Welkom op de weblog van Johan en Wilanda. Op deze weblog houden wij onze belevenissen Downunder bij.

donderdag 4 december 2014

November 2014

Van Perth zijn we via een aantal binnenwegen rustig aan afgezakt naar het zuiden op weg naar ons tijdelijke werkadres. Het zelfde adres als waar we mei / juni van dit jaar 5 weken hebben gewerkt  daar wilden ze ons deze keer voor 4 weken hebben. Toen we arriveerden waren ze  duidelijk opgelucht dat we er daadwerkelijk waren en werden direct gepolst voor april / mei volgend jaar. De planning was niet zo druk als de vorige keer maar toch wel een en ander te doen. En uiteraard hebben we ons uiterste best gedaan om nog wat nieuwe boekingen te scoren wat uiteraard weer goed is gelukt. Tevens hebben we een nieuw business idee aangebracht. Er worden namelijk vele soorten schalen met etenswaren aangeboden maar een van de gasten vroeg om een visschotel die niet op de lijst staat. Wij dus op zoek naar een visleverancier en een mooie schaal laten opmaken. De gasten waren hiermee helemaal in hun nopjes en de eigenaren vonden het geweldig. Dat ze daar niet zelf opgekomen waren was hun reactie! Gedurende deze 4 weken hadden we een grote variatie aan gasten van verrassend genoeg vele nationaliteiten. Gelukkig waren alle gasten goed gemutst dus we hadden het redelijk makkelijk. Tijdens ons verblijf kwamen ook Myrte en Robbert aan in Perth. Helaas waren we te druk om ze te komen begroeten op het vliegveld maar het was inmiddels Myrte haar 3e bezoek aan Perth dus ze kon zonder ons ook de weg wel vinden! Hun 1e doel was een kampeerbusje zoeken maar aangezien deze als warme broodjes worden verkocht waren ze een paar keer net te laat. Uiteindelijk werd een busje gevonden en konden ze op pad. Als eerste kwamen ze ons bezoeken, ze wilden immers van een paar kilo overtollige bagage af. Een flink aantal zakken drop, een paar tijdschriften annex knutselboeken en een dikke Donald Duck, Johan zijn favoriete strip! Uiteraard hebben we ze even rondgeleid over het complex en ze waren diep onder de indruk en voelden zich een beetje afgezet na een dure hotelovernachting in een klein hotelkamertje in Perth in vergelijking met wat hier werd aangeboden. Maar goed, Perth is nou eenmaal de duurste stad van Australie. We hebben een beetje biigekletst, Robbert en Myrte wegwijs gemaakt in de supermarkt , wat voor ons overtollige campeerspullen meegegeven evenals een aantal tips voor onderweg. Na een aantal dagen zijn ze weer vertrokken naar het noorden op zoek naar de zon en werk. Wellicht zien we ze nog een keer de komende maanden. Wij willen iedereen vast een fijne Sinterklaas met echte zwarte pieten toewensen evenals prettige kerstdagen!

vrijdag 31 oktober 2014

October 2014

Op 1 oktober was het dan zo ver. Inge (oud collega van Wilanda) en John kwamen ons even opzoeken op de camping in Adelaide. Het was erg gezellig en typisch Nederlands met “echte” koffie en tom pouce. Natuurlijk werd er ook flink bijgepraat en niet geroddeld natuurlijk. Inge en John vertelden over hun avonturen in en indrukken van Australie. Ook wij hebben geprobeerd een en ander samen te vatten maar ja bijna 20 maanden reizen vat je niet samen in een paar minuten. De volgende dag hebben we in Adelaide de “Central Markets” bezocht. Een echte aanrader, er is zo veel lekkers te koop en allemaal vers. Zelfs nederlandse rookworst was verkrijgbaar. We konden ook weer niet te veel inslaan want over ongeveer een week gaan we de staatsgrens met WA weer over en dan mag je geen groente, fruit, aardappels honing etc. meenemen. Vanuit Adelaide was de route gepland naar het Eyre Peninsula maar omdat het tevens een lang weekend was besloten wij om voor 3 dagen te verblijven in het plaatsje Kadina. Een leuk plaatsje met verbazingwekkend veel winkels en genoeg geocaches om 3 dagen door te brengen. De route liep vervolgens naar Whyalla waar we op het caravanpark een huisje hadden geboekt om weer eens een opdracht te doen als “geheime klant” en de boel te inspecteren. Het was een mooi caravanpark direct aan het water alleen was het nogal stormachting weer dus iedereen zat binnen. Het huisje was basic maar verder alles wel in orde m.u.v. de bank die zag er niet uit en die zat voor geen meter! Onze route ging verder over het Eyre Peninsula waar we door wat leuk oude dorpjes zijn gereden. We hebben overnacht bij Pildappa Rock, een rots die lijkt op een grote golf een soort copy van Wave Rock in WA maar aanzienlijk kleiner. Van daaruit zijn we meer richting de kust gereden waar zich talloze mooie baaitjes en strandjes bevinden en bij een er van hebben wij ook overnacht. Het was immers al weer even geleden dat we de zee hadden gezien! Na nog wat meer mooie kustweggetjes  kwamen we aan in Ceduna. De laatste grote plaats in S.A. zo’n 500km van de grens van W.A. Hier hebben we onze laatste inkopen gedaan en tevens de score kaarten voor de Nullarbor Golf Links gekocht. Dit is ’s-Werelds langste golfbaan, 18 holes verspreid over ruim 1500km. Gelukkig mag je tussen de holes door je auto of camper gebruiken! De eerste 2 holes bevinden zich op de golfbaan van Ceduna (hole 1 en 18) maar de meeste bevinden zich naast de roadhouses langs deze lange route. Ideaal om de route op te breken en het geeft je de nodige beweging. De route van Ceduna naar Norseman (de 1e “grote” plaats in W.A.) is ongeveer 1200km. Dit is de enige verbindingsweg aan de zuidkant van Australie en is heel bijzonder. Deze voert namelijk over de Nullarbor Plain (grote vlakte zonder bomen) en heeft het langste kaars-rechte stuk weg van Australie van bijna 150 km. Tussen in is niet veel meer dan een lege vlakte, wat roadhouses en wat uitzichtpunten. Maar mede door de golf links en wat geocaches onderweg hoef je je niet te vervelen! De verschillende “holes” voor het golf varieren erg in kwaliteit. Bij sommige staat het gras bijna een meter hoog en bij anderen is het redelijk goed onderhouden. De golfbaan in Kalgoorlie is een uitzondering. Daar moet je sowieso van te voren een tijd boeken om te mogen spelen en zijn er kledingvoorschriften. De baan in Kalgoorlie ziet er supermooi uit. Strak gemanicuurd grasveldje, dat hadden we nog niet eerder gezien! Toen we ons gemeld hadden en naar de 1e hole werden doorverwezen moesten we even wachten op 2 groepjes die net aan hun rondje golf begonnen. We konden dus mooi even afkijken. De 2e groep waren een aantal mannen die druk aan het inslaan waren en toen de 1e afsloeg moesten we onze lach echt inhouden. Hij kwam zeker wel 5 meter ver, een afstand die wij beiden ruim voorbij gingen. We voelden ons dus nog niet zo slecht. Vanuit Kalgoorlie zijn via de wheatbelt (graan disctrict) richting Geraldton gereden waar we diverse afspraken hadden. De tandarts, service voor de camper en we wilden tevens ons kenteken van Qld overzetten naar WA. We hadden dit op internet opgezocht en dit zou eenvoudig kunnen. We zijn naar het kantoor van het Department of Transport gereden en hier werd dat bevestigd. We moesten de camper laten keuren en wegen en we kregen alle informatie mee voor wat betreft keuringsadressen en de weegbrug. We konden al 2 dagen later terecht voor de keuring en we zouden de camper dus vast laten wegen. In de ochtend hadden we de camper afgeleverd voor de keuring en we werden door geocaching vrienden opgehaald om bij hen thuis koffie te drinken en later hebben we broodjes gehaald die we aan de waterkant hebben opgegeten. Terwijl we daar zaten kwam er een telefoontje van het keuringadres, de camper was op zich technisch in orde echter te zwaar bevonden. Het maximaal toegestane gewicht was 6500kg en de camper was gewogen op 6450kg dus niets aan de hand dachten wij. Maar daar moeten wij dan zelf nog bij en dan ga we er overheen! We zijn dus weer naar onze geocaching vrienden gereden en hebben daar een en ander uitgeladen. Opnieuw naar de weegbrug en voila, 6050kg! Hiermee was men tevreden dus we kregen een certificaat mee en hiermee konden we ons WA kenteken ophalen. Vervolgens alles weer ingeladen en we moeten dus een aantal zaken uit de camper halen om te voorkomen dat we te zwaar blijven. Al met al een heel gedoe maar het voordeel is nu wel dat we geen jaarlijkse keuring meer hoeven te ondergaan en de wegenbelasting / wa verzekering is in WA ook nog eens bijna de helft goedkoper. In Geraldton hebben we nog een mooie nieuwe campeerplaats ontdekt. Toen we daar de 1e keer aankwamen zater er wel een paar honderd zwarte kakatoes met rode staart. Ze schijnen vrij zeldzaam te zijn en je ziet ze dus niet vaak. Wij hadden dus geluk. Vanuit Geraldton zijn we weer langzaam gaan afzakken naar het zuiden want in November mogen we weer 4 weken aan de slag bij Hidden Grove Retreat waar we in mei / juni van dit jaar ook hebben gewerkt. We zijn in Perth nog even gestopt voor een gesprek met “Parks en Wildlife West Australie”. Men zoekt onder andere voor de diverse campings in de verschillende Nationale Parken namelijk hosts die mensen hun campeer plek wijzen en van informatie voorzien. Het gesprek verliep goed en ze willen ons graag hebben dus we hebben ons direct mogen aanmelden. We zien wel wat het ons brengt!

