Milford Sound was
onze volgende bestemming. We hebben allereerst in Te Anau overnacht om de
volgende dag, niet al te vroeg, richting Milford Sound te gaan. De weg naar
Milford Sound is elke ochtend een drukte van jewelste vanwege de bussen die
allemaal mensen voor een dagtocht die kant opbrengen. Het advies was dus om na
half elf te vertrekken omdat de bussen de cruise van 11.00 en 13.00 uur
“bezitten”. Beetje uitslapen dus, nog wat boodschappen doen want in Milford
Sound zijn geen winkels en troffen aan de kassa een meisje genaamd Aster. We
moesten natuurlijk even weten of dit was genoemd naar de bloem en ze antwoordde
ons in het Nederlands dat dit het geval was. Ze was Nederlands, net alsnog een
aantal medewerkers inclusief de eigenaar! De weg naar Milford Sound was een
prachtige route met veel mooie uitkijkpunten, gelukkig zijn we bij de meeste
gestopt want op de terugweg kwam hier niets meer van maar hierover later meer. De
mooiste waren MIrror Lake en Falls Creek. We zijn eerst naar de plaats gegaan
in Milford Sound waar de cruises vertrekken. We hebben wat rondgekeken en
informatie verzameld en uiteindelijk een cruise geboekt voor de volgende dag om
9.00 uur. Dit ook weer vanwege de bussen die de volgende cruises nemen en dit
tijdstip is een stuk rustiger en je krijgt een gratis ontbijt. Daarna zijn we
een stukje teruggereden naar onze accommodatie, de Milford Sound Lodge.
Overnachten in de lodge is vrij prijzig maar er is ook een caravanpark, ook
niet goedkoop, maar wel de meest luxe die we hebben gezien. Een heel groot
gebouw met veel douches en toiletten en onbeperkt warm water, wat niet overal
het geval is. Ook een heel moderne keuken en een groot zit en lounge gedeelte.
Van alle gemakken voorzien dus. Nou ja, 1 ding schortte er een beetje aan: de
verlichting bij het toilet blok. Toen Wilanda ’s-Avonds voor het naar bed gaan
haar tanden had gepoetst kwam ze vanuit de felle verlichting binnen naar de
onverlichte buitenkant en miste vijf traptreden. Daar lag ze plotseling plat op
haar buik. Gelukkig was er iemand om haar overeind te helpen en die met haar
meeliep naar de motorhome. Wat schaafplekken op haar arm en een gevoelige knie
en enkel. Nou, dat gaat wel weer over dachten we. De volgende ochtend was het
behoorlijk pijnlijk en kon ze niet echt lopen. Maar omdat we de cruise hadden
geboekt zijn we naar de terminal gereden, Wilanda in een rolstoel gezet en in
de rolstoel op de boot. Kreeg ze nog een VIP service, als eerste de boot op en
zo ongeveer de beste plek op de boot. Het ontbijt ging er goed in en we troffen
het met het weer. Stralend blauwe lucht en aangekomen bij de Tasman Zee zei de
kapitein nog dat hij de zee nog nooit zo kalm had gezien hier. De cruise was
mooi een aantal watervallen, maar als het regent zijn er blijkbaar nog meer. Na
terugkeer van de cruise zijn we weer naar de lodge gereden en gevraagd of er
een dokter beschikbaar was. Ze hebben voor ons gebeld maar na een uur
adviseerden ze ons maar om terug te gaan naar Te Anau, want daar was een dokter
beschikbaar. Het leek wel of we thuis waren, wij hebben ook geen dokter en
moeten uren reizen om er een te bezoeken. Daar kwamen we om 2 uur aan en omdat
het zondag was had de dokter spreekuur om 5 uur. We waren als eerste aan de
beurt en Wilanda werd even onderzocht. Niets gebroken, alleen ‘wat’ kneuzingen
die pijnlijk waren maar gelukkig schreef hij pijnstillers en ontsteking remmers
voor. Die konden we gelijk ophalen bij de apotheek tesamen met een zalfje voor
de grote bulten die waarschijnlijk werden veroorzaakt door muskieten. Helaas,
de apotheek was gesloten vanwege de stroomstoring, dus wachten tot de volgende
dag. De dokter had gewaarschuwd dat het herstel wel 6-8 weken kon duren en dat
klopte wel. Door de pijnlijke voet hebben we onze planning enigszins aangepast
en wat minder wandelingen gedaan dan gepland. We hebben we de oversteek gemaakt
naar Stewart Island, een klein eiland onder het Zuid Eiland van NZ. Een
dagtocht met de ferry en vervolgens een bus tour over het eiland. Een eiland
waar de tijd nog even stil heeft gestaan maar wel leuk om gezien te hebben.
