuk weer voorzien van een mooie nieuwe heining. De schoolkinderen vonden het allemaal erg leuk en het waren stuk voor stuk harde werkers! Een meisje vond het zelfs zo leuk dat ze volgende week in de schoolvakantie met haar ouders graag weer hier heen wil om te helpen. De dag er na ging Johan met dezelfde groep naar een “kerstbomen farm”. Wederom zo’n 300 meter omheining verwijderen maar deze keer waren de omstandigheden iets lastiger. De omheining stond namelijk aan de rand van de bomenrij en er zat nogal wat gaas en prikkeldraad in de knoop. Maar vele handen maken licht werk dus rond de koffiepauze was de klus geklaard. De boer waar we deze dag aan het werk waren had voor de pauze nog een kleine verassing voor de kinderen maar ook voor Johan en Paul was het heel interessant. Hij verzorgde namelijk 2 tamme Dingo’s die hij als baby had gekregen en opgevoed. Dingo’s worden gezien als wilde honden maar het is eigenlijk een heel andere diersoort, een groot verschil is namelijk dat Dingo’s niet kunnen blaffen maar meer een huilend geluid maken. Tevens kunen Dingo’s hun oren compleet naar achteren richten. Deze Dingo’s zijn eigendom van het Dingo Informatiecentrum en er wordt mee gefokt en deze Dingo’s gaan de hele wereld over naar dierentuinen. Deze boer had de Dingo’s ook een aantal commando’s geleerd zoals honden dat ook leren bij gehoorzaamheidscursussen. Al met al heel interessant en zo steek je dus nog wat op. Filmpje Dingo aaien. Na de koffie was het voor de kinderen weer tijd om terug te gaan naar de basis voor de lunch om vervolgens weer richting school, af te reizen. Paul en Johan hebben vervolgens nog wat meer (ijzer etc) opgeruimd rondom de boerderij en vervolgens gevraagd of we nog iets anderes konden betekenen. Nou ja, eigenlijk wel. Er moest namelijk nog een schutting worden geplaatst en het plan was om dat volgende week met zijn vrouw en kinderen te doen waarbij hij de hele week nodig zou hebben. We konden dus wel vast een begin maken. Een paar uur later stond met vereende krachten de hele schutting (kleine 100 meter) compleet overeind en de boer was super gelukkig! De volgende dag weer op pad met een nieuw team. Dit werd een productieve dag. Met 4 man 750m omheining geplaatst. Dit was mogelijk omdat het terrein helemaal vlak en recht was en de juiste materialen voor handen waren. Bij deze boer werden we in de watten gelegd, koffie pauze met ham-kaas croissants en als lunch groentesoep en broodjes warm vlees. Op deze manier willen de boeren hun dank betuigen aan de vrijwilligers maar sommigen overdrijven een beetje. Het is toch wel mooi dat je deze mensen op deze manier kunt helpen. Sommige vrijwilligers komen gewoon een dagje helpen terwijl anderen er al 4 maanden zitten. Wij zijn er inmiddels een week en denken nog een week of zo te blijven.
Foto's juni 2014
We moesten dus ook nog wat chalets zelf schoonmaken. Daarnaast moesten we nog vele ontbijt pakketten klaarmaken en diverse andere schalen met lekkernijen opmaken. Je vraagt je af waar sommigen mensen het allemaal laten! Maar goed het moet nu eenmaal luxe zijn en men moet zich goed verwend voelen. Gelukkig hebben we alleen maar blije gezichten zien vertrekken. Een en ander is de eigenaren niet onopgemerkt gebleven, bij terugkomst bleek dat zij (wij?) een bezetting hadden gehaald van 84%, iets wat nog niet eerder was voorgekomen bij hun. Nog voordat we weer vertrokken vroegen ze ons dus direct weer terug voor de maand november. Vanuit Perth zijn we weer naar Melbourne terug gevlogen om onze camper weer op te halen. De vlucht en het transport naar de parkeerplaats verliep vlot maar toen we de camper wilde starten wilde de motor niet echt meer aanslaan. Accu leeg! Aangezien het een truck is en dus 24v hielp de hulpaccu die men had klaar staan niet om te starten en moesten we dus Isuzu hulptroepen inschakelen. Nou ja, je moet iets doen om de verjaardag van Wilanda onvergetelijk te maken ;). Gelukkig was de hulp binnen een uur aanwezig en de truck startte direct. We moesten wel ongeveer 45 minuten verplicht rijden om de accu weer op te laden. Gelukkig wisten we een 24 uurs truckstop in de omgeving waar we konden overnachten want het was inmiddels al 10.00 uur in de avond. Goede (gratis) service van Isuzu! De volgende ochtend kregen we nog een telefoontje om te vragen of we weer op pad waren en alles goed was gegaan. Gelukkig wel! Vanaf onze truckstop zijn we weer teruggereden richting Melbourne om weer onze voorraad aan te vullen. Na het doen van de nodige booschappen zijn we naar een caravanpark gereden om alles op ons gemak te reorganiseren en water bij te vullen. Vervolgens konden we weer naar ons adresje in Melbourne om wederom op het hondje Hugo te passen voor een paar dagen. Wat hebben we het toch druk! Vanuit Melboune zijn we gegonnen aan onze reis naar het noorden, maar wederom niet te ver. We hadden namelijk via Facebook een oproep gezien van Blazeaid voor vrijwilligers. Blazeaid is een zelfstandige organisatie die getroffenen van (bos)branden, overstromingen en cyclonen een helpende hand toesteekt. De organisatie is opgericht door een boer die zelf door brand werd getroffen in 2009 en een advertentie plaatste voor hulp. Hier kwamen zoveel mensen op af dat hij dacht hier moet ik iets mee doen en inmiddels hebben ze al heel wat mensen in de afgelopen 5 jaar blij gemaakt. Het gebied boven Melbourne is afgelopen zomer behoorlijk getroffen door branden waarbij vele omheiningen (veelal houten palen) door brand zijn verwoest. Op deze plekken moet in het voorjaar het vee weer gaan grazen en bij de afmetingen van de boerderijen hier betekent dat heel veel omheining. De boeren moeten zelf voor het materiaal zorgen en meewerken, Blazeaid helpt dan met het weghalen van de restanten van de oude omheining en vervolgens het plaatsen van de nieuwe. Dit werk is op basis van vrijwilligheid en sommigen mensen komen een dagje helpen maar het is natuurlijk fijn als je wat langer kunt blijven. Wij zijn aangekomen bij het kamp in Clarkefield waar momenteel zo’n 15 tal mensen zijn. Toen we aankwamen was het net lunchtijd en hebben gelijk meegegeten en kennis gemaakt. Omdat het helaas slecht weer was heeft Johan de 1e dag niet heel veel kunnen doen en Wilanda heeft wat keuken en (noodzakelijke) schoonmaakwerkzaamheden verricht. Het avondeten wordt verzorgd door de lokale boeren die geholpen zijn, of worden, door Blazeaid en bestaat vaak uit een heuse 3 gangen maaltijd. Ontbijt en lunch worden verzorgd door de vrijwilligers maar veelal gesponsord of gesubsidieerd door het lokale bedrijfsleven of verenigingen. Je komt niets dus tekort! Het programma begint al vroeg, ontbijt om 7.00 uur en een verplichten ochtendbijeenkomst om 7.30 uur. Hier worden teams ingedeeld en de veiligheidsvoorschriften herhaald. De 2e dag had Wilanda weer keukendienst er werd namelijk ook een groep van 25 schoolkinderen (15-16 jaar) verwacht om ook een dagje te komen helpen. Zij heeft zich dus bezig gehouden met het maken van salades, brood, kaas en vleeswaren snijden, de vloer van de hal vegen en dweilen, toiletten schoonmaken en diverse andere werkzaamheden. Johan werd bij een groep ingedeeld om omheiningen te gaan plaatsen. Dit betekent dus aanhanger laden met de nodige gereedschappen en verplichte EHBO kit. Vervolgens op pad naar de aangewezen boerderij. Die waar Johan moest werken was maar op 15 minuten rijden maar anderen moesten wel een uur rijden. Omdat je veelal “in the middle of nowhere” bent is er geen wagen met beton aanwezig om de palen in de grond vast te krijgen dus het gat moet redelijk breed en diep worden uitgegraven om vervolgens de paal (25cm doorsnee) te plaatsen en het gat op te vullen met laagjes zand en stenen wat continue moet aangestampt zodat een stevig geheel ontstaat. Uiteraard moeten de palen van ongelijke lengte wel enigzins op dezelfde hoogte staan, in lijn en waterpas. Het duurt dus wel even voordat er 1 paal staat. Nadat we de 2e paal hadden staan begon het hard te waaien, te regenen en later zelfs te hagelen. Men is zuinig op de vrijwillgers dus eerst even schuilen en toen het er op leek dat het niet meer zou verbeteren weer terug naar de basis. Koffie, boekje lezen, lunch en wat bijkletsen met andere vrijwilligers. Na de lunch belde de boer echter op dat het weer was opgeklaard dus is het team van Johan weer vetrokken en ze hebben in de middag nog 7 palen geplaatst. Deze 9 palen waren de hoekpalen van een perceel waar de omheining