dinsdag 30 september 2014

September 2014

Na het Strzelecki Track hadden we min of meer 2 dagen verplichte rust. Dit omdat we op zaterdagmiddag in het dorpje Leigh Creek aankwamen en de winkels al gesloten waren. Ook op zondag waren deze nog dicht en maandagochtend om 9 uur gingen de deuren weer open. Iets wat wij niet meer gewend zijn omdat in Australie de supermarkten bijna overal  7 dagen per week minimaal van 7-7 open zijn.  En omdat we al ruim 2 weken geen boodschappen hadden gedaan waren we zo ongeveer door onze voorraad heen. Het alternatief was de eerstvolgende grote plaats 300km verder maar dit was natuurlijk precies de verkeerde kant op dus dat betekende dat we die weg ook weer terug zouden moeten.  Nou ja het was gelukkig mooi weer en de camping waar we voor 2 nachten waren neergestreken had een grote kamp-keuken met een heuse oven dus Wilanda kon zich weer uitleven en heeft een cake gebakken. Maandag waren we dus weer vroeg op pad. Te vroeg want de winkel ging pas om 9 uur open en we hadden even geen erg gehad in het tijdsverschil tussen Qld en SA waar we inmiddels al een week in rondreden. Waarschijnlijk waren we niet de enige met dit probleem want 10 minuten voor dat de winkel openging stond er een heuse rij voor de deur. We hebben het nodige ingeslagen en om 9.30 waren we dan uiteindelijk weer op pad dit keer het Oodnadatta Track van Lyndhurst naar Oodnadatta, het track loopt eigenlijk nog verder tot aan Marla maar wij gaan maar tot Oodnadatta. Dit track loop zo ongeveer parallel aan The Great Northern railway ook wel genoemd “Afghan Express” en weer later “The Old Ghan Railway”. Dit is de (oude) trein route van Adelaide naar Alice Springs. De spoorweg is in fasen geopend; In 1878 tot Port Augusta, in 1884 tot Maree, in 1891 tot Oodnadatta en uiteindelijk in 1929 tot aan Alice Springs. De spoorlijn had een belangrijke functie in de 2e wereldoorlog en het treinverkeer nam toe van 3 tot bijna 60 treinen per week. Op 31 December 1980 is de spoorweg opgeheven maar onderweg zijn nog veel restanten van zowel spoor als gebouwen en enorme watertanks (voor de stoomtreinen) te zien. Veel van deze oude stopplaatsen voor de trein worden nu gebruikt als overnachtingsplaats voor de reizigers langs het track en uiteraard hebben wij hier ook gebruik van gemaakt. Inmiddels is er overigens een “nieuwe” Ghan spoorlijn van Adelaide naar Darwin. Deze lijn is in gebruik genomen in 1980 tot aan Alice Springs. Door al deze activiteiten van jaren geleden is er veel te zien onderweg. Er is o.a. een sculpture park waar van oude materialen de meest kunstige sculpturen zijn gemaakt. De route voert tevens langs Lake Eyre. Het bijzondere aan dit meer echter is dat het meestal droog ligt en als het ooit vol water staat, de laatste keer was in 2010, dan komen mensen van over de hele wereld kijken naar dit fenomeen. Naast Lake Eyre zijn er onderweg nog vele droge zoutmeren te zien. Op veel plaatsen is echter wel water te vinden ondanks dat je aan de rand van de woestijn (Simpson Desert) zit en het hier nooit regent. Het meeste water komt uit het GAB (Great Artesian Basin) want ongeveer onder 1/5 van Australie ligt. Op sommige plaatsen, Wabma Kadurba Conservation Park, komt het water op natuurlijke wijze gewoon omhoog. Men zegt dat het water hier vroeger tot wel een meter hoog kwam maar doordat  op veel andere plaatsen  putten zijn geslagen is het nu niet veel meer dan bubbelen. Na 2 dagen rijden, zo’n 200km, kwamen we weer enige vorm van leven tegen in het “plaatsje” William Creek” met ongeveer 10 inwoners. Het is niet veel meer dan een pub, een restaurant, benzinepomp en een heus vliegveld;  je moet natuurlijk wel rondvluchten boven Lake Eyre kunnen doen! William Creek ligt op het grondgebied van Anna Creek Station een boederij groter dan Belgie! Tegenover de pub is een pleintje waar naast wat graven ook wat relikwien zijn tentoongesteld. Naast de gebruikelijke zaken lagen hier ook brokstukken tentoongesteld van “Black Arrow R3 – 3 traps raket” welke door de Britse regering op 28 oktober 1971 is gelanceerd vanaf de nabijgelegen militaire basis Woomera. Deze raket  heeft de sateliet Prospero de ruimte ingeschoten welke naar verwachting tot 2071 in de ruimte zal blijven. De restanten van deze raket zijn pas in 1990 hier in de buurt ontdekt. We hebben achter de pub overnacht, tegen betaling deze keer maar je moet de mensen met hun business natuurlijk ook ondersteunen. Het is immers geen eenvoudig leven zo ver buiten de bewoonde wereld. Toen we de volgende dag net op pad waren zagen we nog een stel met een kamelenwagen die langs de kant van de weg hadden gekampeerd. Je kunt hier in juni en juli woestijn tochten van een week mee maken. De weg ging verder door een droog en dor landschap met veel brede rivieren, nou ja droog wel te verstaan. We zijn nog een stuk van het track afgegaan om de historische site The Peake te bezoeken. The Peake heeft verschillende functies gehad in het verleden. Allereerst was deze site een belangrijke plaats voor de Aboriginals vanwege het aanwezige water en voedsel.  Rond 1860 is hier een boerenbedrijf geweest en in 1872 heeft men hier een repeater station (1 van de 11) gehad voor de telegraaf lijn van Adelaide naar Darwin. Deze station waren noodzakelijk, met een onderlinge afstand van ongeveer 300km om de signalen door te geven. De locatie was destijds gekozen vanwege het aanwezige water. In 1891 in de telegraaf lijn verlegd en werden deze werkzaamheden uitgevoerd in het nabijgelegen Oodnadatta waar ook de Ghan een station had gekregen. In het jaar 1900 is men hier begonnen met het delven van koper. Het bleek echter niet rendabel en na 4 jaar werden de activiteiten opgeheven. Veel van de oorspronkelijke gebouwen zijn nog gedeeltelijk aanwezig inclusief de restanten van de kopermijn en de kopersmelter. Onze volgende stop was Algebucka waar de langste spoorbrug voor de Ghan is. Er is hier een stukje afgemaakt zodat je er overheen  kunt lopen. Volgens de overlevering werd de spoorbrug bij hoog water ook gebruikt door auto’s om de rivier over te steken, dit liep niet altijd goed af gezien de autowrakken die onder de brug terecht zijn gekomen. Het water kan hier echt hoog staan. Er is een bordje geplaatst op het punt waar in 1989 5 meter water stond en dan te bedenken wat een uitgestrekte vlakte het hier is! Na wederom 2 dagen en 200km kwamen we uiteindelijk aan in Oodnadatta met als belangrijkste trekpleister het “Pink Roadhouse”. Naast benzinepomp en restaurant is hier een complete supermarkt, bouwmarkt, postkantoor en bank in het zelfde gebouw. Het is hier dan ineeens ook een drukte van jewelste met reizigers die van alle kanten aankomen en weer alle kanten opgaan. Wij hadden het geluk ook de postauto te treffen. De mailrun zoals deze heet rijd 2 x per week zijn rondje van Coober Pedy (CP) door de outback naar het Roadhouse om post en pakketten af te leveren en weer mee te nemen natuurlijk. Toeristen kunnen tegen betaling mee en zo heeft de chauffeur gezelschap op deze lange reis en kunnen mensen zonder 4wd ook dit stukje van de outback zien. Vanuit Oodnadatta zijn we op pad gegaan naar de “Painted Desert” oftewel de “Geverfde Woestijn”. De heuvels hier hebben vele kleuren, net alsof ze ingekleurd zijn. De volgende dag hebben we ook The Breakaways net ten noorden van CP bezocht, een vergelijkbaar schouwspel. Het laatste stukje naar CP veranderde het landschap. We hebben al vaker “maanachtige” landschappen gezien maar dit sloeg alles. Maar goed CP is dan ook niet voor niets de opal hoofdstad van de wereld! Lightning Ridge vonden we al heel bijzonder maar CP slaat alles. Overal is opaal, men kijkt hiet tijdens het lopen continue naar beneden want je zou zomaar opaal kunnen zien liggen. Veel mensen (men schat 80%) wonen onder de grond in z.g. dug-outs. Complete 3-slaapkamer woningen uitgehouwen in de rotsen en onder de grond, soms zelfs met zwembad! En heb je meer ruimte nodig, dan hak je gewoon nog even verder. Zo ook als je een kast nodig hebt,  een schap voor wat prullaria of een nis voor de microwave. Ook zijn er ondergrondse hotels, bars, restaurants en musea. De reden van dit alles is de hitte in de zomer, het kan hier ruim 60 graden worden en onder de grond is het een constante temperatuur van rond de 24 graden. Zou hier de naam onderwereld vandaan komen? Maar een bijzondere wereld dus! Uiteraard hebben we zelf ook naar opaal gezocht en wat kleine stukjes gevonden maar niet echt waardevol. Verder hebben we een ondergrondse woning bezocht en het mijnmuseum. Dit was heel leuk gedaan met een tour om zelf te doen in een echte oude mijn met woning. Een en ander werd goed uitgebeeld en uitgelegd. Opaal wordt normaal gesproken op 30m diepte gevonden. Je hakt dus eerst een koker naar beneden waardoor je naar beneden en boven klimt. Vervolgens ga je om je heen hakken op de juiste diepte in de hoop dat je een ader vindt. Zo gauw als je iets vond stopte je met hakken en ging je met een nagelvijltje verder om niets te beschadigen. Groter is beter in de opaal wereld. En als je niets vond dan maakte je een nieuwe koker naar beneden! Toen men de kiosk ging uithakken in de rotswand vond men na een half uur al een opaal-ader die de mijn op minder dan een halve meter na had gemist in het verleden. Geschatte waarde 20.000-40.000 dollar. Je kon hier goed zien hoe de adertjes (breukjes) van bovenaf naar beneden komen. Via deze adertjes kwam water naar beneden en naam mineralen mee op de weg naar beneden en zo ontstaat opaal. Klinkt simpel maar het duurt echter wel 100-150 miljoen jaar J. Verder hebben we de Servisch Orthodoxe (ondergrondse) kerk bezocht. Ook vanuit Coober Pedy naar het zuiden was de omgeving nog voor lange tijd een maanlandschap. Overal grote hopen van boringen in de grond op zoek naar opaal. Vervolgens kom je door een stuk “gesloten gebied” genaamd Woomera. Dit gebied is m.u.v. de doorgaande weg niet toegankelijk omdat het miliitair oefengebied is. In de jaren 60 hebben hier door de Engelse regering raket lanceringen plaatsgevonden met als doel satelietten de ruimte in te schieten. Er zijn na vele jaren brokstukken teruggevonden in de woestijn en deze liggen nu in het voormalig legerkamp, nu spookdorp, tentoongesteld. Ook zijn er prototypes en schaalmodellen te zien van de raketten en ander militair materiaal. Hierna veranderde het landschap en werd het weer heuvelachtig en groen. Tevens kwam er hier en daar kleur, de lente is tenslotte begonnen maar daar merk je in de woestijn niet veel van. We zijn op ons gemak naar het zuiden gereden door Clare Valley, een van de wijngebieden rondom Adelaide, maar helaas waren veel wijnhuizen gesloten omdat het wijn en toeristenseizoen nog niet echt was begonnen. Gelukkig hebben we wel een aantal mooie campeerplaatsen gevonden en onderweg in de verschillende dorpjes weer de meest fantastische rariteiten en oude gebouwen kunnen bewonderen. In Victor Harbor aan de zuidkust van South Australia hebben we Heather en Peter even opgezocht. Zij woonden tot 3 jaar geleden ook in Denham en Heather was een van de eerste  medewerkers van ons vakantiecomplex in Denham. We hebben even bijgekletst, heerlijk gegeten en ze hebben ons de omgeving laten zien. Erg mooi maar echt toeristisch en te dicht bij Antartica, er staat bijna altijd een koude wind. We hadden gelukkig wel mooi weer zo we konden van de verschillende uitzichtpunten genieten. Peter heeft ons tevens van veel informatie voorzien over Kanagroo Island (KI), hij is daar immers geboren en getogen, wat onze volgende eiland-trip is. De overtocht naar KI verliep vlot. Wel vreemd dat je achteruit de veerboot op moet rijden maar de begeleiding was goed. Onze eerste campsite die we bij de overtocht hadden geboekt was zo ongeveer naast de ferry dus we waren snel op plaats van bestemming met een prachtig uitzicht over de baai. We hebben lekker in het zonnetje genoten van dit uitzicht en nog even onze route doorgenomen. KI is het 3e grootse eiland bij Australie en is ongeveer 50km x 150km. Bij het VVV hebben we een multi pas gekocht die toegang geeft tot de vuurtorens, nationale park en nog wat andere bezienswaardigheden. Allereerst zijn we op pad gegaan naar Cape Willoughby, het meest oostelijke puntje van KI waar de gelijknamige vuurtoren staat uit 1852. We konden even rondkijken in de voormalige vuurtorenwachters woning die tegenwoordig dienst doet als museum. Vervolgens kregen we een rondleiding over het complex met de nodige uitleg over de “oude” lampen of spiegels die gebruikt werden. Ook mochten we dan eindelijk eens in een vuurtoren kijken en naar boven via 102 traptreden. Onderweg werd even gerust om de oudjes op adem te laten komen en werd nog een en ander toegelicht. Eenmaal boven hadden we een magnifiek uitzicht van de omgeving. Na de vuurtoren hebben we een bezoek gebracht aan een bijen houder. Onderweg hier naar toe hebben we gelijk kunnen ervaren waarom KI zijn naam heeft. We hebben na bijna 70.000km onze eerste Kangoeroe aangereden. Aan de camper was, mede door de stevige “bull-bar”, niets te zien anders dan een plukje haar van de Kangoeroe die het helaas niet heeft overleefd. Bij de bijen houder konden we diverse soorten honing proeven en werd een video getoond over het hele proces. Ook was er een honing raat achter glas zodat je de bijen echt aan het werk kon zien. Wist je dat een bij ongeveer 90.000km aflegt om 500 gram honing te kunnen produceren? Overigens zijn er strikte quarantaine regels omtrent bijen en honing. Je mag geen bijen en honing meenemen van het vaste land naar KI. Terug mag je zo veel honing meenemen als je wilt maar dit mag je weer niet meenemen naar West-Australie en dat is nu net onze volgende bestemming. De volgende dag hebben we een gedeelte van de noordkust bezocht met vele idyllische baaien en bij nagenoeg allemaal waren we “alleen op de wereld”. De meest bijzonder baai was wel Stokes Bay. Als je aankomt rijden ziet het allemaak gewoon uit maar je moet door een soort grottenstelsel lopen, nou ja doorwurmen beter gezegd, om aan het strand te komen. Aan het eind moet je het dan goed timen om geen natte voeten te krijgen. Heel bijzonder en supermooi. Rijdend langs al deze mooie stranden kwamen we nog een bijzonder geheel tegen: “George’s Place”. George is 10 jaar geleden begonnen met het het in elkaar knustelen van bouwwerken en andere bezienswaardigheden, veelal gebouwd van afval en vondsten langs de weg. Dit is allemaal verlicht en in totaal heeft het geheel 40.000 lampjes. Als je ‘s-avonds gaat kijken kun je hem bellen en doet hij de verlichting aan, het moet heel bijzonder zijn. Het geheel in in de vorm van een kasteel met ridders en zwaarden, heksen en zelfs een Vikingboot met echt lijkende Vikingen. We hebben onze tocht langs de noordkust voortgezet met nog meer mooie baaien en prachtige uitzichten. Bij Cape Borda, de noordwestelijke punt, hebben we wederom een vuurtoren bezocht. Deze was bijzonder. Omdat de rotsen hier op zich zelf al heel hoog zijn was er geen hoge vuurtoren nodig. Om deze reden kon men een vierkante vuurtoren bouwen, de laatse overgebleven vierkant in Zuid Australie en een van de laatste 3 van Australie. Ook hier kregen we weer veel uitleg over de werking van de lamp maar ook over navigatie in de vroege jaren. Uiteraard zijn we, door geocaching, op de hoogte van de begrippen lattitude en longtitude. Tijdens de rondleiding werd uitgelegd dat middels een sextant de lattitude werd berekend en hoe d.m.v. de tijd de longtitude werd berekend. Omdat de klokken destijds nog niet zo precies waren was dit niet zo nauwkeurig en werden de scheepslui geholpen door om precies 1 uur in de middag bij de vuurtoren een schot met een kanon af te vuren. Op deze manier kon men de berekeningen van de locatie waar men zich bevond bijstellen. Deze traditie wordt bij deze vuurtoren nog steeds voortgezet maar gelukkig hoeft de scheepvaart hier niet meer op te bouwen, het kanonschot vond vandaag pas om 13.30 uur plaats! We zijn ook nog even bij een zeldzame dieren boerderij geweest. Deze man fokt zelf diverse zeldzame (bijna uitgestorven) rassen waar onder schapen met 4 horens, andere zeldzame schapen, diverse soorten varkens en ookheeft hij de laatste (bekende) Kangaroo Island wilde geit in zijn bezit. Hij is driftig op zoek naar meer wilde geiten maar deze zijn waarschijnlijk allemaal met de laatste grote bosbrand omgekomen. De volgende dag was het tijd om de mooie noordkust van het eiland te verlaten en gingen we op weg naar het Flinders Chase NP aan de zuidkust. Ook erg mooi maar direct een drukte van jewelste. Allereerst zijn we naar de Admirals Arch geweest. Een boog die is ontstaan door weer en wind. Erg mooi om te zien en op dit stuk waren ook erg veel Fur Seals (zeehonden) te zien. Sommige lagen gewoon te luieren en anderen waren erg speels. Een prachtig gezicht! Vervolgens door naar Remarkable Rocks (opmerkelijk rotsen). Nou opmerkelijk waren ze wel maar de Arch was toch mooier! Ook Kelly Hill caves hebben we bezocht. Deze grotten zijn bijzonder omdat ze niet zijn onstaan door.....