Daarna hebben we onze weg vervolgd via de minder toeristische Zuid-Oost kust
richting Dunedin. Dunedin is een echte studentenstad met een Schotse inslag. We
hebben hier een bezoek gebracht aan het Otago Settlers museum, waar we
eigenlijk tijd tekort kwamen. Er was zoveel te zien. Maar in de middag moesten
we op tijd klaar staan voor een treintocht “Taieri Gorge Railway”. Deze trein
gaat door een indrukwekkend landschap waar geen auto’s kunnen komen. Men is
begonnen met de aanleg van de spoorlijn in 1879 toen de “goldrush” begon. De spoorlijn
was gereed in 1921. Niet verwonderlijk want over een stuk van 200 meter deed
men maar liefst 3 jaar. Het was een mooie tocht over diverse knap
geconstrueerde bruggen en een gevarieerd landschap. De volgende dag hebben we
het Otago schiereiland verkend wat tegen Dunedin aanligt. Hier hebben we het
Royal Albatross Centre bezocht. Het centrum is gevestigd op een voormalig
militair fort waar men NZ zou verdedigen indien nodig tegen de Japanners in WO
II. De Albatross verblijft hier in een natuurlijke omgeving, alhoewel er een
hek is geplaatst om het centrum heen ter bescherming, Ook broeden hier
Albatrossen en we hadden het geluk net 3 kuikens te kunnen zien van vrij
dichtbij. Een volwassen Albatros weegt 9 kilo en heeft een wingspan van 3
meter. Wij hadden gekozen voor de combi tour met het oude fort inclusief een
fort met verborgen tunnels en een kanon wat ze kunnen laten verdwijnen. Dit
kanon staat op een hydraulisch onderstel en kan omhoog worden gepompt indien
nodig. Tijdens deze rondleiding kwamen we ook op een uitkijkpunt waar je nog
dichter bij de Albatros kan komen. Toen we daar aankwamen zat er zelfs een
tegen het raam aan (geblindeerd van buiten) dus we konden het nu echt goed
zien. Tot ieders verbazing, inclusief de toerleider, kwam er nog een tweede
bij. Wat een prachtig gezicht, zonde dat we weer verder moesten. Het was een
erg leerzame rondleiding echt de moeite waard. De weg vervolgde zich naar
Christchurch. Hier waren we 3 weken geleden weliswaar aangekomen maar hebben we
niets gezien omdat we direct Theo en Anja gingen opzoeken. Op weg naar
Christchurch zijn we nog in het erg leuke plaatsje Geraldine gestopt. Weliswaar
een toeristisch plaatsje, maar met normale prijzen! Er waren erg leuke
winkeltjes en een goede bakker, slager en kaasboetiek dus we hebben Geraldine
goed gesponsord. In Christchurch hebben we eerst het Antarctic Centre bezocht.
Een informatie centrum c.q. museum over Antarctica. Na de entree betaald te
hebben werden we eerst uitgenodigd voor de Hägglund Ride. Een
voertuig op rupsbanden zoals het daar ook gebruikt wordt. Het was echt hobbel
de bobbel, maar ongekend wat het allemaal kan. Na de rit was er tijd om de
Huskies te bekijken en daarna naar binnen. Er was veel te zien en te lezen over
het leven op Antarctica. Er was ook een simulator waar het koud was en waar de
Arctic wind aangezet kon worden waardoor de gevoels temperatuur naar -28 ging.