aan vast komt te staan. Het terrein is nu klaar voor verdere omheining en de ijzeren palen die er tussen komen te staan dit gaat natuurlijk veel sneller waarna het gaas kan worden geplaatst. Bij terugkomst op de basis was het een drukte van jewelste. De schoolkinderen waren gearriveerd en hadden hun tentjes al opgezet. Een mooi gezicht al die tentjes maar wij blij dat we in de camper slapen met deze wind en kou! De 2e dag was het weer ons goed gezind en ging Johan weer op pad met Paul, de teamleider, ondersteund door 5 kinderen (allemaal ongeveer 15 jaar) en 1 leraar. Er was een oude omheining met een lengte van ongeveer 400 meter die moest worden ontmanteld. Eerst het prikkeldraad er af, vervolgens stroomdraad en dan de andere 3 ondersteunende draden. Het draad wat nog kan worden gebruikt wordt aan de kant gelegd dan wel opgerold op een “spinner”. Vervolgens wordt het gaas op de grond gelegd en opgerold zodat met makkelijk afgevoerd kan worden. Omdat dit gerecycled wordt moet wel al het hout, plastic en porcelein verwijderd zijn. De laatste restanten houten palen worden verwijderd en vervolgens kan het opbouwen weer beginnen in omgekeerde volgorde. Het merendeel van de nieuwe palen zijn van staal, dit is aanmerkelijk lichter en werkt dus stukken sneller. Aan het eind van de dag was het hele stuk weer voorzien van een mooie nieuwe heining. De schoolkinderen vonden het allemaal erg leuk en het waren stuk voor stuk harde werkers! Een meisje vond het zelfs zo leuk dat ze volgende week in de schoolvakantie met haar ouders graag weer hier heen wil om te helpen. De dag er na ging Johan met dezelfde groep naar een “kerstbomen farm”. Wederom zo’n 300 meter omheining verwijderen maar deze keer waren de omstandigheden iets lastiger. De omheining stond namelijk aan de rand van de bomenrij en er zat nogal wat gaas en prikkeldraad in de knoop. Maar vele handen maken licht werk dus rond de koffiepauze was de klus geklaard. De boer waar we deze dag aan het werk waren had voor de pauze nog een kleine verassing voor de kinderen maar ook voor Johan en Paul was het heel interessant. Hij verzorgde namelijk 2 tamme Dingo’s die hij als baby had gekregen en opgevoed. Dingo’s worden gezien als wilde honden maar het is eigenlijk een heel andere diersoort, een groot verschil is namelijk dat Dingo’s niet kunnen blaffen maar meer een huilend geluid maken. Tevens kunen Dingo’s hun oren compleet naar achteren richten. Deze Dingo’s zijn eigendom van het Dingo Informatiecentrum en er wordt mee gefokt en deze Dingo’s gaan de hele wereld over naar dierentuinen. Deze boer had de Dingo’s ook een aantal commando’s geleerd zoals honden dat ook leren bij gehoorzaamheidscursussen. Al met al heel interessant en zo steek je dus nog wat op. Filmpje Dingo aaien. Na de koffie was het voor de kinderen weer tijd om terug te gaan naar de basis voor de lunch om vervolgens weer richting school, af te reizen. Paul en Johan hebben vervolgens nog wat meer (ijzer etc) opgeruimd rondom de boerderij en vervolgens gevraagd of we nog iets anderes konden betekenen. Nou ja, eigenlijk wel. Er moest namelijk nog een schutting worden geplaatst en het plan was om dat volgende week met zijn vrouw en kinderen te doen waarbij hij de hele week nodig zou hebben. We konden dus wel vast een begin maken. Een paar uur later stond met vereende krachten de hele schutting (kleine 100 meter) compleet overeind en de boer was super gelukkig! De volgende dag weer op pad met een nieuw team. Dit werd een productieve dag. Met 4 man 750m omheining geplaatst. Dit was mogelijk omdat het terrein helemaal vlak en recht was en de juiste materialen voor handen waren. Bij deze boer werden we in de watten gelegd, koffie pauze met ham-kaas croissants en als lunch groentesoep en broodjes warm vlees. Op deze manier willen de boeren hun dank betuigen aan de vrijwilligers maar sommigen overdrijven een beetje. Het is toch wel mooi dat je deze mensen op deze manier kunt helpen. Sommige vrijwilligers komen gewoon een dagje helpen terwijl anderen er al 4 maanden zitten. Wij zijn er inmiddels een week en denken nog een week of zo te blijven.
Foto's juni 2014
zondag 1 juni 2014
Mei 2014
In de maand april
waren we nog iets vergeten te vermelden. We zijn in Campbel Town geweest en
daar is de hoofdstraat aan beide kanten voorzien van een rij klinkers de z.g.
“convict trail”. Elke klinker heeft de naam van een gevange, het jaar waarin
hij is aangekomen (begin 1800 toen Australie als strafkolonie voor Engeland
fungeerde) en met welk schip, de begane misdaad en de straf die men kreeg. En
die waren niet mis! 14 jaar gevangenis straf voor het stelen van een zakdoek
bijvoorbeeld. Maar er was ook levenslang en zelfs stokslagen in combinatie met
gevangenis straf. Het was indrukwekkend!
De afgelopen maand is iets anders dan normaal verlopen. Minder reizen met de camper maar wel weer bijzondere dingen meegemaakt. Allereerst natuurlijk onze eerste housesitting job. Dit is onbetaald maar je mag gebruik maken van het huis met alle gemakken van dien in ruil voor het oppassen op het huis en in dit geval ook op Hugo een Chiwawa. De eerste dag lag hij voornamelijk onder zijn deken maar nadat hij was uitgelaten kwam hij tot leven en de 2e dag zelfs op schoot. Het was maar voor 5 dagen waarbij Hugo 2x per dag moest worden uitgelaten en eten worden gegeven en de rest van de dag hadden we dan voor ons zelf. We zijn met de tram het centrum van Melbourne in geweest en verder niet zo veel gedaan. Johan had de keuring voor de camper geregeld voor maandag, de dag nadat onze housesitting job er op zat. Dit was in Geelong zo’n 70km van Melbourne. De keuring zou ongeveer 4 uur gaan duren werd ons mede gedeeld. Dit tot onze verbazing omdat het vorig jaar binnen een half uur was geregeld in WA. De keurings man gaf aan dat elke staat zijn eigen regels heeft en dat ze in Victoria erg strict zijn. Nou ja, het zij zo, en we konden dus mooi wat geocaches gaan zoeken in de buurt. Toen we na de lunch terug kwamen was de keuring klaar. Helaas was de camper niet goedgekeurd omdat er een blad van de verenpakket aan de voorkant was gescheurd. Eerst maar naar de Isuzu dealer gereden die we toevallig hadden gezien onderweg naar de keuring, we hebben tenslotte 3 jaar garantie. Die kon ons echter niet helpen omdat ze het niet zelf doen en ze gaven aan dat het geen garantie was omdat het een aangepast verenpakket betrof. Vervolgens de camperbouwer gebeld die ons doorverwees naar de veren leverancier. Die regelde alles supersnel. Binnen een half uur gaf hij ons een adres waar we het konden laten maken en hij betaalde de rekening. Superservice! Bij deze werkplaats aangekomen bleek dat het vandaag niet meer ging lukken, het was inmiddels 4 uur maar ze zouden de volgende dag (dinsdag) om 8 uur beginnen. Op het afgesproken tijdstip hebben wij de camper afgeleverd en zijn wij door de vriendelijke eigenaresse naar een locatie gebracht waar we nog wat meer konden geocachen. Gelukkig was het mooi weer. We hebben ongeveer 10km gelopen en kwamen al geocachend weer terug bij de werkplaats. Onze camper zag er een beetje zielig uit zonder wielen en op blokken.
De verwachting was dat het gerepareerde
verenpakket om 4 uur zou aankomen en dan kon het worden gemonteerd. Toen de
baas echter terug kwam van de verenspecialist had hij slecht nieuws. Het waren
speciale veren en ze werden nu gemaakt. Ze zouden morgen in de loop van de dag
klaar zijn. Wat nu, een camper die niet kan rijden. We hebben dus maar gevraagd
of we in de camper konden blijven die in de werkplaats stond. Ze moetsen er wel
om lachen maar begrepen de situatie. We kregen zelfs nog stroom er bij dus we
hebben voor de verandering eens binnen gekampeerd. De volgende ochtend hebben
we aangeboden (eigen belang natuurlijk) dat we met alle plezier de veren wel
wilden gaan ophalen in Melbourne. Dit vonden ze een goed plan dus om 10uur
gingen wij op pad. Rond 12 uur waren we weer terug en men ging direct aan de
slag. Over een uurtje zouden ze klaar zijn. Het zat echter een beetje tegen en
het duurde en het duurde. Helaas, als het dan mis gaat gaat alles mis. Een van
de bouten waarmee het vast gezet moest worden brak af en inmiddels was de
leverancier gesloten. Nog maar een nachtje kamperen in de werkplaats dus.
Hopelijk zou het karwei dan op woensdag geklaard zijn want op donderdag moesten
we immers naar Perth vliegen. Voor de zekerheid de vlucht maar vast verzet naar
een later tijdstip.