Natuurlijk kent iederen de stalagmieten (staand) en stalactieten (hanged) wel maar in deze grotten vormen zich ook helectieten en die vormen zich zijwaards. Op het eiland bevind zich ook een Marron (zoetwater kreeft) farm die het hele jaar door “produceert”. We hebben ook hier een kijkje genomen en natuurlijk ook maar van de gelegenheid gebruik gemaakt om ons eens te laten verwennen met een lekkere Marron schotel. Het was heerlijk! De laatste active dag hebben we “Seal Bay” bezocht. Een baai waar ongeveer duizend zeeleeuwen bivakkeren. Met de tour kun je mee het strand op en kun je ze van dichtbij bewonderen. Net als de zeehonden zijn de meeste erg lui en liggen gewoon op het strand te zonnebaden maar met name de jonge zijn speels. Vervolgens hebben we  de roofvogels show bezocht. Nog nooit roofvogels van zo dichtbij kunnen bekijken en sommige zelfs aanraken. Met name de Wedge Tail Eagle en Sea Eagle waren erg mooi zeker van zo dichtbij. De Wegde Tail Eagle schrokt zo een hele kippenpoot met bot en al naar binnen. Als laatste hebben we de Eucalyptus distilleerderij bezocht. Hier kun je zien hoe Eucalyptus olie wordt gemaakt. Nou ja, normaal gesproken dan want er werden op dit moment geen tours gedaan. Je kon een 3-minuten film bekijken en je kreeg een blaadje mee als toer om zelf te doen. Een beetje een afknapper eigenlijk maar ja gelukkig hebben we heel veel erg mooie indrukken opgedaan op Kangaroo Island. Sommige mensen gaan hier voor een dag naar toe, andere 3 dagen en wij hebben 9 dagen doorgebracht en hadden rustig nog een paar dagen langer kunnen genieten van al het moois! Nu is het op naar Adelaide voor een ontmoeting met een “oude bekende”.
Klik hier voor de vele foto's
Filmpje spelende zeehonden


zondag 31 augustus 2014

Augustus 2014

Dat zonnetje in Yass was erg lekker maar de volgende ochtend was het erg fris, zeg maar koud. Onderweg naar de uitvaart begon het ook nog eens te regenen en tijdens de dienst zelfs natte sneeuw. Na de dienst was er een wake, vergelijkbaar met de koffie en cake in Nederland maar dan uitgebreid met vele hapjes en naast koffie ook de nodige drank. Men viert als het ware het goede leven van de overledene. Toen we eenmaal weer in de camper reden begon het zelfs even flink te sneeuwen dus besloten we maar om niet zo te ver te rijden. Na de uitvaart was ons nog een campsite geadviseerd in een dorpje waar je zelfs gratis stroom kon gebruiken. Nou met dit weer is dat natuurlijk niet verkeerd zodat we er toch warmpjes bij kunnen zitten. De volgende ochtend was het weer opgeklaard en waren we klaar voor vertrek naar de zon. Er deed zich echter een klein probleempje voor met een onwillige zekering. Deze was voor ons navigatiesysteem, radio en achteruitrij camera, deze laatste eigenlijk wel de belangrijkste van het geheel. We konden de zekering natuurlijk zelf vervangen, nadat we deze speciale maat eindelijk hadden gevonden maar deze sprong en nagenoeg gelijk weer uit. Tja wat nu? Even via internet de Isuzu dealers opgezocht en er was er uiteraard een in Canberra waar we nog redelijk dichtbij waren maar de kant die eigenlijk op wilden niet. Natuurlijk gebeurde dit op zaterdag en moesten we dus min of meer nog 2 nachten hier in de buurt blijven om het probleem te kunnen verhelpen. Nou ja er was nog wel een en ander te zien in de buurt en we hadden toch geen haast. Op maandagochtend, moesten we vanwege de 6 graden vorst, eerst water koken met ons drinkwater, de “gewone” kraan was namelijk bevroren, om ons te kunnen wassen en vervolgens de ruiten krabben. Er werden door deze en gene al grapjes gemaakt van oh, jasje aan en muts op. Nou jou we hadden dus echt 2 truien aan, een jas, muts en handschoenen! Daarna meldden wij ons redelijk vroeg bij de dealer in Canberra. Deze moesten een auto-electricien laten komen omdat ze dit zelf niet in huis deden. Gelukkig was die beschikbaar en was hij er redelijk snel. Het probleem was snel gevonden en het bleek in de kabel van het navigatiesysteem te zitten. Nadat het probleem verholpen was konden we dus weer op pad, eindelijk richting de zon. Bestemming Lightning Ridge zo’n 800km noordwaards ofwel zo’n dag of 4 rijden. Overdag was het prachtig weer, zonnig en een strakblauwe hemel maar de nachten waren nog steeds frisjes maar we hoefden gelukkig niet meer te krabben. Onderweg hebben we natuurlijk wel de nodige stops gemaakt, waaronder in het dorpje Molong kunst werd gemaakt van gerecycled materiaal. Lightning Ridge (LR) leek onze een leuke plaats om een beetje bij te komen dus we boekten maar gelijk 7 nachten op een camping midden in het plaatsje. Het was een leuke kleine camping met veel vaste bewoners (veel mensen wonen hier op een camping) met diverse (oud) Nederlanders. LR is, ondanks dat het in de middle of nowhere ligt, een leuk plaatsje voorzien van alle gemakken. Bowlingclub, restaurants, pubs veel winkels en vooral heel veel opaal (zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Opaal). LR is wat opaal betreft een van de bekendste plaatsen in Australie, hier wordt namelijk de unieke Black Opal gevonden. Niet dat die zwart is hoor, nee juist heel kleurrijk maar de ondergrond is zwart waardoor de kleuren beter uitkomen. Je kunt hier nog steeds een “mining lease” afsluiten (eenmalig $800 en $200 per jaar) en je krijgt dan de beschikking over een stukje grond. Hier mag je naar hartelust op graven en alles wat je vindt is voor jou. Er worden nog regelmatig “grote “ vondsten gedaan. LR is ook een beetje een vrijstaatje. Er wordt niet zo nauw gekeken met hoe je bouwt, woont, de staat van de auto. Iedereen wordt een beetje vrij gelaten. Niemand weet hoeveel mensen er wonen omdat er velen op hun eigen perceeltje in het bos wonen. Er is ook een grote bowling club waar Johan zich weer even heeft kunnen uitleven met zowel bowlen als pokeren en ook bij de pub heeft hij nog 2 x gepokerd. Nee, de miljoenen zijn nog niet binnen gestroomd dus we tobben maar gewoon door. Er was ook een heel groot “Artesian Hot Pool”, zeg maar een groot zwembad wat continu (9 liter per seconde) wordt gevoed met water van 42 graden. Heerlijk relaxend! Het beviel zo goed dat we nog 3 nachten hebben bijgeboekt. Naast het relaxen hebben we ook nog wat rondgekeken natuurlijk. Er waren 4 “car door tours” uitgezet. Routes die je zelf kunt rijden door de omgeving aangegeven met genummerde en gekleurde autodeuren. Die autodeuren worden trouwens ook gebruikt om aan te geven wie waar woont en andere belangrijke zaken zoals de golfbaan! Recycling! Tevens hebben we een bezoek gebracht aan de “Chambers of the Black Hand”. Een oude opaalmijn waar een kunstenaar in de diverse kamers en gangen zich heeft uitgeleefd en met een botermesje vele kunstwerken heeft uitgesneden. We hebben met hem nog even een praatje kunnen maken, hij was nu bezig met “Nelson Mandela”.Tevens kun je hier zien hoe de opaal gevonden word. Van LR zijn we uiteindelijk doorgereden naar de opaalvelden van Sheepyard en Glengarry. Hier hebben we overnacht op de campsite van het Glengarry “Hilton”, de oudste pub van de opaalvelden. Heel erg karakteristiek. Vervolgens zijn we doorgereden naar  Brewarrina waar we op een hele rustig campsite 2 nachten hebben gestaan. Hier zagen we heel veel pelikanen en eigenlijk hadden we ons niet gerealiseerd dat pelikanen ook in het binnenland voorkwamen, altijd gedacht dat deze alleen aan zee zaten! Vervolgens hebben we onze route voortgezet en men zegt dat je niet in de Outback bent geweest als je niet in Bourke bent geweest. Nou wij vonden het allemaal wel meevallen, het zag er allemaal heel beschaafd uit. Vanuit Bourke hebben we het Dowling Track genomen, dit is een oude vee-drijf route naar het noorden. Eindelijk weer eens onverhard via een lekkere rustige “weg” en veel natuurschoon, zeker na de regen die onlangs was gevallen. Onderweg ook veel suicidale Emu’s die vlak voor je auto nog even willen oversteken. We hebben er geen geraakt maar we hebben nog nooit zoveel platte (dode) emu’s gezien. Bij de grens van NSW-Qld werden we opgewacht door een heuse grensovergang die het meest leek op het “Ijzeren Gordijn”. Normaal gesproken zijn de staatsgrenzen hier niet meer dan een bordje “Welkom in....” maar omdat deze grens samen loopt met het “dog-fence” (een hek om de wilde Dingo’s buiten te houden) moesten we de poort openmaken en weer achter ons sluiten. Paspoorten waren niet nodig! Na deze grensovergang reden we door het dorpje Hungerford en direct na het dorpje moesten we een lang stuk weg over waar 40cm water op stond. Na zo’n 2 dagen hobbelen kwamen we terecht in het plaatsje Eulo. Nou ja plaatsje, 3 straten, een pub, een kerk, een winkel en een handje vol huizen. Op het welkomstbord stond te lezen “50 inwoners en 15.000 hagedissen”. Eulo is met name bekend van de natuurlijk modderbaden. Op diverse plaatsen komt de warme modder de grond uit gebubbeld en hoopt zich op. Van tijd tot tijd exploderen deze hopen met een enorme knal. De modder wordt echter ook gebruikt (nadat deze gezuiverd is) voor modderbaden voor toeristen. Dit leek ons wel wat dus wij hebben een heerlijk modderbad genomen. Eerst wordt een bad volgegooid met heet water en daar wordt dan modder doorheen geroerd. Hier moet je minimaal 30 minuten in blijven zitten zodat alle mineralen opgenomen worden door je lichaam. Vervolgens moet je je zelf insmeren met iets grovere modder en dit laten opdrogen. Als dit is opgedroogd ga je weer in je bad en kun je de modder afspoelen. Niet vergeten je haren er mee in te smeren want dat is heel goed! Vervolgens kun je onder een normalen douche en je zelf insmeren met een moisturiser. En dit alles in de open lucht met zicht op zonsondergang (later een sterrenhemel), een glaasje wijn en wat snacks. We hebben ons nog nooit zo schoon gevoeld en Wilanda haar haren begonnen spontaan weer te krullen van de moddershampoo. Voor meer info zie: http://www.artesianmudbaths.com.au/ We hebben die nacht heerlijk geslapen! Onze volgende bestemming was Yowah. Een andere plaats waar ook Opaal wordt gevonden maar de dit is de zogenaamde “boulder Opaal”. Dit zijn een soort noten die je moet kraken en als je geluk hebt (1 op de 1000) dan zit er iets van, of heel veel, opaal in. Hier zijn ook veel “shops” waar je opaal kunt kopen. In een van deze winkels (een omgebouwde dubbeldekker) had men een opaal tentoongesteld die men pas had gevonden t.w.v. $40.000, maar goed deze mensnen zoeken dan ook al 24 jaar! Natuurlijk hebben wij ook een opaal gekocht, weliswaar met een iets ander prijskaartje! Vanuit Yowah hebben we onze route westwaards voortgezet via de zogenaamde “Adventure Way”. Helaas is het niet meer zo’n adventure omdat het meeste inmiddels verhard is. Dit met name vanwege de olie en gas velden die in dit gebied liggen en het hiermee gepaard gaande vele verkeer. Van het olie en gas gebeuren is niet veel te zien. Hier een daar een ja-knikker, die overigens niet knikken, wat pijpleidingen en hier en daar een gebouw. Al met al geen bedorven landschap. Het avontuur zit ‘m dus meer in het feit dat je door droog, dor, woestijn-achtig gebied rijdt met weining verkeer en zonder voorzieningen. Vlak voor de grens van Qld en South-Australia is een historisch belangrijk de zogenaamde “Dig Tree” of te wel “Kamp 65” van de Burke en Wills overland expeditie van Melbourne naar de Gulf of Carpentaria (van zuid naar noord) in 1860, totaal 19 man, 26 kamelen, 6 karren en 23 paarden. Men was vertrokken in augustus en kwam op dit punt aan in december, ongeveer halverwege. Hier werd de expeditie opgesplitst in 2 groepen, een zou achter blijven en de andere groep naar het noorden vertrekken. Na 5 maanden keerde de 2e groep ’s-avonds terug op de dag dat groep 1 het kamp ’s-morgens had verlaten. Men had echter wat “proviand” begraven en de instructies waren ingekerfd in een boom. Na 150 jaar is een gedeelte van de tekst nog te lezen. Het hele verhaal kun je lezen op http://en.wikipedia.org/wiki/Burke_and_Wills_expedition  Tijdens onze eerdere reizen in het noorden zijn we ook veel tegengekomen van Burke en Wills dus wij vonden het wel interessant. Hier hebben we tevens overnacht. De volgende dag hebben we het spoor van Burke en Wills nog wat verder gevolgd en zijn bij de plaats van het oorspronkelijke graf van Burke aangekomen. Hij is samen met Wills later in Melbourne (her)begraven wat de 1e officiele staatsbegrafenis van Australie was. Na nog een klein stukje rijden kwamen we aan in Innamincka. Een dorpje wat in de jaren 50 compleet was weggespoeld en verlaten maar door de opkomst van olie en gas en het “woestijn” toerisme weer enigzins tot leven is gekomen. Er is een winkel met benzinepomp en een pub. Verder zijn er openbare toiletten en douches (tegen betaling). Het ligt op een kruising van allerlei woestijnen en bijbehorende woestijntracks. Na dagen nagenoeg niemand te hebben gezien krioelde het hier plotseling van de mensen. We besloten om het Strzelecki Track (naar het zuiden) te volgen dwars door de Strzelecki Woestijn. Ook nu weer waren links en rechts afslagen naar olie en gas bronnen. Deze keer was er iets meer zichtbaar. Bij het plaatsje Moomba (alleen toegankelijk voor de medewerkers) was een parkeerplaats met wat uitleg en uitzicht op de raffinaderijen. Hier hadden we tevens weer even internet dus konden we weer email e.d. lezen. Van daaruit ging onze reis verder naar het zuiden. Het was echt woestijnlandshap, dor, droog en stoffig.  We hebben echter foto’s gezien van hoe nat het kan zijn, in 2010 stond het hier helemaal onder water! Bij de Montecilla Bore (weer zo’n warm water bron) was een mooie parkeerplaats om te camperen. Toch wel bijzonder zo midden in de woestijn. Geen voorzieningen maar wel duizenden sterren zichtbaar aan de hemel. De volgende dag hebben we het einde van het Strzelecki Track gehaald na 500 km afwisselend goede gravel, zand, rotsbodem en jaja zelfs 4 x 7km en 1 x 8km asfalt!! Volgende maand weer meer outback en woestijn!
Voor foto's van deze maand klik hier

donderdag 31 juli 2014

Juli 2014

Nou dat nog een weekje blijven bij BlazeAid is uitgelopen in nog een maand! Dit komt mede door het feit dat de huidige coordinatoren wegens famlieomstandigheden een aantal keren per week naar het ziekenhuis moesten. Johan sprong even een keer bij en werd bijna gelijk gebombardeerd tot vervangend coordinator en nam de schoonmaakwerkzaamheden van toiletten en douches ook voor zijn rekening. Wilanda nam de keuken zo ongeveer volledig voor haar rekening. Het was voor de coordinators een hele opluchting en zo werd een weekje twee weken en inmiddels dus de hele maand. Het zijn lange dagen en het is best hard werken maar het is voor een goed doel. Een nieuwe kok (Wilanda) in de keuken doet wonderen want iedereen was erg enthousiast over  onder andere de groentesoep, kippensoep, nasi en niet te vergeten de gevulde eieren die Wilanda had gemaakt. Weer eens iets anders dan de standaard stoofschotels en aardappelpuree die hier veelal werden gemaakt omdat ze zo makkelijk te maken zijn voor grotere groepen. Velen wilden gelijk het recept hebben van haar kunsten. Op de zaterdagavond is er een soort van “gezellige” avond voor de getroffen boeren. Ook dan wordt een maaltijd aangeboden en ook vele van deze boeren waren onder de indruk van de soep. Sommige kwamen 3x terug voor deze soep en lieten de rest van het diner aan zich voorbij gaan. Dit laatste geloofde Wilanda niet totdat deze boer in de keuken stond om het recept te hebben en het zelf vertelde! Deze avonden worden georganiseerd om de boeren in deze zware dagen bij te staan om onderling de contacten wat aan te halen. Als je een week als vrijwilliger werkt heb je ook recht op een vrije dag maar omdat we de coordinatoren zo veel mogelijk naar het ziekenhuis lieten gaan hadden we besloten om maar gewoon te werken. Wel konden we een paar keer uitslapen. Na 3 weken vonden de coordinators dat we toch echt een dag vrijaf moesten zijn en konden we hun auto meenemen en er op uit gaan. Nou dat was toch ook wel ff lekker. We hebben wat rondgekeken in de buurt en onderweg wat gegeten zodat we ook na het eten niet meer de neiging zouden hebben om weer aan het werk te gaan. De week er na mochten we nogmaals hun auto meenemen en zijn we gaan geocachen in de buurt. We hebben ook een bezoek gebracht aan Hanging Rock. Het is een kratermond die 6.4 miljoen jaar geleden is ontstaan doordat niet vloeibare lava hier als het ware een muur heeft gevormd. Door weer en wind zijn hier gaten in in gekomen en nu lijkt het net alsof er hier en daar rosten hangen. Het is tevens een belangrijke plaats voor de lokale Aboriginals. Er zijn hier wat onverklaarbare dingen gebeurd in het verleden en sommige mensen kunnen niet goed tegen de sfeer die er hangt. Er is ook een film over gemaakt “Picnic at Hanging Rock”. De film hebben we nog niet gezien maar onze interesse is gewekt! We hebben een gedeelte van de wandeling naar boven gedaan maar omdat het aardig koud begon te worden zijn we niet tot aan de top gekomen. Gedurende deze weken bij Blazeaid zijn we een variate aan vrijwilligers tegengekomen. Zo zijn er een aantal die hun hele hebben in de auto hebben en dat is dan gelijk hun huis. Door op deze manier te werken hebben ze dan toch te eten en te drinken. Sommige zijn excentriek anderen zijn erg aardig en door omstandigheden in deze situatie beland. Er zijn ook oudere echtparen en vrijgezellen die gewoon een beetje gezelligheid zoeken. Ook is er 2 dagen een groep van 24 schoolkinderen geweest uit Melbourne (overnachten in een tentje :) ) van 14 en 15 jaar die in het kader van “doe iets voor de gemeenschap” zijn komen helpen. Dit was erg leuk en de “kinderen” waren erg energiek en er werd veel werk verzet wat door vele boeren erg werd gewaardeerd. Je komt zo dus weer veel leuke mensen tegen en uiteraard ook wat minder leuke! Het kampement voor de vrijwilligers waar we hebben gewerkt gaat per 1 Augustus ontmanteld worden, het aantal vrijwillgers loopt terug en de meeste boeren zijn klaar met de nieuwe omheiningen en diegene die nog niet klaar zijn zijn dat over 6 maanden waarschijnlijk nog niet. Als afsluiting werd om die reden op 25 Juli een “Christmas in July” party georganiseerd. Het blijft voor ons toch gek om in juli onder de kerstboom te zitten maar het moet gezegd worden het was er koud genoeg voor. Diverse ochtenden was het wit van de nachtvorst en soms zelfs natte sneeuw. Maar ja, het is dan ook winter natuurlijk!! Voor deze feestelijke avond moest er eten worden verzorgd voor ongeveer 140 mensen. Onder hen veel boeren maar ook vrijwilligers die hier hebben gewerkt in de afgelopen 5 maanden, en de diverse clubs die de maaltijden voor ons hebben verzorgd gedurende enkele dagen per week. Er was een varken aan het spit, geschonken door een van de geholpen boeren, roast-beef en heel veel salades. Daarnaast een uitgebreid assortiment aan toetjes welke door diverse mensen waren meegenomen voor deze avond. Op deze dag tussen 9.00 en 15.00 uur, ongelukkiger kon het bijna niet, hadden geen beschikking over electriciteit vanwege onderhoud. Gelukkig was de spit op houtskool en hadden we nog wel de beschikking over 1 fornuis op gas. Het was een geslaagde avond, een mooie afsluiting voor iedereen. De dag er na moest alles natuurlijk opgeruimd worden en werd een aanvang gemaakt met inpakken omdat het kamp een paar dagen later opgeheven zou worden. Op zondag hadden wij zowaar nog een vrije dag en zijn we naar het Dingo Discovery centrum geweest. In de vorige weblog heb je al kunnen lezen dat Johan bij een boer had gewerkt die een paar Dingo’s had en hier werd er nog meer uitgelegd over de Dingo. We werden begroet door een heuse Dingo, keurig aan de riem. Er werden allerlei dingen over de Dingos uitgelegd; Zo gaf men aan dat de Dingo eigenlijk meer eigenschappen bevat van een slang en een kat dan een hond. Een Dingo is namelijk erg flexibel, zijn poten kun je onder een hoek van 90 graden uitklappen en zijn kop kan 180 graden draaien. De kop van de Dingo is het grootste onderdeel van zijn lichaam, als zijn kop ergens door kan dan kan alles er door, bij een hond is de borstkas het grootst. Een Dingo kan goed klimmen en springen en dat is weer de eigenschap van een kat. Na het verhaal, waarbij de Dingo in allerlei posities werd gemanouvreerd mochten we naar de speelwei waar de puppies werden losgelaten. Hier krijgen ze van de bezoekers eerst wat “snoepjes” en daarna mogen ze zelf spelen. Het was erg komisch en ze zijn erg schattig. Op maandag hebben we weer gewoon gewerkt en dinsdag zijn we uiteindelijk weer vertrokken. We hadden eigenlijk willen blijven tot 1 augustus maar David, een van de reizigers die we vorig jaar hebben ontmoet en waar we 2x thuis zijn geweest voor een paar dagen was plotseling overleden en omdat we redelijk in de buurt waren wilden we graag naar de uitvaartplechtigheid en zo geraakten we onverwacht weer in Canberra terecht. Maar goed we wilden toch graag wat verder naar het noorden, de zon tegemoet, en dit was een start zeker gezien het feit dat rondom Melbourne, waar we al die tijd verbleven, storm, hagel, sneeuw, kortom noodweer, was voorspeld voor de komende dagen. Terwijl de storm woedde in Melbourne zaten wij inmiddels in Yass koffie te drinken in het zonnetje :).
Bekijk hier de foto's van juli 2014