De camper moest natuurlijk eerst gemaakt worden en vervolgens naar de
herkeuring. Gelukkig hadden alle partijen begrip voor onze situatie en werkten
de partijen goed samen. De camper werd gerepareerd en om 12.00 konden we hem
opnieuw ter inspectie aanbieden. Dit ging heel officieel er werden foto’s gemaakt
van de camper, voorkant, kenteken en zelfs de gerepareerde onderdelen. Gelukkig
was alles nu in orde en konden we op weg naar het vliegveld. De camper hebben
we geparkeerd bij een prive “lang parkeren” terrein. Met een shuttle bus van en
naar het vliegveld, slechts 5 minuten rijden. De camper is prominent voor het
kantoor geparkeerd dus kan men er mooi een oogje op houden. De vlucht van
Melbourne naar Perth verliep goed, 4 uur vliegen maar door het tijdverschil van
2 uur kwamen we nog redelijk op tijd in Perth aan. Het voelde direct vertrouwd
aan in Perth alhoewel er flink gebouwd wordt. Er wordt namelijk een hele nieuwe
boulevard gebouwd met hotels, shops en appartementen. We hebben wat
rondgelopen, gewinkeld en gelijk wat medische afspraken afgehandeld. Op zondag
zijn we nog even naar een auto wezen kijken die we op internet te koop hadden
zien staan. Een heuse Mini Moke, maar wel een hele bijzondere namelijk een die
volledig op zonne-energie rijdt. Ideaal voor ons als we straks weer terug zijn
in Denham voor de korte ritjes in het dorp. We zagen het helemaal zitten echter
het in en uit stappen was niet erg handig voor ons met onze lange benen en
achter het stuur zitten eigenlijk onmogelijk. De stoelen konden niet worden
verzet dus we hebben het maar bij kijken gelaten. Op maandag moesten we vroeg
opstaan want we moesten met de trein naar Bunbury. Anders dan in Nederland moet
je een plaats al van tevoren reserveren. De treinreis duurde ongeveer 2.5 uur.
In Bunbury werden opgehaald door de eigenaren van het 100 hectare complex waar
we 5 weken gaan werken. Na een korte kennismaking begon de (werk)dag goed met
een lunch onderweg. Van Bunbury is het namelijk nog een uur rijden naar het
Hidden Grove Retreat. Een erg luxe complex met slechts 3 chalets maar wel van
alle gemakken voorzien inclusief een eigen hot-tub voor elk chalet. Daarnaast
hebben ze nog een olijfboomgaard, maar daar hoeven we niets aan te doen. Naast
de chalets biedt men vele extra’s aan zoals diverse ontbijtpakketen,
bbq-pakket, kaasplank, ploughmans platter, massages (nee die hoeven we niet
zelf te doen) en nog veel meer wat je kunt bedenken voor luxe en romantische
uitjes. Behalve het in en uitcheken nog wel wat extra werk dus maar het is
allemaal redelijk goed georganiseerd. De chalets zijn erg luxe ingericht en
uitgevoerd en er zijn uitgebreide sportfaciliteieten zoals een jeu de boules
baan, badminton, tennisbaan, buiten schaakspel en fietsen in bruikleen.
Daarnaast zijn er diverse wandelpaden over het complex waar o.a. 500 jaar oude
bomen te bewonderen zijn. Er is geen verbinding met mobiele telefoons dus men
kan hier echt uitrusten. Nou ja de gasten dan, wij moeten natuurlijk werken. Het complex is zo
groot dat je met de auto de post moet gaan ophalen bij de brievenbus. Wat wel
handig is, dat als je post wilt versturen je deze gewoon in je brievenbus
klaarlegt, een rood vlaggetje er op en dan neemt de postbode het weer mee. Erg
handig!
Naast de genoemde werkzaamheden kregen we al snel te maken met een waterlekkage. Er borrelde water op uit de grond en we kregen gelijk al weer een “flashback” want kort nadat we ons eigen complex hadden overgenomen hadden we ook te kampen met een waterlek. En omdat men hier volledig afhankelijk is van regenwater is water super schaars. Gelukkig was er een nummer van een vriend alhier beschikbaar die het zou kunnen oplossen. Deze man was er redelijk snel en het euvel was snel verholpen. Waarschijnlijk hadden de weergoden gehoord dat we zo afhankelijk waren van het regenwater want een paar dagen later begon het gedurende de nacht te regenen. Nou ja, zeg maar hosen! In een paar uur tijd was er ruim 100mm gevallen en omdat we hier een beetje in een dal zitten kwam het water van alle kanten aangestroomd. Het prive meer was dan ook in mum van tijd zo vol dat het al overstroomde evenals de regenwater tank (van 120.000 liter). Gelukkig konden we alles binnen drooghouden door hier en daar wat extra geultjes te trekken en de goten schoon te maken. Door de vele waterstromen waren er ook veel bladeren en takken meegekomen, het is nu eenmaal ook herfst hier. Gelukkig klaarde het weer in de middag op. De volgende dag moesten we boodschappen gaan doen in Bunbury, zo’n uur rijden hier vandaan. Toen we ongeveer halverwege waren belde een van de gasten op en gaf aan dat ze geen heet water hadden. Wij dus maar direct omgedraaid en een kijkje nemen. Het euvel was snel gevonden. De gasfles was leeg! Gelukkig heeft ieder huisje 2 gasflessen en na het omdraaien van de knop die de andere gasfles inschakelde hadden deze gasten weer warm water. Inmiddels 1.5 uur later dan onze eerste vertrek toch maar weer op pad. Toen we in Bunbury bij het eerste adres onze booschappen hadden gedaan deed het volgende probleem zich voor. De auto startte niet, accu leeg! Grrrrrrrr dat kon er ook nog wel bij. Omdat het vrij warm was hadden we de airco aangehad, mogelijk was dat de boosdoener, die hebben we later maar uitgelaten evenals de ventilatie en de radio. Gelukkig hadden we snel iemand gevonden met startkabels die bereid was om ons weer verder te helpen. Het verdere boodschappen doen evenals de terugreis verliep hierna voorspoedig.
Naast de genoemde werkzaamheden kregen we al snel te maken met een waterlekkage. Er borrelde water op uit de grond en we kregen gelijk al weer een “flashback” want kort nadat we ons eigen complex hadden overgenomen hadden we ook te kampen met een waterlek. En omdat men hier volledig afhankelijk is van regenwater is water super schaars. Gelukkig was er een nummer van een vriend alhier beschikbaar die het zou kunnen oplossen. Deze man was er redelijk snel en het euvel was snel verholpen. Waarschijnlijk hadden de weergoden gehoord dat we zo afhankelijk waren van het regenwater want een paar dagen later begon het gedurende de nacht te regenen. Nou ja, zeg maar hosen! In een paar uur tijd was er ruim 100mm gevallen en omdat we hier een beetje in een dal zitten kwam het water van alle kanten aangestroomd. Het prive meer was dan ook in mum van tijd zo vol dat het al overstroomde evenals de regenwater tank (van 120.000 liter). Gelukkig konden we alles binnen drooghouden door hier en daar wat extra geultjes te trekken en de goten schoon te maken. Door de vele waterstromen waren er ook veel bladeren en takken meegekomen, het is nu eenmaal ook herfst hier. Gelukkig klaarde het weer in de middag op. De volgende dag moesten we boodschappen gaan doen in Bunbury, zo’n uur rijden hier vandaan. Toen we ongeveer halverwege waren belde een van de gasten op en gaf aan dat ze geen heet water hadden. Wij dus maar direct omgedraaid en een kijkje nemen. Het euvel was snel gevonden. De gasfles was leeg! Gelukkig heeft ieder huisje 2 gasflessen en na het omdraaien van de knop die de andere gasfles inschakelde hadden deze gasten weer warm water. Inmiddels 1.5 uur later dan onze eerste vertrek toch maar weer op pad. Toen we in Bunbury bij het eerste adres onze booschappen hadden gedaan deed het volgende probleem zich voor. De auto startte niet, accu leeg! Grrrrrrrr dat kon er ook nog wel bij. Omdat het vrij warm was hadden we de airco aangehad, mogelijk was dat de boosdoener, die hebben we later maar uitgelaten evenals de ventilatie en de radio. Gelukkig hadden we snel iemand gevonden met startkabels die bereid was om ons weer verder te helpen. Het verdere boodschappen doen evenals de terugreis verliep hierna voorspoedig.
donderdag 1 mei 2014
April 2014
Bruny Island is
een klein eiland bij Tasmanie. Nou ja klein, 2x zo groot als Texel of 3x zo
groot als Tilburg en totaal zo’n 620 (Texel 13.500, Tilburg 210.000) inwoners
alhoewel dit van dag tot dag scheelt. Heel wat mensen wonen in Hobart en komen
van donderdag tot zondag naar Bruny om van het weekend te genieten. Het eiland
bestaat eigenlijk uit 2 gedeelten, het Noord en het Zuid eiland. Het noord
eiland is nagenoeg onbewoond en hier wordt voornamelijk vee gehouden. De meeste
“wegen” zijn er onverhard en het is er dus erg rustig. Het noordelijk eiland is
via een smalle strook verbonden met het zuidelijk eiland, net iets breder dan
de weg. Het is er vooral erg relaxed en een waar paradijs voor de liefhebber
van lekker eten. Bijna alles wordt op het eiland geproduceerd; Zalm, forel,
oesters, kaas, brood, lam, kip en ook nog wijn. Alles wat we hebben geprobeerd
was heerlijk en vers. Op het zuidelijk eiland is ook de meest zuidelijke pub /
hotel waar we natuurlijk een biertje hebben gedronken en gegeten. Wilanda had
de grootste kip-parmagiana die ze ooit had gehad met hele malse kip en Johan
nam de visschotel. Wilanda had een boek gelezen over het leven als vrouw van de
vuurtorenwachter op het eiland dus we hebben ook de vuurtoren bezocht. Dit is
de 3e vuurtoren die in Australie is gebouwd in het jaar 1838. Het
leven in die tijd was niet makkelijk daar, in die tijd moest men elk uur de
olie gaan bijvullen zodat de lamp bleef branden. Captain William Hawking was
voor bijna 38 jaar (van 1877-1914) de vuurtorenwachter, wat overigens wel een
uitzondering is de meeste deden dit maar voor 2-4 jaar. Hij wist toen hij weer
in de “bewoonde wereld” kwam niet wat geld was, dit had hij nog nooit gebruikt.