woensdag 2 juli 2014

Juni 2014

Na de eerste perikelen van hoog water en de auto met lege accu keerde de rust terug bij het retreat waar we aan het werk waren. Maar goed ook want de boekingen bleven binnen komen en de bezetting liep continue op. We waren dus druk en daar kwam nog eens bij dat een schoonmaakster haar heup uit de kom had en de ander van een klein trapje viel wat ze in een bad had geplaatst en dus ook flink wat kneuzingen had. Gelukkig gebeurde deze incidenten thuis en niet op de werkvloer.
We moesten dus ook nog wat chalets zelf schoonmaken. Daarnaast moesten we nog vele ontbijt pakketten klaarmaken en diverse andere schalen met lekkernijen opmaken. Je vraagt je af waar sommigen mensen het allemaal laten! Maar goed het moet nu eenmaal luxe zijn en men moet zich goed verwend voelen. Gelukkig hebben we alleen maar blije gezichten zien vertrekken. Een en ander is de eigenaren niet onopgemerkt gebleven, bij terugkomst bleek dat zij (wij?) een bezetting hadden gehaald van 84%, iets wat nog niet eerder was voorgekomen bij hun. Nog voordat we weer vertrokken vroegen ze ons dus direct weer terug voor de maand november. Vanuit Perth zijn we weer naar Melbourne terug gevlogen om onze camper weer op te halen. De vlucht en het transport naar de parkeerplaats verliep vlot maar toen we de camper wilde starten wilde de motor niet echt meer aanslaan. Accu leeg! Aangezien het een truck is en dus 24v hielp de hulpaccu die men had klaar staan niet om te starten en moesten we dus Isuzu hulptroepen inschakelen. Nou ja, je moet iets doen om de verjaardag van Wilanda onvergetelijk te maken ;). Gelukkig was de hulp binnen een uur aanwezig en de truck startte direct. We moesten wel ongeveer 45 minuten verplicht rijden om de accu weer op te laden. Gelukkig wisten we een 24 uurs truckstop in de omgeving waar we konden overnachten want het was inmiddels al 10.00 uur in de avond. Goede (gratis) service van Isuzu! De volgende ochtend kregen we nog een telefoontje om te vragen of we weer op pad waren en alles goed was gegaan. Gelukkig wel! Vanaf onze truckstop zijn we weer teruggereden richting Melbourne om weer onze voorraad aan te vullen. Na het doen van de nodige booschappen zijn we naar een caravanpark gereden om alles op ons gemak te reorganiseren en water bij te vullen. Vervolgens konden we weer naar ons adresje in Melbourne om wederom op het hondje Hugo te passen voor een paar dagen. Wat hebben we het toch druk! Vanuit Melboune zijn we gegonnen aan onze reis naar het noorden, maar wederom niet te ver. We hadden namelijk via Facebook een oproep gezien van Blazeaid voor vrijwilligers. Blazeaid is een zelfstandige organisatie die getroffenen van (bos)branden, overstromingen en cyclonen een helpende hand toesteekt. De organisatie is opgericht door een boer die zelf door brand werd getroffen in 2009 en een advertentie plaatste voor hulp. Hier kwamen zoveel mensen op af dat hij dacht hier moet ik iets mee doen en inmiddels hebben ze al heel wat mensen in de afgelopen 5 jaar blij gemaakt. Het gebied boven Melbourne is afgelopen zomer behoorlijk getroffen door branden waarbij vele omheiningen (veelal houten palen) door brand zijn verwoest. Op deze plekken moet in het voorjaar het vee weer gaan grazen en bij de afmetingen van de boerderijen hier betekent dat heel veel omheining. De boeren moeten zelf voor het materiaal zorgen en meewerken, Blazeaid helpt dan met het weghalen van de restanten van de oude omheining en vervolgens het plaatsen van de nieuwe. Dit werk is op basis van vrijwilligheid en sommigen mensen komen een dagje helpen maar het is natuurlijk fijn als je wat langer kunt blijven. Wij zijn aangekomen bij het kamp in Clarkefield waar momenteel zo’n 15 tal mensen zijn. Toen we aankwamen was het net lunchtijd en hebben gelijk meegegeten en kennis gemaakt. Omdat het helaas slecht weer was heeft Johan de 1e dag niet heel veel kunnen doen en Wilanda heeft wat keuken en (noodzakelijke) schoonmaakwerkzaamheden verricht. Het avondeten wordt verzorgd door de lokale boeren die geholpen zijn, of worden, door Blazeaid en bestaat vaak uit een heuse 3 gangen maaltijd. Ontbijt en lunch worden verzorgd door de vrijwilligers maar veelal gesponsord of gesubsidieerd door het lokale bedrijfsleven of verenigingen. Je komt niets dus tekort! Het programma begint al vroeg, ontbijt om 7.00 uur en een verplichten ochtendbijeenkomst om 7.30 uur. Hier worden teams ingedeeld en de veiligheidsvoorschriften herhaald. De 2e dag had Wilanda weer keukendienst er werd namelijk ook een groep van 25 schoolkinderen (15-16 jaar) verwacht om ook een dagje te komen helpen. Zij heeft zich dus bezig gehouden met het maken van salades, brood, kaas en vleeswaren snijden, de vloer van de hal vegen en dweilen, toiletten schoonmaken en diverse andere werkzaamheden. Johan werd bij een groep ingedeeld om omheiningen te gaan plaatsen. Dit betekent dus aanhanger laden met de nodige gereedschappen en verplichte EHBO kit. Vervolgens op pad naar de aangewezen boerderij. Die waar Johan moest werken was maar op 15 minuten rijden maar anderen moesten wel een uur rijden. Omdat je veelal “in the middle of nowhere” bent is er geen wagen met beton aanwezig om de palen in de grond vast te krijgen dus het gat moet redelijk breed en diep worden uitgegraven om vervolgens de paal (25cm doorsnee) te plaatsen en het gat op te vullen met laagjes zand en stenen wat continue moet aangestampt zodat een stevig geheel ontstaat. Uiteraard moeten de palen van ongelijke lengte wel enigzins op dezelfde hoogte staan, in lijn en waterpas. Het duurt dus wel even voordat er 1 paal staat. Nadat we de 2e paal hadden staan begon het hard te waaien, te regenen en later zelfs te hagelen. Men is zuinig op de vrijwillgers dus eerst even schuilen en toen het er op leek dat het niet meer zou verbeteren weer terug naar de basis. Koffie, boekje lezen, lunch en wat bijkletsen met andere vrijwilligers. Na de lunch belde de boer echter op dat het weer was opgeklaard dus is het team van Johan weer vetrokken en ze hebben in de middag nog 7 palen geplaatst. Deze 9 palen waren de hoekpalen van een perceel waar de omheining aan vast komt te staan. Het terrein is nu klaar voor verdere omheining en de ijzeren palen die er tussen komen te staan dit gaat natuurlijk veel sneller waarna het gaas kan worden geplaatst. Bij terugkomst op de basis was het een drukte van jewelste. De schoolkinderen waren gearriveerd en hadden hun tentjes al opgezet. Een mooi gezicht al die tentjes maar wij blij dat we in de camper slapen met deze wind en kou! De 2e dag was het weer ons goed gezind en ging Johan weer op pad met Paul, de teamleider, ondersteund door 5 kinderen (allemaal ongeveer 15 jaar) en 1 leraar. Er was een oude omheining met een lengte van ongeveer 400 meter die moest worden ontmanteld. Eerst het prikkeldraad er af, vervolgens stroomdraad en dan de andere 3 ondersteunende draden. Het draad wat nog kan worden gebruikt wordt aan de kant gelegd dan wel opgerold op een “spinner”. Vervolgens wordt het gaas op de grond gelegd en opgerold zodat met makkelijk afgevoerd kan worden. Omdat dit gerecycled wordt moet wel al het hout, plastic en porcelein verwijderd zijn. De laatste restanten houten palen worden verwijderd en vervolgens kan het opbouwen weer beginnen in omgekeerde volgorde. Het merendeel van de nieuwe palen zijn van staal, dit is aanmerkelijk lichter en werkt dus stukken sneller. Aan het eind van de dag was het hele stuk weer voorzien van een mooie nieuwe heining. De schoolkinderen vonden het allemaal erg leuk en het waren stuk voor stuk harde werkers! Een meisje vond het zelfs zo leuk dat ze volgende week in de schoolvakantie met haar ouders graag weer hier heen wil om te helpen. De dag er na ging Johan met dezelfde groep naar een “kerstbomen farm”. Wederom zo’n 300 meter omheining verwijderen maar deze keer waren de omstandigheden iets lastiger. De omheining stond namelijk aan de rand van de bomenrij en er zat nogal wat gaas en prikkeldraad in de knoop. Maar vele handen maken licht werk dus rond de koffiepauze was de klus geklaard. De boer waar we deze dag aan het werk waren had voor de pauze nog een kleine verassing voor de kinderen maar ook voor Johan en Paul was het heel interessant. Hij verzorgde namelijk 2 tamme Dingo’s die hij als baby had gekregen en opgevoed. Dingo’s worden gezien als wilde honden maar het is eigenlijk een heel andere diersoort, een groot verschil is namelijk dat Dingo’s niet kunnen blaffen maar meer een huilend geluid maken. Tevens kunen Dingo’s hun oren compleet naar achteren richten. Deze Dingo’s zijn eigendom van het Dingo Informatiecentrum en er wordt mee gefokt en deze Dingo’s gaan de hele wereld over naar dierentuinen. Deze boer had de Dingo’s ook een aantal commando’s geleerd zoals honden dat ook leren bij gehoorzaamheidscursussen. Al met al heel interessant en zo steek je dus nog wat op. Filmpje Dingo aaien. Na de koffie was het voor de kinderen weer tijd om terug te gaan naar de basis voor de lunch om vervolgens weer richting school, af te reizen. Paul en Johan hebben vervolgens nog wat meer (ijzer etc) opgeruimd rondom de boerderij en vervolgens gevraagd of we nog iets anderes konden betekenen. Nou ja, eigenlijk wel. Er moest namelijk nog een schutting worden geplaatst en het plan was om dat volgende week met zijn vrouw en kinderen te doen waarbij hij de hele week nodig zou hebben. We konden dus wel vast een begin maken. Een paar uur later stond met vereende krachten de hele schutting (kleine 100 meter) compleet overeind en de boer was super gelukkig! De volgende dag weer op pad met een nieuw team. Dit werd een productieve dag. Met 4 man 750m omheining geplaatst. Dit was mogelijk omdat het terrein helemaal vlak en recht was en de juiste materialen voor handen waren. Bij deze boer werden we in de watten gelegd, koffie pauze met ham-kaas croissants en als lunch groentesoep en broodjes warm vlees. Op deze manier willen de boeren hun dank betuigen aan de vrijwilligers maar sommigen overdrijven een beetje. Het is toch wel mooi dat je deze mensen op deze manier kunt helpen. Sommige vrijwilligers komen gewoon een dagje helpen terwijl anderen er al 4 maanden zitten. Wij zijn er inmiddels een week en denken nog een week of zo te blijven.
Foto's juni 2014


zondag 1 juni 2014

Mei 2014

In de maand april waren we nog iets vergeten te vermelden. We zijn in Campbel Town geweest en daar is de hoofdstraat aan beide kanten voorzien van een rij klinkers de z.g. “convict trail”. Elke klinker heeft de naam van een gevange, het jaar waarin hij is aangekomen (begin 1800 toen Australie als strafkolonie voor Engeland fungeerde) en met welk schip, de begane misdaad en de straf die men kreeg. En die waren niet mis! 14 jaar gevangenis straf voor het stelen van een zakdoek bijvoorbeeld. Maar er was ook levenslang en zelfs stokslagen in combinatie met gevangenis straf. Het was indrukwekkend!

De afgelopen maand is iets anders dan normaal verlopen. Minder reizen met de camper maar wel weer bijzondere dingen meegemaakt. Allereerst natuurlijk onze eerste housesitting job. Dit is onbetaald maar je mag gebruik maken van het huis met alle gemakken van dien in ruil voor het oppassen op het huis en in dit geval ook op Hugo een Chiwawa. De eerste dag lag hij voornamelijk onder zijn deken maar nadat hij was uitgelaten kwam hij tot leven en de 2e dag zelfs op schoot. Het was maar voor 5 dagen waarbij Hugo 2x per dag moest worden uitgelaten en eten worden gegeven en de rest van de dag hadden we dan voor ons zelf. We zijn met de tram het centrum van Melbourne in geweest en verder niet zo veel gedaan. Johan had de keuring voor de camper geregeld voor maandag, de dag nadat onze housesitting job er op zat. Dit was in Geelong zo’n 70km van Melbourne. De keuring zou ongeveer 4 uur gaan duren werd ons mede gedeeld. Dit tot onze verbazing omdat het vorig jaar binnen een half uur was geregeld in WA. De keurings man gaf aan dat elke staat zijn eigen regels heeft en dat ze in Victoria erg strict zijn. Nou ja, het zij zo, en we konden dus mooi wat geocaches gaan zoeken in de buurt. Toen we na de lunch terug kwamen was de keuring klaar. Helaas was de camper niet goedgekeurd omdat er een blad van de verenpakket aan de voorkant was gescheurd. Eerst maar naar de Isuzu dealer gereden die we toevallig hadden gezien onderweg naar de keuring, we hebben tenslotte 3 jaar garantie. Die kon ons echter niet helpen omdat ze het niet zelf doen en ze gaven aan dat het geen garantie was omdat het een aangepast verenpakket betrof. Vervolgens de camperbouwer gebeld die ons doorverwees naar de veren leverancier. Die regelde alles supersnel. Binnen een half uur gaf hij ons een adres waar we het konden laten maken en hij betaalde de rekening. Superservice! Bij deze werkplaats aangekomen bleek dat het vandaag niet meer ging lukken, het was inmiddels 4 uur maar ze zouden de volgende dag (dinsdag) om 8 uur beginnen. Op het afgesproken tijdstip hebben wij de camper afgeleverd en zijn wij door de vriendelijke eigenaresse naar een locatie gebracht waar we nog wat meer konden geocachen. Gelukkig was het mooi weer. We hebben ongeveer 10km gelopen en kwamen al geocachend weer terug bij de werkplaats. Onze camper zag er een beetje zielig uit zonder wielen en op blokken. 


De verwachting was dat het gerepareerde verenpakket om 4 uur zou aankomen en dan kon het worden gemonteerd. Toen de baas echter terug kwam van de verenspecialist had hij slecht nieuws. Het waren speciale veren en ze werden nu gemaakt. Ze zouden morgen in de loop van de dag klaar zijn. Wat nu, een camper die niet kan rijden. We hebben dus maar gevraagd of we in de camper konden blijven die in de werkplaats stond. Ze moetsen er wel om lachen maar begrepen de situatie. We kregen zelfs nog stroom er bij dus we hebben voor de verandering eens binnen gekampeerd. De volgende ochtend hebben we aangeboden (eigen belang natuurlijk) dat we met alle plezier de veren wel wilden gaan ophalen in Melbourne. Dit vonden ze een goed plan dus om 10uur gingen wij op pad. Rond 12 uur waren we weer terug en men ging direct aan de slag. Over een uurtje zouden ze klaar zijn. Het zat echter een beetje tegen en het duurde en het duurde. Helaas, als het dan mis gaat gaat alles mis. Een van de bouten waarmee het vast gezet moest worden brak af en inmiddels was de leverancier gesloten. Nog maar een nachtje kamperen in de werkplaats dus. Hopelijk zou het karwei dan op woensdag geklaard zijn want op donderdag moesten we immers naar Perth vliegen. Voor de zekerheid de vlucht maar vast verzet naar een later tijdstip.
De camper moest natuurlijk eerst gemaakt worden en vervolgens naar de herkeuring. Gelukkig hadden alle partijen begrip voor onze situatie en werkten de partijen goed samen. De camper werd gerepareerd en om 12.00 konden we hem opnieuw ter inspectie aanbieden. Dit ging heel officieel er werden foto’s gemaakt van de camper, voorkant, kenteken en zelfs de gerepareerde onderdelen. Gelukkig was alles nu in orde en konden we op weg naar het vliegveld. De camper hebben we geparkeerd bij een prive “lang parkeren” terrein. Met een shuttle bus van en naar het vliegveld, slechts 5 minuten rijden. De camper is prominent voor het kantoor geparkeerd dus kan men er mooi een oogje op houden. De vlucht van Melbourne naar Perth verliep goed, 4 uur vliegen maar door het tijdverschil van 2 uur kwamen we nog redelijk op tijd in Perth aan. Het voelde direct vertrouwd aan in Perth alhoewel er flink gebouwd wordt. Er wordt namelijk een hele nieuwe boulevard gebouwd met hotels, shops en appartementen. We hebben wat rondgelopen, gewinkeld en gelijk wat medische afspraken afgehandeld. Op zondag zijn we nog even naar een auto wezen kijken die we op internet te koop hadden zien staan. Een heuse Mini Moke, maar wel een hele bijzondere namelijk een die volledig op zonne-energie rijdt. Ideaal voor ons als we straks weer terug zijn in Denham voor de korte ritjes in het dorp. We zagen het helemaal zitten echter het in en uit stappen was niet erg handig voor ons met onze lange benen en achter het stuur zitten eigenlijk onmogelijk. De stoelen konden niet worden verzet dus we hebben het maar bij kijken gelaten. Op maandag moesten we vroeg opstaan want we moesten met de trein naar Bunbury. Anders dan in Nederland moet je een plaats al van tevoren reserveren. De treinreis duurde ongeveer 2.5 uur. In Bunbury werden opgehaald door de eigenaren van het 100 hectare complex waar we 5 weken gaan werken. Na een korte kennismaking begon de (werk)dag goed met een lunch onderweg. Van Bunbury is het namelijk nog een uur rijden naar het Hidden Grove Retreat. Een erg luxe complex met slechts 3 chalets maar wel van alle gemakken voorzien inclusief een eigen hot-tub voor elk chalet. Daarnaast hebben ze nog een olijfboomgaard, maar daar hoeven we niets aan te doen. Naast de chalets biedt men vele extra’s aan zoals diverse ontbijtpakketen, bbq-pakket, kaasplank, ploughmans platter, massages (nee die hoeven we niet zelf te doen) en nog veel meer wat je kunt bedenken voor luxe en romantische uitjes. Behalve het in en uitcheken nog wel wat extra werk dus maar het is allemaal redelijk goed georganiseerd. De chalets zijn erg luxe ingericht en uitgevoerd en er zijn uitgebreide sportfaciliteieten zoals een jeu de boules baan, badminton, tennisbaan, buiten schaakspel en fietsen in bruikleen. Daarnaast zijn er diverse wandelpaden over het complex waar o.a. 500 jaar oude bomen te bewonderen zijn. Er is geen verbinding met mobiele telefoons dus men kan hier echt uitrusten. Nou ja de gasten dan, wij  moeten natuurlijk werken. Het complex is zo groot dat je met de auto de post moet gaan ophalen bij de brievenbus. Wat wel handig is, dat als je post wilt versturen je deze gewoon in je brievenbus klaarlegt, een rood vlaggetje er op en dan neemt de postbode het weer mee. Erg handig! 

Naast de genoemde werkzaamheden kregen we al snel te maken met een waterlekkage. Er borrelde water op uit de grond en we kregen gelijk al weer een “flashback” want kort nadat we ons eigen complex hadden overgenomen hadden we ook te kampen met een waterlek. En omdat men hier volledig afhankelijk is van regenwater is water super schaars. Gelukkig was er een nummer van een vriend alhier beschikbaar die het zou kunnen oplossen. Deze man was er redelijk snel en het euvel was snel verholpen. Waarschijnlijk hadden de weergoden gehoord dat we zo afhankelijk waren van het regenwater want een paar dagen later begon het gedurende de nacht te regenen. Nou ja, zeg maar hosen! In een paar uur tijd was er ruim 100mm gevallen en omdat we hier een beetje in een dal zitten kwam het water van alle kanten aangestroomd. Het prive meer was dan ook in mum van tijd zo vol dat het al overstroomde evenals de regenwater tank (van 120.000 liter). Gelukkig konden we alles binnen drooghouden door hier en daar wat extra geultjes te trekken en de goten schoon te maken. Door de vele waterstromen waren er ook veel bladeren en takken meegekomen, het is nu eenmaal ook herfst hier. Gelukkig klaarde het weer in de middag op. De volgende dag moesten we boodschappen gaan doen in Bunbury, zo’n uur rijden hier vandaan. Toen we ongeveer halverwege waren belde een van de gasten op en gaf aan dat ze geen heet water hadden. Wij dus maar direct omgedraaid en een kijkje nemen. Het euvel was snel gevonden. De gasfles was leeg! Gelukkig heeft ieder huisje 2 gasflessen en na het omdraaien van de knop die de andere gasfles inschakelde hadden deze gasten weer warm water. Inmiddels 1.5 uur later dan onze eerste vertrek toch maar weer op pad. Toen we in Bunbury bij het eerste adres onze booschappen hadden gedaan deed het volgende probleem zich voor. De auto startte niet, accu leeg! Grrrrrrrr dat kon er ook nog wel bij. Omdat het vrij warm was hadden we de airco aangehad, mogelijk was dat de boosdoener, die hebben we later maar uitgelaten evenals de ventilatie en de radio. Gelukkig hadden we snel iemand gevonden met startkabels die bereid was om ons weer verder te helpen. Het verdere boodschappen doen evenals de terugreis verliep hierna voorspoedig.

donderdag 1 mei 2014

April 2014

Bruny Island is een klein eiland bij Tasmanie. Nou ja klein, 2x zo groot als Texel of 3x zo groot als Tilburg en totaal zo’n 620 (Texel 13.500, Tilburg 210.000) inwoners alhoewel dit van dag tot dag scheelt. Heel wat mensen wonen in Hobart en komen van donderdag tot zondag naar Bruny om van het weekend te genieten. Het eiland bestaat eigenlijk uit 2 gedeelten, het Noord en het Zuid eiland. Het noord eiland is nagenoeg onbewoond en hier wordt voornamelijk vee gehouden. De meeste “wegen” zijn er onverhard en het is er dus erg rustig. Het noordelijk eiland is via een smalle strook verbonden met het zuidelijk eiland, net iets breder dan de weg. Het is er vooral erg relaxed en een waar paradijs voor de liefhebber van lekker eten. Bijna alles wordt op het eiland geproduceerd; Zalm, forel, oesters, kaas, brood, lam, kip en ook nog wijn. Alles wat we hebben geprobeerd was heerlijk en vers. Op het zuidelijk eiland is ook de meest zuidelijke pub / hotel waar we natuurlijk een biertje hebben gedronken en gegeten. Wilanda had de grootste kip-parmagiana die ze ooit had gehad met hele malse kip en Johan nam de visschotel. Wilanda had een boek gelezen over het leven als vrouw van de vuurtorenwachter op het eiland dus we hebben ook de vuurtoren bezocht. Dit is de 3e vuurtoren die in Australie is gebouwd in het jaar 1838. Het leven in die tijd was niet makkelijk daar, in die tijd moest men elk uur de olie gaan bijvullen zodat de lamp bleef branden. Captain William Hawking was voor bijna 38 jaar (van 1877-1914) de vuurtorenwachter, wat overigens wel een uitzondering is de meeste deden dit maar voor 2-4 jaar. Hij wist toen hij weer in de “bewoonde wereld” kwam niet wat geld was, dit had hij nog nooit gebruikt. Ook wist hij niet hoe hij moest auto rijden! De vuurtoren is nu vervangen door een compleet automatisch systeem en vrijwilligers vertellen wat over de vuurtoren en het leven hier en houden voornamelijk een oogje in het zeil. Iedereen kan zich aanmelden als vrijwilleger en dit kun je dan 2 maanden doen. Verder hebben we wat gewandeld langs het strand en bij een verlaten camping kwamen we plots oog in oog met een witte Walibi (klein soort kangaroe) die allen op Bruny Island voorkomen. Best uniek dus! Het geluk was met ons want 5 minuten later zagen we er nog een, heel apart! We hebben ook nog een boottocht gemaakt langs de kust zo zagen we heel wat grotten aan de zee, sommige gangen zijn wel 80m lang. Nadat we de rivier verlaten hadden was het “open oceaan” en waren er redelijk grote golven en direct werden de eerste mensen hier een beetje ziek. We zijn om een paar rotseilandjes gevaren waar zeeleeuwen lagen te luieren en zonnen. Sommigen waren nieuwsgierig en kwamen gelijk kijken maar anderen bleven lekker luieren. Een mooi gezicht, toch wel heel anders dan een dierentuin. We vonden ze groter en zeer zeker nog steviger dan in een dierentuin maar ja, de winter komt eraan en dan kun je hier maar beter een ‘extra’ jasje hebben. Met de tempratuur die we nu (herfst) hier hadden besloten wij spontaan dat Antartica niet tot onze reisplannen gaat behoren! Na vijf dagen hadden we het gezien en hebben we de ferry genomen terug naar het “grote” eiland Tasmanie. Deze keer hebben we Hobart links laten liggen en zijn via een rustige route via de historische dorpjes Oatlands, Ross en Campbell Town, naar de oostkust gereden met als doel het Freycinet NP. Voor de 1e nacht vonden we een mooie campsite, direct aan het strand bij de zogenaamde “Friendly Beaches” in het NP. Helaas ging het gedurende de nacht regenen en dit bleef ook de volgende dag aanhouden. We zijn wel het NP ingereden maar hebben uistlsuitend twee korte wandelingen gedaan maar wel met mooie uitzichten. De wandeling naar Wineglass Bay hebben we vanwege de regen en 300 traptreden maar achterwege gelaten. De 2e nacht maar op dezelfde campsite verbleven, waar we nog steeds het rijk alleen hadden. De zon kwam door dus we hebben nog even lekker van het zonnetje kunnen genieten. Toen we buiten zaten kregen we nog bezoek van een Echidna (mierenegel) en konden we eens goed vandichtbij bekijken hoe die te werk gaan, klik hier voor het filmpje. Heel grappig en ook weer bijzonder. De volgende dag zijn we weer vertrokken via St Helens op weg naar Mt Willam NP. Onderweg hebben we nogmaals een wandeling door het regenwoud gedaan, deze was kort maar wel heel mooi met goede uitleg. Wel vonden we na afloop wat ongenode gasten op ons lichaam. Een paar bloedzuigers en eentje had flink zijn best gedaan en wat bloed van Johan afhandig gemaakt. De regio boven St Helens wordt door toeristen beduidend minder bezocht. Er zijn minder verharde wegen maar de kustlijn is zeker zo mooi dan wel mooier dan het bekende Freycinet NP. We hebben weer bijzonder mooie strandjes gezien met glashelder water en kwamen langs het “Blue Lake” een meer waar het water bijzonder blauw van kleur is. In het NP vonden weer een hele mooie campsite in de duinen bij Petal Point, wederom helemaal alleen. Petal Point is zo ongeveer de meest Noord-Oostelijke punt van Tasmanie. Hiermee hadden we ons rondje Tasmanie bijna afgerond en met de Pasen in aantocht besloten we om maar op zoek te gaan naar een locatie waar we een aantal nachten konden blijven staan. Pasen is voor Tasmaniers namelijk de laatste gelegenheid van het jaar om uit kamperen te gaan en met 2 lange weekenden achter elkaar en de schoolvakantie weer begonnen was er enige drukte te verwachten. Min of meer toevallig kwamen we terecht bij het VVV in George Town en die gaven ons een folder van een caravanpark en dit was echt supergoedkoop. Even een kijkje wezen nemen en het bleek dat het nog in aanleg was maar er was stroom en water en schone toiletten en hete douches, wat wil je nog meer. Ja hoor er was nog plaats voor de Pasen. Wij hebben dus direct geboekt en besloten om maar gelijk een week te blijven om een beetje bij te komen van het rondreizen. Het was superrustig en we hebben ons voornamelijk bezig gehouden met wandelen en geocachen. De zomer veranderd met Pasen altijd in winter in Tasmanie zegt men alhier. Nou 1e paasdag was voornamelijk regenachtig en de temperatuur was aanzienlijk gedaald en de nachten werden ook koud. We waren dus best blij met onze stroom en verwarming in de camper. Van hieruit zijn we langzaam aan vertrokken richting Devonport waar we vrijdag 25 april weer de ferry hebben genomen naar Melbourne. We hebben veel gezien, Tasmanie is erg mooi en super relaxed. De dag van aankomst hebben we eerst Melbourne weer doorkruist. Dit was deze keer iets eenvoudiger omdat het om zaterdagochtend om 6.30 uur nog niet zo druk is op de weg. We zijn naar een Aldi buiten de stad gereden, daar hebben ze altijd grote parkeerplaatsen hebben daar ontbeten (nee niet bij de Aldi maar in de camper) en vervolgens boodschappen gedaan. Toen we net weer op weg waren zagen we een bordje “boeren markt” een markt waar locale producten worden verkocht. Toch nog maar even kijken. Natuurlijk kwamen we weer met de nodige zaken terug naar de camper. Op de markt prijsde ook iemand de lokale Darebin Bowling Club aan, net naast de markt, en vervolgens zijn we daar maar gaan bowlen op een binnen bowlingbaan. Dit hadden we nog niet eerder meegemaakt. Het was een bijzondere ervaring met name doordat de bowlingbaan midden in de wielerbaan lag waar wielrenners aan het trainen waren inclusief een motor waar ze met zijn allen achter aan reden en een coach die stond te schreeuwen. Nou ja het stoorde ons niet en Wilanda helemaal niet, die ging er gewoon met de 1e prijs vandoor! Goed hoor! Op zondag hebben we de camper op een P&R terrein geparkeerd en zijn we met de trein de stad in geweest. Ook weer een bijzondere ervaring. Kaartjes kun je niet meer kopen. Je moet een pas kopen en daar geld opstorten en daar reis je dan mee. In Perth hebben ze dit ook maar kun je ook nog gewoon losse kaartjes kopen. In Melbourne werd namelijk (gewoon op zondag) Koningsdag gevierd met Nederlandse activiteiten en vooral veel eten. De rij voor de kroketten was superlang en gingen met tientallen tegelijk over de toonbank. Er waren ook nog frikandellen, poffertjes, oliebollen, stroopwafels, haring, paling, erwtensoep en zelfs oranje-tompouce. Nee, we konden het niet allemaal op. Daarnaast waren er nog een aantal standjes met oude Nederlandse prullaria, een draaiorgel en zelfs klompendansen zie: https://www.youtube.com/watch?v=-PaEdQ_GGiE . Al met al leuk om eens mee te maken. De dag er na hebben we Shannons bezocht. Dit is een veilinghuis voor met name klassieke auto’s en volgende week is de veiling maar er was nu al open dag. We waren verbaasd, zoveel mooie klassiekers het leek wel een museum en dat zonder entree te hoeven te betalen! Er zaten hele mooie maar ook erg aparte auto’s bij. Vinden we hier ook onze toekomstige auto? Via internet hadden we tevens een oproep gezien voor “housesitters” in Melbourne. Omdat we toch nog even tijd hadden en de weersverwachtingen wat minder zijn hebben we hierop gereageerd en zijn we vanaf 29 april aan het oppassen op een huis en een hondje. Twee maal per dag eten geven en uitlaten en de rest gewoon niets doen. Wilanda tijd om te puzzelen en weer appelflappen te maken en Johan weer tijd om de administratie op orde te brengen en de keuring voor de motorhome te organiseren. Deze is namelijk in Queensland geregistreerd en daar moeten ze elk jaar gekeurd worden. We zijn nu echter in Victoria en dan moet je weer eerst toestemming vragen om het daar te mogen doen. Toch maar overschrijven straks naar West-Australie, daar is namelijk geen jaarlijkse keuring vereist!
Klik hier voor de foto's van april 2014