Ook wist hij niet hoe hij moest auto rijden! De vuurtoren is nu vervangen door
een compleet automatisch systeem en vrijwilligers vertellen wat over de
vuurtoren en het leven hier en houden voornamelijk een oogje in het zeil.
Iedereen kan zich aanmelden als vrijwilleger en dit kun je dan 2 maanden doen. Verder
hebben we wat gewandeld langs het strand en bij een verlaten camping kwamen we
plots oog in oog met een witte Walibi (klein soort kangaroe) die allen op Bruny
Island voorkomen. Best uniek dus! Het geluk was met ons want 5 minuten later
zagen we er nog een, heel apart! We hebben ook nog een boottocht gemaakt langs
de kust zo zagen we heel wat grotten aan de zee, sommige gangen zijn wel 80m
lang. Nadat we de rivier verlaten hadden was het “open oceaan” en waren er
redelijk grote golven en direct werden de eerste mensen hier een beetje ziek.
We zijn om een paar rotseilandjes gevaren waar zeeleeuwen lagen te luieren en
zonnen. Sommigen waren nieuwsgierig en kwamen gelijk kijken maar anderen bleven
lekker luieren. Een mooi gezicht, toch wel heel anders dan een dierentuin. We
vonden ze groter en zeer zeker nog steviger dan in een dierentuin maar ja, de
winter komt eraan en dan kun je hier maar beter een ‘extra’ jasje hebben. Met de
tempratuur die we nu (herfst) hier hadden besloten wij spontaan dat Antartica
niet tot onze reisplannen gaat behoren! Na vijf dagen hadden we het gezien en
hebben we de ferry genomen terug naar het “grote” eiland Tasmanie. Deze keer
hebben we Hobart links laten liggen en zijn via een rustige route via de historische
dorpjes Oatlands, Ross en Campbell Town, naar de oostkust gereden met als doel het
Freycinet NP. Voor de 1e nacht vonden we een mooie campsite, direct
aan het strand bij de zogenaamde “Friendly Beaches” in het NP. Helaas ging het
gedurende de nacht regenen en dit bleef ook de volgende dag aanhouden. We zijn
wel het NP ingereden maar hebben uistlsuitend twee korte wandelingen gedaan
maar wel met mooie uitzichten. De wandeling naar Wineglass Bay hebben we
vanwege de regen en 300 traptreden maar achterwege gelaten. De 2e
nacht maar op dezelfde campsite verbleven, waar we nog steeds het rijk alleen
hadden. De zon kwam door dus we hebben nog even lekker van het zonnetje kunnen
genieten. Toen we buiten zaten kregen we nog bezoek van een Echidna
(mierenegel) en konden we eens goed vandichtbij bekijken hoe die te werk gaan, klik hier voor het filmpje.
Heel grappig en ook weer bijzonder. De volgende dag zijn we weer vertrokken via
St Helens op weg naar Mt Willam NP. Onderweg hebben we nogmaals een wandeling
door het regenwoud gedaan, deze was kort maar wel heel mooi met goede uitleg. Wel
vonden we na afloop wat ongenode gasten op ons lichaam. Een paar bloedzuigers
en eentje had flink zijn best gedaan en wat bloed van Johan afhandig gemaakt.
De regio boven St Helens wordt door toeristen beduidend minder bezocht. Er zijn
minder verharde wegen maar de kustlijn is zeker zo mooi dan wel mooier dan het
bekende Freycinet NP. We hebben weer bijzonder mooie strandjes gezien met
glashelder water en kwamen langs het “Blue Lake” een meer waar het water
bijzonder blauw van kleur is. In het NP vonden weer een hele mooie campsite in
de duinen bij Petal Point, wederom helemaal alleen. Petal Point is zo ongeveer
de meest Noord-Oostelijke punt van Tasmanie. Hiermee hadden we ons rondje
Tasmanie bijna afgerond en met de Pasen in aantocht besloten we om maar op zoek
te gaan naar een locatie waar we een aantal nachten konden blijven staan. Pasen
is voor Tasmaniers namelijk de laatste gelegenheid van het jaar om uit kamperen
te gaan en met 2 lange weekenden achter elkaar en de schoolvakantie weer
begonnen was er enige drukte te verwachten. Min of meer toevallig kwamen we
terecht bij het VVV in George Town en die gaven ons een folder van een
caravanpark en dit was echt supergoedkoop. Even een kijkje wezen nemen en het
bleek dat het nog in aanleg was maar er was stroom en water en schone toiletten
en hete douches, wat wil je nog meer. Ja hoor er was nog plaats voor de Pasen.
Wij hebben dus direct geboekt en besloten om maar gelijk een week te blijven om
een beetje bij te komen van het rondreizen. Het was superrustig en we hebben
ons voornamelijk bezig gehouden met wandelen en geocachen. De zomer veranderd
met Pasen altijd in winter in Tasmanie zegt men alhier. Nou 1e
paasdag was voornamelijk regenachtig en de temperatuur was aanzienlijk gedaald
en de nachten werden ook koud. We waren dus best blij met onze stroom en
verwarming in de camper. Van hieruit zijn we langzaam aan vertrokken richting
Devonport waar we vrijdag 25 april weer de ferry hebben genomen naar Melbourne.
We hebben veel gezien, Tasmanie is erg mooi en super relaxed. De dag van aankomst
hebben we eerst Melbourne weer doorkruist. Dit was deze keer iets eenvoudiger
omdat het om zaterdagochtend om 6.30 uur nog niet zo druk is op de weg. We zijn
naar een Aldi buiten de stad gereden, daar hebben ze altijd grote
parkeerplaatsen hebben daar ontbeten (nee niet bij de Aldi maar in de camper)
en vervolgens boodschappen gedaan. Toen we net weer op weg waren zagen we een
bordje “boeren markt” een markt waar locale producten worden verkocht. Toch nog
maar even kijken. Natuurlijk kwamen we weer met de nodige zaken terug naar de
camper. Op de markt prijsde ook iemand de lokale Darebin Bowling Club aan, net
naast de markt, en vervolgens zijn we daar maar gaan bowlen op een binnen
bowlingbaan. Dit hadden we nog niet eerder meegemaakt. Het was een bijzondere
ervaring met name doordat de bowlingbaan midden in de wielerbaan lag waar
wielrenners aan het trainen waren inclusief een motor waar ze met zijn allen
achter aan reden en een coach die stond te schreeuwen. Nou ja het stoorde ons
niet en Wilanda helemaal niet, die ging er gewoon met de 1e prijs
vandoor! Goed hoor! Op zondag hebben we de camper op een P&R terrein
geparkeerd en zijn we met de trein de stad in geweest. Ook weer een bijzondere
ervaring. Kaartjes kun je niet meer kopen. Je moet een pas kopen en daar geld
opstorten en daar reis je dan mee. In Perth hebben ze dit ook maar kun je ook
nog gewoon losse kaartjes kopen. In Melbourne werd namelijk (gewoon op zondag)
Koningsdag gevierd met Nederlandse activiteiten en vooral veel eten. De rij
voor de kroketten was superlang en gingen met tientallen tegelijk over de
toonbank. Er waren ook nog frikandellen, poffertjes, oliebollen, stroopwafels, haring,
paling, erwtensoep en zelfs oranje-tompouce. Nee, we konden het niet allemaal
op. Daarnaast waren er nog een aantal standjes met oude Nederlandse prullaria,
een draaiorgel en zelfs klompendansen zie: https://www.youtube.com/watch?v=-PaEdQ_GGiE . Al met al leuk om eens mee te maken. De
dag er na hebben we Shannons bezocht. Dit is een veilinghuis voor met name
klassieke auto’s en volgende week is de veiling maar er was nu al open dag. We
waren verbaasd, zoveel mooie klassiekers het leek wel een museum en dat zonder
entree te hoeven te betalen! Er zaten hele mooie maar ook erg aparte auto’s
bij. Vinden we hier ook onze toekomstige auto? Via internet hadden we tevens een oproep gezien voor “housesitters” in
Melbourne. Omdat we toch nog even tijd hadden en de weersverwachtingen wat
minder zijn hebben we hierop gereageerd en zijn we vanaf 29 april aan het
oppassen op een huis en een hondje. Twee maal per dag eten geven en uitlaten en
de rest gewoon niets doen. Wilanda tijd om te puzzelen en weer appelflappen te
maken en Johan weer tijd om de administratie op orde te brengen en de keuring
voor de motorhome te organiseren. Deze is namelijk in Queensland geregistreerd
en daar moeten ze elk jaar gekeurd worden. We zijn nu echter in Victoria en dan
moet je weer eerst toestemming vragen om het daar te mogen doen. Toch maar
overschrijven straks naar West-Australie, daar is namelijk geen jaarlijkse keuring
vereist!
Klik hier voor de foto's van april 2014
Klik hier voor de foto's van april 2014
woensdag 2 april 2014
Maart 2014
Aangekomen in
Queenstown gingen we eerst even op zoek naar de lokale VVV. De man die ons te
woord stond was echter niet van plan om van zijn stoel te komen en zijn boek
los te laten. We vroegen naar wat informatie en hij zei zoiets van “er zijn
hier ongeveer 20 kamers vol informatie”. We vroegen vervolgens maar naar de
stoomtrein en zijn antwoord was “ hier 200m verder is het informatie kantoor
van de stoomtrein”. Daar konden we het dus mee doen, nog niet eerder
meegemaakt! Het kantoor van de stoomtrein was echter al gesloten dus zijn we
daar de volgende dag maar geweest. De trein vertrekt al om 9.00 uur dus te laat
voor die dag maar wel gelijk geboekt voor de volgende dag. Deze dag hebben we
verder doorgebracht door wat toeristische routes te rijden en wat
uitzichtpunten te bekijken. De omgeving is in het verleden helemaal gestript
vanwege de goud en koperwinning maar men is 10 jaar geleden begonnen met
opnieuw aanplanten van de kale rotsen. Hele stukken zien er nu al groen uit
maar ook zijn hele stukken nog kaal. Er moeten heel wat goud en koper mijnen in
de omgeving geweest zijn en via Geocaching kwamen we terecht bij een oude
goudmijn. Je moest wel een stukje naar boven klimmen en de ingang van de tunnel
en spoorlijntje was nog duidelijk zichtbaar. De tunnel was donker en nat dus
Johan is niet verder gelopen. De cache was snel gevonden maar helaas geen goud!
De volgende dag zijn we dus met de stoomtrein door het regenwoud gereden. De
trein Mt. Lyell no. 3, ook wel genaamd Abt no 3 is gebouwd in 1898 in Glasgow
en werd oorsponkelijk gestookt met kolen maar is later omgebouwd zodat deze op
afgewerkte olie kon stoken. De naam Abt wordt gebruikt omdat de locomotief is voorzien
van het Systeem Abt. Dit is een
systeem voor tandradspoorwegen, ontwikkeld door de Zwitserse ingenieur Roman Abt. Dit is noodzakelijk vanwege de stijle helling (20%) die men op en af
moet. Voor meer informatie zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/System_Abt . Het spoorweg traject is niet zo heel lang maar
onderweg moet diverse malen worden gestopt om water bij te vullen voor de
stoommachine. Er is namelijk 3000 liter water nodig om een heuvel van 6km te
beklimmen. Bij deze stops kun je de trein even uit om wat rond te lopen en bij
een stop was een bak geplaatst waar je “goud kon pannen”. Een dame uit het
gezelschap vond zowaar een flintertje goud! Bij het eindpunt (of beter gezegd
halverwege maar de trein gaat momenteel niet verder) moet de locomotief met de hand
worden gedraaid. De locomotief wordt dan op een platform gereden en door de
twee machinisten met de hand omgedraaid. Het was al met al een leuke belevenis.
Van Queenstown zijn we vervolgens naar Strahan gereden. Dit via een hele
bochtige weg dit komt doordat men destijds geen geld had om bruggen te bouwen
en je rijd dus gewoon berg op en berg af met het nodige geslinger. Dat was
goedkoper dan bruggen bouwen! In Strahan hebben we een tochtje op de rivier
gemaakt, wederom door het regenwoud. Hier werden vroeger veel Huon Pine bomen
gekapt. Dit hout is extreem duurzaam en daarvoor was het erg geschikt voor het
bouwen van boten. Hier kregen we het heugelijk nieuws dat we weer oom en tante
zijn geworden van een nichtje. Wat we hier met champie vierden, en de eerste
foto’s van Faam waren superleuk! De
volgende plaats van bestemming was Sheffield. Hier was het jaarlijkse
stoomfestival. Dit duurde maar lieftst 3 dagen en we konden hier op het
festivalterrein de camper neerzetten. Normaal gesproken zou je zo’n festival 1
dag bezoeken maar er was zoveel te zien! Nog nooit zoveel werkende stoom
machines, in alle soorten en maten, bij elkaar gezien. Daarnaast waren er nog
vele andere dingen te zien. Het “crushen” van grote brokken steen, strooibalen
maken met een ouderwetse strobalen pers die nog met de hand gevuld moest
worden, graan dorsen, hout zagen en dat allemaal aangedreven door
stoommachines. Er waren ook nog tractor-pull wedstrijden met antieke tractoren,
model spoorbanen en zelfs een heuse steengroeve in miniatuur. Daarnaast vele
marktkramen en natuurlijk de nodige eet en drinkgelegenheden met zelfs
Hollandse poffertjes, die gingen er wel goed in! We hebben ons 3 dagen lang
uitstekend vermaakt. Na afloop hebben we in Sheffield nog wat rond gekeken naar
de verschillende “Murals”. Dit zijn muurschilderingen waar de geschiedenis van
Sheffield in is uitgebeeld. Elk jaar met Pasen vind hier ook het “Mural
Festival” plaats waar artiesten van heinde en verre naar toe komen om een gooi
te doen naar de prijzen die er te winnen zijn. Van hieruit zijn we weer naar
Devonport gereden en zo hebben we onze 2e noordwestelijke lus in
Tasmanie afgerond. In Devonport hadden we een vakantiehuisje geboekt omdat (het
truck-gedeelte van) de camper een servicebeurt moest hebben. Jaja, 60.000km al
weer! Tevens waren we toe aan een viertal nieuwe banden dus we zijn goed
voorbereid op wat mogelijk komen gaat: bergen, regen en wellicht zefs sneeuw!
We zullen zien. Het vakantiehuisje bleek een compleet museum te zijn. Heel erg
grappig en knus. De cottage is gebouwd in 1883 maar in 1990 compleet opgeknapt
met behoud van veel authentieke elementen. Nadat de camper weer helemaal klaar
was hebben we weer goed ingeslagen en hebben ons begeven naar Railton. Dit
dorpje reed iedereen zo’n 10 jaar geleden meteen voorbij maar 2 buren waren
begonnen met “Topiary”. Dit is een uitbeelding van iets met o.a. kippengaas wat
men dan vervolgens laat begroeien met een soort haag en dit wordt vervolgens in
model geknipt en gehouden. Dit werd ongeveer 5 jaar geleden op TV uitgezonden
en sindsdien druppelden de toeristen binnen. Nu komen er dagelijks toeristen
kijken naar de diverse kunstwerken. Om de toeristen te behouden hebben ze ook
hier een gratis campeerplek ter beschikking gesteld voor mensen met een camper
waar wij dan natuurlijk ook weer met plezier gebruik van hebben gemaakt. Het
volgende evenement was wederom niet zo ver weg: Westbury. Dit plaatsje is
ontstaan rond 1820 toen hier (ex) Ierse misdadigers en gepensioneerde Ierse
soldaten gehuisvest werden. De Ierse soldaten kregen elk een stuk land van
20.000 m2 voorzien van een waterbron en een peerenboom. Er is nog steeds een
grote populatie Ieren en Ierse afstammelingen en om deze reden wordt hier
jaarlijks het Ierse Festival gehouden rond St. Patricksday. Een festival met
veel Ierse dansen en muziek, natuurlijk waren wij van de partij! Van hieruit
zijn we via een onbekende en dus niet toeristische route gereden tussen vele
meren door. We zijn gestopt bij een zalm-kwekerij en rokerij en hebben daar de
meest fantastische “warm-gerookte” zalm geproefd en gekocht natuurlijk! Er werd
ook gin-seng gekweekt wat erg gezond schijnt te zijn maar dat is bij proeven
gebleven. Onze volgende stop was Mt Field NP. Nadat we een paar dagen door
niemandsland waren gereden kwamen we plotseling weer horden mensen tegen. We
zochten een plaatsje op de camping van het NP. Normaal zijn deze vrij basic,
maar hier had je zelfs stroom, water en warme douches. Je moest hier wel
betalen voor al deze luxe maar we hadden hier geen spijt gezien het feit dat de
temperatuur ’s-Nachts daalde tot slechts 2 graden dus we konden mooi de
verwarming aan houden! De volgende ochtend zijn we eerst door het “bos der giganten” gewandeld. Enorme bomen tot
wel 80m hoog en sommige honderden jaren oud. De leeftijd van de bomen wordt
hier gemeten via de hoogte van de boom. Ringen tellen is hier geen optie omdat
deze bomen in sommige jaren, afhankelijk van het het verloop van de seizoenen,
soms 2 ringen per jaar produceren in plaats van 1. Vervolgens hebben we de
wandeling naar Russel Falls gemaakt. Volgens de beschrijving de mooiste
waterval van Tasmanie. Nou het was zeker de moeite waard. Via wederom een niet
alledaagse route zijn we, na 4 weken Tasmanie, in Hobart aanbeland. Daar hebben
we allereerst de Cadbury fabriek bezocht waar overheerlijke chocola wordt
gemaakt. Uiteraard mochten we niet de fabriek in maar er werd wel een goede
uitleg gegeven van cacaoboon tot aan de pasta waar van de chocola wordt gemaakt
en een film getoond. Uiteraard kwamen we daarna terecht in de winkel waar we
eens goed konden zien hoeveel soorten Cadbury chocola er is en ook nog eens
hoeveel andere merken daar worden gemaakt. De Australiers zijn dol op melk
chocola en wij houden meer van puur wat in de winkels vaak lastig is te vinden.