woensdag 2 april 2014

Maart 2014

Aangekomen in Queenstown gingen we eerst even op zoek naar de lokale VVV. De man die ons te woord stond was echter niet van plan om van zijn stoel te komen en zijn boek los te laten. We vroegen naar wat informatie en hij zei zoiets van “er zijn hier ongeveer 20 kamers vol informatie”. We vroegen vervolgens maar naar de stoomtrein en zijn antwoord was “ hier 200m verder is het informatie kantoor van de stoomtrein”. Daar konden we het dus mee doen, nog niet eerder meegemaakt! Het kantoor van de stoomtrein was echter al gesloten dus zijn we daar de volgende dag maar geweest. De trein vertrekt al om 9.00 uur dus te laat voor die dag maar wel gelijk geboekt voor de volgende dag. Deze dag hebben we verder doorgebracht door wat toeristische routes te rijden en wat uitzichtpunten te bekijken. De omgeving is in het verleden helemaal gestript vanwege de goud en koperwinning maar men is 10 jaar geleden begonnen met opnieuw aanplanten van de kale rotsen. Hele stukken zien er nu al groen uit maar ook zijn hele stukken nog kaal. Er moeten heel wat goud en koper mijnen in de omgeving geweest zijn en via Geocaching kwamen we terecht bij een oude goudmijn. Je moest wel een stukje naar boven klimmen en de ingang van de tunnel en spoorlijntje was nog duidelijk zichtbaar. De tunnel was donker en nat dus Johan is niet verder gelopen. De cache was snel gevonden maar helaas geen goud! De volgende dag zijn we dus met de stoomtrein door het regenwoud gereden. De trein Mt. Lyell no. 3, ook wel genaamd Abt no 3 is gebouwd in 1898 in Glasgow en werd oorsponkelijk gestookt met kolen maar is later omgebouwd zodat deze op afgewerkte olie kon stoken. De naam Abt wordt gebruikt omdat de locomotief is voorzien van het Systeem Abt. Dit is een systeem voor tandradspoorwegen, ontwikkeld door de Zwitserse ingenieur Roman Abt. Dit is noodzakelijk vanwege de stijle helling (20%) die men op en af moet. Voor meer informatie zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/System_Abt . Het spoorweg traject is niet zo heel lang maar onderweg moet diverse malen worden gestopt om water bij te vullen voor de stoommachine. Er is namelijk 3000 liter water nodig om een heuvel van 6km te beklimmen. Bij deze stops kun je de trein even uit om wat rond te lopen en bij een stop was een bak geplaatst waar je “goud kon pannen”. Een dame uit het gezelschap vond zowaar een flintertje goud! Bij het eindpunt (of beter gezegd halverwege maar de trein gaat momenteel niet verder) moet de locomotief met de hand worden gedraaid. De locomotief wordt dan op een platform gereden en door de twee machinisten met de hand omgedraaid. Het was al met al een leuke belevenis. Van Queenstown zijn we vervolgens naar Strahan gereden. Dit via een hele bochtige weg dit komt doordat men destijds geen geld had om bruggen te bouwen en je rijd dus gewoon berg op en berg af met het nodige geslinger. Dat was goedkoper dan bruggen bouwen! In Strahan hebben we een tochtje op de rivier gemaakt, wederom door het regenwoud. Hier werden vroeger veel Huon Pine bomen gekapt. Dit hout is extreem duurzaam en daarvoor was het erg geschikt voor het bouwen van boten. Hier kregen we het heugelijk nieuws dat we weer oom en tante zijn geworden van een nichtje. Wat we hier met champie vierden, en de eerste foto’s van Faam waren superleuk!  De volgende plaats van bestemming was Sheffield. Hier was het jaarlijkse stoomfestival. Dit duurde maar lieftst 3 dagen en we konden hier op het festivalterrein de camper neerzetten. Normaal gesproken zou je zo’n festival 1 dag bezoeken maar er was zoveel te zien! Nog nooit zoveel werkende stoom machines, in alle soorten en maten, bij elkaar gezien. Daarnaast waren er nog vele andere dingen te zien. Het “crushen” van grote brokken steen, strooibalen maken met een ouderwetse strobalen pers die nog met de hand gevuld moest worden, graan dorsen, hout zagen en dat allemaal aangedreven door stoommachines. Er waren ook nog tractor-pull wedstrijden met antieke tractoren, model spoorbanen en zelfs een heuse steengroeve in miniatuur. Daarnaast vele marktkramen en natuurlijk de nodige eet en drinkgelegenheden met zelfs Hollandse poffertjes, die gingen er wel goed in! We hebben ons 3 dagen lang uitstekend vermaakt. Na afloop hebben we in Sheffield nog wat rond gekeken naar de verschillende “Murals”. Dit zijn muurschilderingen waar de geschiedenis van Sheffield in is uitgebeeld. Elk jaar met Pasen vind hier ook het “Mural Festival” plaats waar artiesten van heinde en verre naar toe komen om een gooi te doen naar de prijzen die er te winnen zijn. Van hieruit zijn we weer naar Devonport gereden en zo hebben we onze 2e noordwestelijke lus in Tasmanie afgerond. In Devonport hadden we een vakantiehuisje geboekt omdat (het truck-gedeelte van) de camper een servicebeurt moest hebben. Jaja, 60.000km al weer! Tevens waren we toe aan een viertal nieuwe banden dus we zijn goed voorbereid op wat mogelijk komen gaat: bergen, regen en wellicht zefs sneeuw! We zullen zien. Het vakantiehuisje bleek een compleet museum te zijn. Heel erg grappig en knus. De cottage is gebouwd in 1883 maar in 1990 compleet opgeknapt met behoud van veel authentieke elementen. Nadat de camper weer helemaal klaar was hebben we weer goed ingeslagen en hebben ons begeven naar Railton. Dit dorpje reed iedereen zo’n 10 jaar geleden meteen voorbij maar 2 buren waren begonnen met “Topiary”. Dit is een uitbeelding van iets met o.a. kippengaas wat men dan vervolgens laat begroeien met een soort haag en dit wordt vervolgens in model geknipt en gehouden. Dit werd ongeveer 5 jaar geleden op TV uitgezonden en sindsdien druppelden de toeristen binnen. Nu komen er dagelijks toeristen kijken naar de diverse kunstwerken. Om de toeristen te behouden hebben ze ook hier een gratis campeerplek ter beschikking gesteld voor mensen met een camper waar wij dan natuurlijk ook weer met plezier gebruik van hebben gemaakt. Het volgende evenement was wederom niet zo ver weg: Westbury. Dit plaatsje is ontstaan rond 1820 toen hier (ex) Ierse misdadigers en gepensioneerde Ierse soldaten gehuisvest werden. De Ierse soldaten kregen elk een stuk land van 20.000 m2 voorzien van een waterbron en een peerenboom. Er is nog steeds een grote populatie Ieren en Ierse afstammelingen en om deze reden wordt hier jaarlijks het Ierse Festival gehouden rond St. Patricksday. Een festival met veel Ierse dansen en muziek, natuurlijk waren wij van de partij! Van hieruit zijn we via een onbekende en dus niet toeristische route gereden tussen vele meren door. We zijn gestopt bij een zalm-kwekerij en rokerij en hebben daar de meest fantastische “warm-gerookte” zalm geproefd en gekocht natuurlijk! Er werd ook gin-seng gekweekt wat erg gezond schijnt te zijn maar dat is bij proeven gebleven. Onze volgende stop was Mt Field NP. Nadat we een paar dagen door niemandsland waren gereden kwamen we plotseling weer horden mensen tegen. We zochten een plaatsje op de camping van het NP. Normaal zijn deze vrij basic, maar hier had je zelfs stroom, water en warme douches. Je moest hier wel betalen voor al deze luxe maar we hadden hier geen spijt gezien het feit dat de temperatuur ’s-Nachts daalde tot slechts 2 graden dus we konden mooi de verwarming aan houden! De volgende ochtend zijn we eerst door het  “bos der giganten” gewandeld. Enorme bomen tot wel 80m hoog en sommige honderden jaren oud. De leeftijd van de bomen wordt hier gemeten via de hoogte van de boom. Ringen tellen is hier geen optie omdat deze bomen in sommige jaren, afhankelijk van het het verloop van de seizoenen, soms 2 ringen per jaar produceren in plaats van 1. Vervolgens hebben we de wandeling naar Russel Falls gemaakt. Volgens de beschrijving de mooiste waterval van Tasmanie. Nou het was zeker de moeite waard. Via wederom een niet alledaagse route zijn we, na 4 weken Tasmanie, in Hobart aanbeland. Daar hebben we allereerst de Cadbury fabriek bezocht waar overheerlijke chocola wordt gemaakt. Uiteraard mochten we niet de fabriek in maar er werd wel een goede uitleg gegeven van cacaoboon tot aan de pasta waar van de chocola wordt gemaakt en een film getoond. Uiteraard kwamen we daarna terecht in de winkel waar we eens goed konden zien hoeveel soorten Cadbury chocola er is en ook nog eens hoeveel andere merken daar worden gemaakt. De Australiers zijn dol op melk chocola en wij houden meer van puur wat in de winkels vaak lastig is te vinden. Hier was keus genoeg en verkocht men zelfs onze favoriete Toblerone puur. Bij navraag bleek dat de Toblerone wel in Zwitserland wordt gemaakt maar zowel Cadbury als Toblerone zijn eigendom van Kraft Foods dus vandaar dat men het hier ook verkoopt. Verder zijn we in Hobart naar de bekende Salamanca Markets geweest. Wellicht de grootste van Tasmanie, zoveel kramen en zoveel mensen! En zoveel verschillende soorten waren worden er aangeboden, het meest opmerkelijke toch: oliebollen! En ze smaakten uitstekend. Tevens zijn we bij MONA geweest: Museum of Old and New Arts. Een apart museum met oude en hele moderne kunst. Nou ja als je een auto tussen 2 muren kunst kunt noemen tenminste. Er waren erg leuke en aparte dingen maar bij sommige dachten we van: tja? Vanuit Hobart zijn we verder zuidwaarts gegaan richting de Huon. Dit is een grote rivier met veel mooie campeerplaatsen en leuke dorpjes. Deze route ook wel de “gourmet trail” genoemd vanwege de vele leuke en hele goede kleine restaurantjes. In het dorpje Huonville viel ons oog op het “specials” bord: Loempia’s met zalm en brie. Dat leek Wilanda wel wat dus wij naar binnen. Helaas zaten er naast genoemde ingredienten ook uien en paprika in dus helaas! Voor Wilanda werd iets gemaakt met champignons, wat erg lekker was, en Johan nam een goed gevulde Kreeftensoep. Erg lekker! Na Huonville werd het minder en minder druk, nou ja ook niet iedereen wil naar Cockle Creek, het meest zuidelijke puntje van Tasmanie / Australie. In mei vorig jaar zijn we met Mariette en Pim naar Steep Point geweest, het meest Westelijke punt. In Augustus waren wij op Cape York, het meest Noordelijke punt, in Oktober in Byron Bay het meest Oostelijke punt en nu, bijna 12 maanden later en 30.000km verder zijn we dan in Cockle Creek. Met de auto kun je alleen verder zuidelijk rijden in Nieuw Zeeland en Argentinie maar ja die bruggen zijn niet zo lang J. Na 2 dagen heerlijk camperen zijn we van de campsite naar het meest zuidelijk puntje gereden. Een wandelingetje gemaakt naar het “einde van de weg” en vervolgens was het de planning om weer verder te gaan richting Huonville. We hebben echter eerst nog even wat hulp verleend aan een ouder echtpaar want was uitgeweken voor een auto met boot er achter en in de greppel was beland. De klus was voor ons zo geklaard en we konden beiden weer op pad. Toen we bij de campsite langsreden zwaaiden onze buren uitbundig naar ons (waarschijnlijk blij dat we weg waren haha). Ruim 300 meter verder zagen we een andere campsite. Mooi grasveld, recht tegenover het strand en helemaal verlaten. Tja, toch nog maar een nachtje hier doorgebracht. Er zaten wel wat bijen maar er was ook een stookton dus we hebben een kampvuurtje gemaakt en hadden van de bijen geen last meer. De volgende dag zijn we echt vertrokken en zijn aan de Huon rivier gestopt in het plaatsje Franklin. Een campsite met een dumppoint en je kunt hier drinkwater opvullen, daar hebben we de nacht doorgebracht. Maandagochtend hebben we de was gedaan en in Huonville onze voorraad weer aangevuld en op weg naar de ferry. Nee, nog niet terug naar het vaste land maar naar Bruny Island, een eiland aan de zuid-oost kust van Tasmanie. De overtocht was slechts 15 minuten en we zijn inmiddels geinstalleerd op onze campsite. Volgende maand meer over Bruny Island.
Klik hier voor de foto's van maart 2014