Hier was keus genoeg en verkocht men zelfs onze favoriete Toblerone puur. Bij
navraag bleek dat de Toblerone wel in Zwitserland wordt gemaakt maar zowel
Cadbury als Toblerone zijn eigendom van Kraft Foods dus vandaar dat men het
hier ook verkoopt. Verder zijn we in Hobart naar de bekende Salamanca Markets
geweest. Wellicht de grootste van Tasmanie, zoveel kramen en zoveel mensen! En
zoveel verschillende soorten waren worden er aangeboden, het meest opmerkelijke
toch: oliebollen! En ze smaakten uitstekend. Tevens zijn we bij MONA geweest:
Museum of Old and New Arts. Een apart museum met oude en hele moderne kunst.
Nou ja als je een auto tussen 2 muren kunst kunt noemen tenminste. Er waren erg
leuke en aparte dingen maar bij sommige dachten we van: tja? Vanuit Hobart zijn
we verder zuidwaarts gegaan richting de Huon. Dit is een grote rivier met veel
mooie campeerplaatsen en leuke dorpjes. Deze route ook wel de “gourmet trail”
genoemd vanwege de vele leuke en hele goede kleine restaurantjes. In het dorpje
Huonville viel ons oog op het “specials” bord: Loempia’s met zalm en brie. Dat
leek Wilanda wel wat dus wij naar binnen. Helaas zaten er naast genoemde
ingredienten ook uien en paprika in dus helaas! Voor Wilanda werd iets gemaakt
met champignons, wat erg lekker was, en Johan nam een goed gevulde
Kreeftensoep. Erg lekker! Na Huonville werd het minder en minder druk, nou ja
ook niet iedereen wil naar Cockle Creek, het meest zuidelijke puntje van
Tasmanie / Australie. In mei vorig jaar zijn we met Mariette en Pim naar Steep
Point geweest, het meest Westelijke punt. In Augustus waren wij op Cape York,
het meest Noordelijke punt, in Oktober in Byron Bay het meest Oostelijke punt
en nu, bijna 12 maanden later en 30.000km verder zijn we dan in Cockle Creek.
Met de auto kun je alleen verder zuidelijk rijden in Nieuw Zeeland en
Argentinie maar ja die bruggen zijn niet zo lang J. Na 2 dagen heerlijk camperen zijn we van
de campsite naar het meest zuidelijk puntje gereden. Een wandelingetje gemaakt
naar het “einde van de weg” en vervolgens was het de planning om weer verder te
gaan richting Huonville. We hebben echter eerst nog even wat hulp verleend aan
een ouder echtpaar want was uitgeweken voor een auto met boot er achter en in
de greppel was beland. De klus was voor ons zo geklaard en we konden beiden
weer op pad. Toen we bij de campsite langsreden zwaaiden onze buren uitbundig
naar ons (waarschijnlijk blij dat we weg waren haha). Ruim 300 meter verder
zagen we een andere campsite. Mooi grasveld, recht tegenover het strand en
helemaal verlaten. Tja, toch nog maar een nachtje hier doorgebracht. Er zaten
wel wat bijen maar er was ook een stookton dus we hebben een kampvuurtje
gemaakt en hadden van de bijen geen last meer. De volgende dag zijn we echt
vertrokken en zijn aan de Huon rivier gestopt in het plaatsje Franklin. Een
campsite met een dumppoint en je kunt hier drinkwater opvullen, daar hebben we
de nacht doorgebracht. Maandagochtend hebben we de was gedaan en in Huonville
onze voorraad weer aangevuld en op weg naar de ferry. Nee, nog niet terug naar
het vaste land maar naar Bruny Island, een eiland aan de zuid-oost kust van
Tasmanie. De overtocht was slechts 15 minuten en we zijn inmiddels
geinstalleerd op onze campsite. Volgende maand meer over Bruny Island.
Klik hier voor de foto's van maart 2014
Klik hier voor de foto's van maart 2014
vrijdag 28 februari 2014
Februari 2014
Zoals we vorige
maand al schreven zijn we eerst The Grampians wezen bezoeken. Een (normaal
gesproken) mooi groen en heuvelachtig gebied. Er hebben recent echter wat
rampen plaats gevonden waardoor het er iets anders uitziet. Vier jaar geleden
heeft hier een grote brand gewoed waardoor grote stukken nog steeds kaal en
zwartgeblakerd zijn. Drie jaar geleden heeft het hier ontzettend veel geregend
en is er een aardverschuiving geweest en in Januari dit jaar is een het
noordelijke gedeelte door brand verwoest. Helaas was dus veel afgelsoten
waardoor we niet zo heel veel konden zien. De 1e nacht hebben we op
een “prive” camping aan een meer gestaan, prive omdat er niemand anders was.
Door de hitte en de branden zijn veel toeristen weggebleven. De 2e
nacht hebben we op een campsite gestaan in het Nationaal Park. Weer alleen
omdat er geen schaduw was. Op deze campsite maakten we kennis met onze eerste
heuze “bush-shower”. De douchehokje met een emmer aan een kabel en onderaan
deze emmer is een douchekop gemonteerd. De emmer kun je vullen bij een kraan om
de hoek met heus bronwater direct uit de bergen. Wel fris dus maar als je de
emmer een paar uur in de zon hebt laten hangen dan wordt het vanzelf gloeiend
heet. Hiervandaan zijn we doorgereden naar Halls Gap waar we vanwege de hitte
maar een camping hebben opgezocht voor 3 nachten. Deze camping had een
nederlandse eigenaresse (uit Oss notabene) en om die reden kregen we “Dutch
Discount”, een speciale korting alleen voor nederlanders. Na deze dagen, vooral
binnen blijven in de airco, zijn we rondgereden door de Grampians voor zover
dat mogelijk was en hebben een tweetal wandelingen gemaakt. Van hieruit zijn we
doorgereden naar “Old Dadswell Town”, een heel grappig vakantiepark met
verschillende huisjes allemaal met een eigen thema. Zo is er o.a. een bakker en
kapper en zowel binnen als buiten geheel in stijl. Dit is allemaal door de
eigenaren Max en Jenny zelf zo opgezet. Daarnaast hebben ze nog een grote
collectie oude auto’s en allerlei ander snuisterijen. Max en Jenny hebben we
ontmoet bij ons (voormalige) vakantiepark in Denham in 2010. Ze hebben toen een
aantal nachten een van onze huisjes gehuurd en zij hebben toen over hun park
verteld en een brochure gegeven. Die hebben we goed bewaard en gezegd dat we
wel eens langs zouden komen en daar waren we dus! We hebben een kleine
rondleiding gehad en vervolgens konden we op eigen gelegenheid een en ander
bekijken. Erg leuk! Vervolgens zijn we wat verder naar het noorden gereden en
kwamen zo terecht in het dorpje Donald. Aparte naam maar erg leuk dorp. We
hebben wat door het dorpje rondgelopen en wat caches gezocht. Vervolgens weer
op pad en toen we Donald bijna uit waren viel ons oog op een bord “Koekjesfabriek”
en “verse koekjes te koop”. Hier moesten we natuurlijk even gaan kijken. De
dame die ons te woord stond vertelde een en ander over de fabriek en natuurlijk
konden we proeven. Nou eerlijk is eerlijk, zulke lekkere koekjes hebben we lang
niet gegeten! Vers en met veel jam ertussen. Dus gelijk maar even goed
ingeslagen. De dame was tevens een soort VVV kantoor want ze vertelde
uitgebreid over van alles wat we nog niet hadden gezien en dat er vanavond
Bingo was bij de golfclub. We gaven aan dat we nog niet wisten waar we zouden
overnachten en toen zei zij dat we gewoon in het park konden camperen, veilig
en iedereen doet het. We zijn dus nog maar wat zaken wezen bekijken die zij had
aangegeven, nog wat meer caches gedaan en en gekampeerd in het park. En
uiteraard naar de Bingo geweest. Er werden 2 x 15 ronden en 2 jackpots gespeeld
(allemaal alleen volle kaart) in een razend tempo. Het begon om 8 uur en om 10
uur stonden we weer buiten. Was ook wel weer eens leuk om mee te maken.
Na nog wat andere dorpjes bezocht te hebben in het noorden van de staat Victoria hebben we ons begeven naar het plaatsje Bright. Hier vond van 14 – 16 februari het “Adventure Travel Film festival” plaats. Een festival waar vele doorgewinterde reizigers hun films en foto’s vertonen of gewoon vertellen over hun ervaringen. Er waren o.a. mensen die met een kano de oceaan zijn overgstoken, met de motor door de woestijn, met 2 Trabantjes van Praag naar het zuidelijkste puntje van Afrika gereden en nog veel meer. Deze Trabantjes waren gekocht voor 250 euro per stuk, aangepast voor 2500 euro per stuk en vervolgens koste het hele gebeuren zo’n 25.000 euro. Ze hebben het gedaan omdat iedereen zei tegen hen “dat gaat je niet lukken”, maar ze wilden bewijzen dat het wel kon.
Vanuit Bright werd het tijd om richting Melbourne te gaan omdat we voor dinsdag avond de veerboot naar Tasmanie hebben geboekt. Maar alvorens aan boord te gaan zijn we eerst nog naar het Museum in Melbourne geweest. Een heel avontuur om Melbourne te doorkruisen met onze camper in die smalle straatjes, veel verkeer, trams en dan ook nog eens links voorsorteren om rechts af te slaan. Het Heekmanplein in ’s Hertogenbosch was er niets bij... Gelukkig stond er op de website van het museum dat er ruim voldoende parkeergelegenheid was. Tja, dat was er wel, maar in de parkeergarage onder het museum en daar passen wij met onze 3.30m hoogte dus niet in! Gelukkig konden we redelijk in de buurt nog een plaatsje vinden. De reden van het bezoek aan het museum was de expositie “The making of Bond”. Hier kun je zien hoe Bond films worden gemaakt en hoe je met de diverse trucs eigenlijk gewoon wordt genept. Natuurlijk wisten we dat al maar nu kon je in het echt zien hoe “simpel” de gagdgets er eigenlijk uitzien die in de film zo spectaculair lijken. Maar er waren ook diverse Bond autos, vele kostuums, horloges en zelfs een geheeld nagebouwd casino. Erg leuk en leerzaam om te zien. Helaas hadden we geen tijd meer voor de rest van het museum want het was ongeveer tijd om richting de boot te gaan maar niet nadat we de camper van binnen en buiten helemaal schoongemaakt hadden en het laatste fruit opgegeten hadden omdat de quarantaine in Tasmanie nog strenger is dan in Australie zelf. Vers fruit, groente en vis mag Tasmanie niet in. Zowel in Melbourne voor vertrek als in Devonport bij aankomst werd hier streng op gecontroleerd tot in de koelkast aan toe. Ook werd er voor vertrek nog tot 2 x toe binnen in de camper gekeken of we toch echt niemand meesmokkelden! De overtocht verliep gladjes. We kunnen ons overtochten naar Engeland en Ierland met de CAR-Rally herinneren waarbij we niet zo vast op onze benen stonden en ik geloof niet dat dat toen door de drank kwam toch? Bij aankomst in Tasmanie moesten we eerst door de quarantaine inspectie. Weer de vraag of we geen verse groenten, aardappelen fruit e.d. bij ons hadden. Na wederom de koelkast geinspecteerd te hebben mochten we verder rijden. Niet te ver, want op de 1e parkeerplaats, zo ongeveer tegenover de boot, zijn we gestopt voor ontbijt. We stonden helemaal vooraan op het autodek en moesten dus als eerste van boord dus tijd voor een ontbijt aan boord hadden we niet. Tevens moesten we bij het postkantoor onze post ophalen. Bij deze stop brak een bout af waar ons trapje mee vastzit dus moesten we eerst op zoek naar een reperateur. Deze was snel gevonden en een uurtje later meldden we ons aldaar. Nadat hij de zaak had bekeken en overleg gepleegd had met de camper bouwer gaf hij aan het de volgende dag te kunnen repareren. Gelukkig wist hij een mooie campeerplek voor ons dus we hebben de eerste dag in Tasmanie relaxed doorgebracht. De volgende ochtend de camper afgeleverd en aan het eind van de dag was deze klaar. Wij hebben ons vermaakt in het winkelcentrum met koffie drinken, lunchen en Wilanda kon ook nog eens geheel onverwacht een nieuwe spijkebroek op de kop tikken in de juiste lengte. We hebben wederom in de buurt gekampeerd en zijn de dag er na doorgereden naar Rocky Cape Tavern. Hier was een bijeenkomst van een lokale camperclub die het 15-jarig jubileum vierden en wij waren als bezoekers welkom. De dag werd voornamelijk doorgebracht met wat spelletjes. De zaterdag was er een soort verkleed partij, waarvan ons de bedoeling nog niet helemaal duidelijk is, en ’s-avonds een diner dansant. Op zondagmiddag was er ook een bandje genaamd “Dead wood”, een achttal muzikanten die voornamelijk parodien op bestaande nummers ten gehore brachten. Ze hadden ook een heel bijzonder instrument namelijk een bezemsteel met bierdopjes er aan die dienst deed als tamboerijn. Het was een grappig geheel vooral omdat het hele gebeuren buiten plaats vond. De volgende dag was het afscheid nemen en zijn we langs de kust verder naar het westen gereden. In het plaatsje Stanley ligt “The Nut” een soort pukkel van 150m hoog van gehard lava. Het wordt ook wel Lava Plug of Lava Neck genoemd. Castle Rock in Edinburg en Sigirya Rock op Sri Lanka zijn hier andere voorbeelden van. We zijn met de kabelbaan op en neer gegaan en hebben boven rondgewandeld met geweldige uitzichten. Van bovenaf kon je een campeerplaats zien waar de campers ienie mienie leken. Later hebben we daar gekampeerd. Bij het VVV hadden we even geinformeerd naar laatste nieuwtjes over de situatie van de “wegen”. Van een weg hadden we al vernomen dat deze dicht zou zijn en dit bleek inderdaad nog het geval maar ook een ander pad wat we wilden nemen was gesloten omdat er een nieuwe brug werd geplaatst. Een gedeelte konden we rijden zoals gepland we moesten echter wel iets meer “highway” nemen dan oorsponkelijk gepland. Een stukje omrijden waar wel sneller in tijd dus al met al geen verlies van tijd. Het verkeer in Tasmanie is een stuk rustiger dan in Australie en hoe verder je naar het westen gaat hoe minder verkeer. Op de uiterste westpuntje van Tasmanie, genaamd Cape Grim, staat een enorme “wind farm”. Er staan maar liefst 62 windmolens die energie opwekken. Je kunt er alleen komen via een georganiseerde tour maar op grote afstand kun je ze nog zien. Van deze westkust wordt gezegd dat het de schoonste lucht ter wereld is. De wind komt hier vrijwel altijd over water en aan de overkant van het water ligt Zuid Amerika op zo’n 17000km afstand. Het meest westelijke puntje van Tasmanie wat begaanbaar is met een auto ligt net ten zuiden van het plaatsje Arthur River en wordt ook wel “The Edge of the World” genoemd. Hiervandaan moesten we een stukje terug rijden naar het noorden omdat er wat wegen waren afgesloten danwel bruggen werden vervangen. Tijdens deze “omleiding” kwamen we uit bij de “Dismal Swamp”, zie http://dismalswamptasmania.com.au/about.php . Dit is een sinkhole, eigenlijk een gat in de grond doordat de onderlaag of onderlagen te zwak waren en dus gewoon ingestort zijn. Meestal staat hier water in maar in deze sinkhole was geen water (meer) maar er was een soort van regenwoud onstaan. Om daar te komen kon je via een heel stijl pad naar beneden of je kon via een “slide”. Zo’n buis die je in zwembaden ook veel ziet waar je door naar beneden glijdt. En dat wilden wij natuurlijk wel even proberen. Met beide benen in een zak, vasthouden aan de handels in de zak, helm op en gas! Nou dat laatste was zeker het geval want het ging echt “oerend hard”. Daarna beneden rondgewandeld, erg moor aangelegd en schitterende natuur. Ook kwamen er nog een paar nieuwsgierige Padi-Melons kijken. Dat zijn ook buideldieren net als kangaroes maar dan heel erg klein. Toen we weer boven waren hebben we even koffie gedronken met een reuzen-scone. We hebben de lunch maar over geslagen die dag. Vervolgens zijn we richting Queenstown gereden, het meest zuid-westelijk punt van Tasmanie wat te bereiken is via de weg. Onderweg zagen we een bordje staan met “Alpaca Farm” en we hadden er al vaker een paar alpacas zien staan dus we wilden ze wel eens van dichtbij bekijken en er wat meer van weten. Alpacas zijn makkelijk te houden. Ze breken niet los, zijn schoon en hebben daardoor geen ziektes zoals schapen hebben. Wel worden ze vaak samen met een kudde schapen in de wei gezet omdat Alpacas niet op de vlucht slaan voor vossen maar in de aanval gaan en de vos verjagen. Alpacas zijn overigens nog verre familie van de kameel en hun wol is heel zacht, helaas wel erg duur! Al met al interessant en leerzaam.