vrijdag 28 februari 2014

Februari 2014

Zoals we vorige maand al schreven zijn we eerst The Grampians wezen bezoeken. Een (normaal gesproken) mooi groen en heuvelachtig gebied. Er hebben recent echter wat rampen plaats gevonden waardoor het er iets anders uitziet. Vier jaar geleden heeft hier een grote brand gewoed waardoor grote stukken nog steeds kaal en zwartgeblakerd zijn. Drie jaar geleden heeft het hier ontzettend veel geregend en is er een aardverschuiving geweest en in Januari dit jaar is een het noordelijke gedeelte door brand verwoest. Helaas was dus veel afgelsoten waardoor we niet zo heel veel konden zien. De 1e nacht hebben we op een “prive” camping aan een meer gestaan, prive omdat er niemand anders was. Door de hitte en de branden zijn veel toeristen weggebleven. De 2e nacht hebben we op een campsite gestaan in het Nationaal Park. Weer alleen omdat er geen schaduw was. Op deze campsite maakten we kennis met onze eerste heuze “bush-shower”. De douchehokje met een emmer aan een kabel en onderaan deze emmer is een douchekop gemonteerd. De emmer kun je vullen bij een kraan om de hoek met heus bronwater direct uit de bergen. Wel fris dus maar als je de emmer een paar uur in de zon hebt laten hangen dan wordt het vanzelf gloeiend heet. Hiervandaan zijn we doorgereden naar Halls Gap waar we vanwege de hitte maar een camping hebben opgezocht voor 3 nachten. Deze camping had een nederlandse eigenaresse (uit Oss notabene) en om die reden kregen we “Dutch Discount”, een speciale korting alleen voor nederlanders. Na deze dagen, vooral binnen blijven in de airco, zijn we rondgereden door de Grampians voor zover dat mogelijk was en hebben een tweetal wandelingen gemaakt. Van hieruit zijn we doorgereden naar “Old Dadswell Town”, een heel grappig vakantiepark met verschillende huisjes allemaal met een eigen thema. Zo is er o.a. een bakker en kapper en zowel binnen als buiten geheel in stijl. Dit is allemaal door de eigenaren Max en Jenny zelf zo opgezet. Daarnaast hebben ze nog een grote collectie oude auto’s en allerlei ander snuisterijen. Max en Jenny hebben we ontmoet bij ons (voormalige) vakantiepark in Denham in 2010. Ze hebben toen een aantal nachten een van onze huisjes gehuurd en zij hebben toen over hun park verteld en een brochure gegeven. Die hebben we goed bewaard en gezegd dat we wel eens langs zouden komen en daar waren we dus! We hebben een kleine rondleiding gehad en vervolgens konden we op eigen gelegenheid een en ander bekijken. Erg leuk! Vervolgens zijn we wat verder naar het noorden gereden en kwamen zo terecht in het dorpje Donald. Aparte naam maar erg leuk dorp. We hebben wat door het dorpje rondgelopen en wat caches gezocht. Vervolgens weer op pad en toen we Donald bijna uit waren viel ons oog op een bord “Koekjesfabriek” en “verse koekjes te koop”. Hier moesten we natuurlijk even gaan kijken. De dame die ons te woord stond vertelde een en ander over de fabriek en natuurlijk konden we proeven. Nou eerlijk is eerlijk, zulke lekkere koekjes hebben we lang niet gegeten! Vers en met veel jam ertussen. Dus gelijk maar even goed ingeslagen. De dame was tevens een soort VVV kantoor want ze vertelde uitgebreid over van alles wat we nog niet hadden gezien en dat er vanavond Bingo was bij de golfclub. We gaven aan dat we nog niet wisten waar we zouden overnachten en toen zei zij dat we gewoon in het park konden camperen, veilig en iedereen doet het. We zijn dus nog maar wat zaken wezen bekijken die zij had aangegeven, nog wat meer caches gedaan en en gekampeerd in het park. En uiteraard naar de Bingo geweest. Er werden 2 x 15 ronden en 2 jackpots gespeeld (allemaal alleen volle kaart) in een razend tempo. Het begon om 8 uur en om 10 uur stonden we weer buiten. Was ook wel weer eens leuk om mee te maken.
Na nog wat andere dorpjes bezocht te hebben in het noorden van de staat Victoria hebben we ons begeven naar het plaatsje Bright. Hier vond van 14 – 16 februari het “Adventure Travel Film festival” plaats. Een festival waar vele doorgewinterde reizigers hun films en foto’s vertonen of gewoon vertellen over hun ervaringen. Er waren o.a. mensen die met een kano de oceaan zijn overgstoken, met de motor door de woestijn, met 2 Trabantjes van Praag naar het zuidelijkste puntje van Afrika gereden en nog veel meer. Deze Trabantjes waren gekocht voor 250 euro per stuk, aangepast voor 2500 euro per stuk en vervolgens koste het hele gebeuren zo’n 25.000 euro. Ze hebben het gedaan omdat iedereen zei tegen hen “dat gaat je niet lukken”, maar ze wilden bewijzen dat het wel kon.
Vanuit Bright werd het tijd om richting Melbourne te gaan omdat we voor dinsdag avond de veerboot naar Tasmanie hebben geboekt. Maar alvorens aan boord te gaan zijn we eerst nog naar het Museum in Melbourne geweest. Een heel avontuur om Melbourne te doorkruisen met onze camper in die smalle straatjes, veel verkeer, trams en dan ook nog eens links voorsorteren om rechts af te slaan. Het Heekmanplein in ’s Hertogenbosch was er niets bij... Gelukkig stond er op de website van het museum dat er ruim voldoende parkeergelegenheid was. Tja, dat was er wel, maar in de parkeergarage onder het museum en daar passen wij met onze 3.30m hoogte dus niet in! Gelukkig konden we redelijk in de buurt nog een plaatsje vinden. De reden van het bezoek aan het museum was de expositie “The making of Bond”. Hier kun je zien hoe Bond films worden gemaakt en hoe je met de diverse trucs eigenlijk gewoon wordt genept. Natuurlijk wisten we dat al maar nu kon je in het echt zien hoe “simpel” de gagdgets er eigenlijk uitzien die in de film zo spectaculair lijken. Maar er waren ook diverse Bond autos, vele kostuums, horloges en zelfs een geheeld nagebouwd casino. Erg leuk en leerzaam om te zien. Helaas hadden we geen tijd meer voor de rest van het museum want het was ongeveer tijd om richting de boot te gaan maar niet nadat we de camper van binnen en buiten helemaal schoongemaakt hadden en het laatste fruit opgegeten hadden omdat de quarantaine in Tasmanie nog strenger is dan in Australie zelf. Vers fruit, groente en vis mag Tasmanie niet in. Zowel in Melbourne voor vertrek als in Devonport bij aankomst werd hier streng op gecontroleerd tot in de koelkast aan toe. Ook werd er voor vertrek nog tot 2 x toe binnen in de camper gekeken of we toch echt niemand meesmokkelden! De overtocht verliep gladjes. We kunnen ons overtochten naar Engeland en Ierland met de CAR-Rally herinneren waarbij we niet zo vast op onze benen stonden en ik geloof niet dat dat toen door de drank kwam toch? Bij aankomst in Tasmanie moesten we eerst door de quarantaine inspectie. Weer de vraag of we geen verse groenten, aardappelen fruit e.d. bij ons hadden. Na wederom de koelkast geinspecteerd te hebben mochten we verder rijden. Niet te ver, want op de 1e parkeerplaats, zo ongeveer tegenover de boot, zijn we gestopt voor ontbijt. We stonden helemaal vooraan op het autodek en moesten dus als eerste van boord dus tijd voor een ontbijt aan boord hadden we niet. Tevens moesten we bij het postkantoor onze post ophalen. Bij deze stop brak een bout af waar ons trapje mee vastzit dus moesten we eerst op zoek naar een reperateur. Deze was snel gevonden en een uurtje later meldden we ons aldaar. Nadat hij de zaak had bekeken en overleg gepleegd had met de camper bouwer gaf hij aan het de volgende dag te kunnen repareren. Gelukkig wist hij een mooie campeerplek voor ons dus we hebben de eerste dag in Tasmanie relaxed doorgebracht. De volgende ochtend de camper afgeleverd en aan het eind van de dag was deze klaar. Wij hebben ons vermaakt in het winkelcentrum met koffie drinken, lunchen en Wilanda kon ook nog eens geheel onverwacht een nieuwe spijkebroek op de kop tikken in de juiste lengte. We hebben wederom in de buurt gekampeerd en zijn de dag er na doorgereden naar Rocky Cape Tavern. Hier was een bijeenkomst van een lokale camperclub die het 15-jarig jubileum vierden en wij waren als bezoekers welkom. De dag werd voornamelijk doorgebracht met wat spelletjes. De zaterdag was er een soort verkleed partij, waarvan ons de bedoeling nog niet helemaal duidelijk is, en ’s-avonds een diner dansant. Op zondagmiddag was er ook een bandje genaamd “Dead wood”, een achttal muzikanten die voornamelijk parodien op bestaande nummers ten gehore brachten. Ze hadden ook een heel bijzonder instrument namelijk een bezemsteel met bierdopjes er aan die dienst deed als tamboerijn. Het was een grappig geheel vooral omdat het hele gebeuren buiten plaats vond. De volgende dag was het afscheid nemen en zijn we langs de kust verder naar het westen gereden. In het plaatsje Stanley ligt “The Nut” een soort pukkel van 150m hoog van gehard lava. Het wordt ook wel Lava Plug of Lava Neck genoemd. Castle Rock in Edinburg en Sigirya Rock op Sri Lanka zijn hier andere voorbeelden van. We zijn met de kabelbaan op en neer gegaan en hebben boven rondgewandeld met geweldige uitzichten. Van bovenaf kon je een campeerplaats zien waar de campers ienie mienie leken. Later hebben we daar gekampeerd. Bij het VVV hadden we even geinformeerd naar laatste nieuwtjes over de situatie van de “wegen”. Van een weg hadden we al vernomen dat deze dicht zou zijn en dit bleek inderdaad nog het geval maar ook een ander pad wat we wilden nemen was gesloten omdat er een nieuwe brug werd geplaatst. Een gedeelte konden we rijden zoals gepland we moesten echter wel iets meer “highway” nemen dan oorsponkelijk gepland. Een stukje omrijden waar wel sneller in tijd dus al met al geen verlies van tijd. Het verkeer in Tasmanie is een stuk rustiger dan in Australie en hoe verder je naar het westen gaat hoe minder verkeer. Op de uiterste westpuntje van Tasmanie, genaamd Cape Grim, staat een enorme “wind farm”. Er staan maar liefst 62 windmolens die energie opwekken. Je kunt er alleen komen via een georganiseerde tour maar op grote afstand kun je ze nog zien. Van deze westkust wordt gezegd dat het de schoonste lucht ter wereld is. De wind komt hier vrijwel altijd over water en aan de overkant van het water ligt Zuid Amerika op zo’n 17000km afstand. Het meest westelijke puntje van Tasmanie wat begaanbaar is met een auto ligt net ten zuiden van het plaatsje Arthur River en wordt ook wel “The Edge of the World” genoemd. Hiervandaan moesten we een stukje terug rijden naar het noorden omdat er wat wegen waren afgesloten danwel bruggen werden vervangen. Tijdens deze “omleiding” kwamen we uit bij de “Dismal Swamp”, zie http://dismalswamptasmania.com.au/about.php . Dit is een sinkhole, eigenlijk een gat in de grond doordat de onderlaag of onderlagen te zwak waren en dus gewoon ingestort zijn. Meestal staat hier water in maar in deze sinkhole was geen water (meer) maar er was een soort van regenwoud onstaan. Om daar te komen kon je via een heel stijl pad naar beneden of je kon via een “slide”. Zo’n buis die je in zwembaden ook veel ziet waar je door naar beneden glijdt. En dat wilden wij natuurlijk wel even proberen. Met beide benen in een zak, vasthouden aan de handels in de zak, helm op en gas! Nou dat laatste was zeker het geval want het ging echt “oerend hard”. Daarna beneden rondgewandeld, erg moor aangelegd en schitterende natuur. Ook kwamen er nog een paar nieuwsgierige Padi-Melons kijken. Dat zijn ook buideldieren net als kangaroes maar dan heel erg klein. Toen we weer boven waren hebben we even koffie gedronken met een reuzen-scone. We hebben de lunch maar over geslagen die dag. Vervolgens zijn we richting Queenstown gereden, het meest zuid-westelijk punt van Tasmanie wat te bereiken is via de weg. Onderweg zagen we een bordje staan met “Alpaca Farm” en we hadden er al vaker een paar alpacas zien staan dus we wilden ze wel eens van dichtbij bekijken en er wat meer van weten. Alpacas zijn makkelijk te houden. Ze breken niet los, zijn schoon en hebben daardoor geen ziektes zoals schapen hebben. Wel worden ze vaak samen met een kudde schapen in de wei gezet omdat Alpacas niet op de vlucht slaan voor vossen maar in de aanval gaan en de vos verjagen. Alpacas zijn overigens nog verre familie van de kameel en hun wol is heel zacht, helaas wel erg duur! Al met al interessant en leerzaam.
Klik hier voor de foto's