Klik hier voor de foto's
Na nog wat andere dorpjes bezocht te hebben in het noorden van de staat Victoria hebben we ons begeven naar het plaatsje Bright. Hier vond van 14 – 16 februari het “Adventure Travel Film festival” plaats. Een festival waar vele doorgewinterde reizigers hun films en foto’s vertonen of gewoon vertellen over hun ervaringen. Er waren o.a. mensen die met een kano de oceaan zijn overgstoken, met de motor door de woestijn, met 2 Trabantjes van Praag naar het zuidelijkste puntje van Afrika gereden en nog veel meer. Deze Trabantjes waren gekocht voor 250 euro per stuk, aangepast voor 2500 euro per stuk en vervolgens koste het hele gebeuren zo’n 25.000 euro. Ze hebben het gedaan omdat iedereen zei tegen hen “dat gaat je niet lukken”, maar ze wilden bewijzen dat het wel kon.
Vanuit Bright werd het tijd om richting Melbourne te gaan omdat we voor dinsdag avond de veerboot naar Tasmanie hebben geboekt. Maar alvorens aan boord te gaan zijn we eerst nog naar het Museum in Melbourne geweest. Een heel avontuur om Melbourne te doorkruisen met onze camper in die smalle straatjes, veel verkeer, trams en dan ook nog eens links voorsorteren om rechts af te slaan. Het Heekmanplein in ’s Hertogenbosch was er niets bij... Gelukkig stond er op de website van het museum dat er ruim voldoende parkeergelegenheid was. Tja, dat was er wel, maar in de parkeergarage onder het museum en daar passen wij met onze 3.30m hoogte dus niet in! Gelukkig konden we redelijk in de buurt nog een plaatsje vinden. De reden van het bezoek aan het museum was de expositie “The making of Bond”. Hier kun je zien hoe Bond films worden gemaakt en hoe je met de diverse trucs eigenlijk gewoon wordt genept. Natuurlijk wisten we dat al maar nu kon je in het echt zien hoe “simpel” de gagdgets er eigenlijk uitzien die in de film zo spectaculair lijken. Maar er waren ook diverse Bond autos, vele kostuums, horloges en zelfs een geheeld nagebouwd casino. Erg leuk en leerzaam om te zien. Helaas hadden we geen tijd meer voor de rest van het museum want het was ongeveer tijd om richting de boot te gaan maar niet nadat we de camper van binnen en buiten helemaal schoongemaakt hadden en het laatste fruit opgegeten hadden omdat de quarantaine in Tasmanie nog strenger is dan in Australie zelf. Vers fruit, groente en vis mag Tasmanie niet in. Zowel in Melbourne voor vertrek als in Devonport bij aankomst werd hier streng op gecontroleerd tot in de koelkast aan toe. Ook werd er voor vertrek nog tot 2 x toe binnen in de camper gekeken of we toch echt niemand meesmokkelden! De overtocht verliep gladjes. We kunnen ons overtochten naar Engeland en Ierland met de CAR-Rally herinneren waarbij we niet zo vast op onze benen stonden en ik geloof niet dat dat toen door de drank kwam toch? Bij aankomst in Tasmanie moesten we eerst door de quarantaine inspectie. Weer de vraag of we geen verse groenten, aardappelen fruit e.d. bij ons hadden. Na wederom de koelkast geinspecteerd te hebben mochten we verder rijden. Niet te ver, want op de 1e parkeerplaats, zo ongeveer tegenover de boot, zijn we gestopt voor ontbijt. We stonden helemaal vooraan op het autodek en moesten dus als eerste van boord dus tijd voor een ontbijt aan boord hadden we niet. Tevens moesten we bij het postkantoor onze post ophalen. Bij deze stop brak een bout af waar ons trapje mee vastzit dus moesten we eerst op zoek naar een reperateur. Deze was snel gevonden en een uurtje later meldden we ons aldaar. Nadat hij de zaak had bekeken en overleg gepleegd had met de camper bouwer gaf hij aan het de volgende dag te kunnen repareren. Gelukkig wist hij een mooie campeerplek voor ons dus we hebben de eerste dag in Tasmanie relaxed doorgebracht. De volgende ochtend de camper afgeleverd en aan het eind van de dag was deze klaar. Wij hebben ons vermaakt in het winkelcentrum met koffie drinken, lunchen en Wilanda kon ook nog eens geheel onverwacht een nieuwe spijkebroek op de kop tikken in de juiste lengte. We hebben wederom in de buurt gekampeerd en zijn de dag er na doorgereden naar Rocky Cape Tavern. Hier was een bijeenkomst van een lokale camperclub die het 15-jarig jubileum vierden en wij waren als bezoekers welkom. De dag werd voornamelijk doorgebracht met wat spelletjes. De zaterdag was er een soort verkleed partij, waarvan ons de bedoeling nog niet helemaal duidelijk is, en ’s-avonds een diner dansant. Op zondagmiddag was er ook een bandje genaamd “Dead wood”, een achttal muzikanten die voornamelijk parodien op bestaande nummers ten gehore brachten. Ze hadden ook een heel bijzonder instrument namelijk een bezemsteel met bierdopjes er aan die dienst deed als tamboerijn. Het was een grappig geheel vooral omdat het hele gebeuren buiten plaats vond. De volgende dag was het afscheid nemen en zijn we langs de kust verder naar het westen gereden. In het plaatsje Stanley ligt “The Nut” een soort pukkel van 150m hoog van gehard lava. Het wordt ook wel Lava Plug of Lava Neck genoemd. Castle Rock in Edinburg en Sigirya Rock op Sri Lanka zijn hier andere voorbeelden van. We zijn met de kabelbaan op en neer gegaan en hebben boven rondgewandeld met geweldige uitzichten. Van bovenaf kon je een campeerplaats zien waar de campers ienie mienie leken. Later hebben we daar gekampeerd. Bij het VVV hadden we even geinformeerd naar laatste nieuwtjes over de situatie van de “wegen”. Van een weg hadden we al vernomen dat deze dicht zou zijn en dit bleek inderdaad nog het geval maar ook een ander pad wat we wilden nemen was gesloten omdat er een nieuwe brug werd geplaatst. Een gedeelte konden we rijden zoals gepland we moesten echter wel iets meer “highway” nemen dan oorsponkelijk gepland. Een stukje omrijden waar wel sneller in tijd dus al met al geen verlies van tijd. Het verkeer in Tasmanie is een stuk rustiger dan in Australie en hoe verder je naar het westen gaat hoe minder verkeer. Op de uiterste westpuntje van Tasmanie, genaamd Cape Grim, staat een enorme “wind farm”. Er staan maar liefst 62 windmolens die energie opwekken. Je kunt er alleen komen via een georganiseerde tour maar op grote afstand kun je ze nog zien. Van deze westkust wordt gezegd dat het de schoonste lucht ter wereld is. De wind komt hier vrijwel altijd over water en aan de overkant van het water ligt Zuid Amerika op zo’n 17000km afstand. Het meest westelijke puntje van Tasmanie wat begaanbaar is met een auto ligt net ten zuiden van het plaatsje Arthur River en wordt ook wel “The Edge of the World” genoemd. Hiervandaan moesten we een stukje terug rijden naar het noorden omdat er wat wegen waren afgesloten danwel bruggen werden vervangen. Tijdens deze “omleiding” kwamen we uit bij de “Dismal Swamp”, zie http://dismalswamptasmania.com.au/about.php . Dit is een sinkhole, eigenlijk een gat in de grond doordat de onderlaag of onderlagen te zwak waren en dus gewoon ingestort zijn. Meestal staat hier water in maar in deze sinkhole was geen water (meer) maar er was een soort van regenwoud onstaan. Om daar te komen kon je via een heel stijl pad naar beneden of je kon via een “slide”. Zo’n buis die je in zwembaden ook veel ziet waar je door naar beneden glijdt. En dat wilden wij natuurlijk wel even proberen. Met beide benen in een zak, vasthouden aan de handels in de zak, helm op en gas! Nou dat laatste was zeker het geval want het ging echt “oerend hard”. Daarna beneden rondgewandeld, erg moor aangelegd en schitterende natuur. Ook kwamen er nog een paar nieuwsgierige Padi-Melons kijken. Dat zijn ook buideldieren net als kangaroes maar dan heel erg klein. Toen we weer boven waren hebben we even koffie gedronken met een reuzen-scone. We hebben de lunch maar over geslagen die dag. Vervolgens zijn we richting Queenstown gereden, het meest zuid-westelijk punt van Tasmanie wat te bereiken is via de weg. Onderweg zagen we een bordje staan met “Alpaca Farm” en we hadden er al vaker een paar alpacas zien staan dus we wilden ze wel eens van dichtbij bekijken en er wat meer van weten. Alpacas zijn makkelijk te houden. Ze breken niet los, zijn schoon en hebben daardoor geen ziektes zoals schapen hebben. Wel worden ze vaak samen met een kudde schapen in de wei gezet omdat Alpacas niet op de vlucht slaan voor vossen maar in de aanval gaan en de vos verjagen. Alpacas zijn overigens nog verre familie van de kameel en hun wol is heel zacht, helaas wel erg duur! Al met al interessant en leerzaam.
Klik hier voor de foto's
Abonneren op:
Reacties (Atom)