Erg koud, ondanks de beschermende kleding. Weer een nieuwe bijzonder ervaring
en erg informatief. Omdat we hier aardig wat tijd hadden doorgebracht bleven we
nog een nacht om de volgende dag Christchurch zelf te gaan verkennen. De
volgende ochtend regende het maar we besloten toch om maar de stad in te gaan
en het er op te wagen met de “hop on hop off bus”. De regen werd steeds heftiger
(overigens een van de weinige dagen met regen) en na 3 rondjes gereden te
hebben en nog geen parkeerplaats gevonden te hebben besloten we Chritschurch
maar te laten voor wat het was. Dan maar op zoek naar iets warmers en we hadden
iets gelezen over Maruia Hot Springs waar je kunt kamperen en waar ze
verschillende heet water baden en zelfs een sauna en stoombad hebben. Dat leek
ons wel wat. Omdat we in de bergen zaten waren we verstoken van nieuws en
terwijl we in een van de baden zaten hoorden we van een Amerikaans stel over
het vreselijk gebeuren wat zich in Christchurch had afgespeeld die middag. Door
de regen hebben wij deze ellende gelukkig gemist. Toen we de volgende dag weer
internet bereik hadden waren en diverse lieve berichtjes van bezorgde mensen
die helemaal niets van ons hadden gehoord. Maruia Hot Springs is een echte
aanrader, je moet wel tegen de zwavellucht kunnen en van Sandflies houden 😊. Hierna hadden we ons rondje Zuid Eiland bijna
afgerond en gingen we op weg naar Nelson. Hier wonen Anne & Bryan, de
voormalige eigenaren van Hidden Grove in Australie waar wij diverse malen als
relief managers hebben gefungeerd terwijl zij met vakantie waren. Het was
geweldig leuk elkaar weer te zien en ze hebben ons heel veel van Nelson en
omgeving laten zien. Natuurlijk hebben we gezamenlijk ook heerlijk gegeten en
gedronken. En voor ons wat het wel weer eens lekker om in een echt bed te
kunnen slapen. Na een aantal dagen hebben we weer afscheid van elkaar genomen
en zijn we via een toeristische route naar Havelock gereden waar we met de
Pelorus Mail Boat zijn meegegaan. In 2006 hebben we iets soortgelijks gedaan in
Sydney. De Pelorus Mail Boat bezorgt post en andere goederen bij de mensen en
bedrijven die aan het Queen Charlotte Sound. Op deze manier zagen we nog iets
meer dan bij Milford Sound en ook hoe de mensen zo afgelegen wonen. Sommige van
deze plaatsen zijn alleen per boot te bereiken en er is geen telefoon en
internet, anders dan via de satelliet, maar de mensen die hier wonen blijken
daar geen behoefte aan te hebben. Het was een lange dag, normaal ben je rond 4
uur terug maar wij waren pas over zessen weer terug doordat er een nieuwe
“postklant” was maar niemand echt wist waar die woonden. Terug in Havelock
hebben we, nou ja Johan dan, mosselen gegeten, wat moet je anders in de
“Mosselhoofdstad” van NZ. Deze keer mosselen in Thai Green Curry, heel anders
maar heel lekker. De volgende dag restte ons nog een kort ritje naar Picton
waar de ferry naar het Noord Eiland vertrekt en daarmee kwam een einde aan ons
reis op het Zuid Eiland.
Welkom op de weblog van Johan en Wilanda. Op deze weblog houden wij onze belevenissen Downunder bij.
zondag 26 mei 2019
zondag 19 mei 2019
Nieuw Zeeland - 1
Eindelijk
was de dag aangebroken voor het vertrek naar Nieuw Zeeland alwaar we Theo en
Anja weer eens zullen ontmoeten na al die jaren. Een hele reis voor hun, maar
ondanks het feit dat wij een stuk dichterbij wonen is het voor ons toch ook nog
een hele reis. Om 15.30 urr vertrokken we vanaf ons locale vliegveld vanwaar we
eerst naar Carnarvon vliegen, een vlucht van 30 minuten. Daar is een korte
tussenstop waarbij het vliegtuig wordt bijgetankt. Vervolgens vliegen we door
naar Perth een vlucht van ongeveer 2 uur. Hier moeten van de “Domestic”
terminal naar de Qantas terminal, een busrit van ongeveer 20 minuten! Met onze
baggage want die kon nog niet worden doorgelabeld. Vervolgens de bagage gedropt
en een wachttijd van 4 uur. De volgende
vlucht was naar Brisbane, een vlucht van 4.5 uur. Omdat er ook een tijdverschil
is met ons was het inmiddels rond de 6 uur in de ochtend. En nu moesten we
racen naar de international terminal, gelukkig zonder bagage deze keer. Toen we
aankwamen bij de gate was het boarden net begonnen. Vervolgens weer een vlucht
van 4 uur en weer tijdverschil. Bij aankomst in Christchurch was het inmiddels
13.30 dus geslapen hebben we niet veel die nacht. De douane in NZ verliep gelukkig
supersnel, we stonden ongeveer na 10 minuten buiten. Dat was wel even wennen,
19 graden terwijl we gisteren op het vliegtuig stapten bij 45 graden. De camper
opgehaald en boodschappen gedaan en een nabij caravanpark opgezocht. Op de
camping maar een pizza laten bezorgen en vroeg naar bed. De dag erna zijn we
naar Theo en Anja gegaan. Ondanks dat het “maar” 350km was naar Motueka was het
toch bijna een dag rijden, maar dit was voornamelijk vanwege de vele
wegwerkzaamheden, die we overigens nog veel zouden zien in NZ. Hele stukken
mochten we maar 30km per uur rijden en vaak stoppen omdat er maar 1 weghelft
beschikbaar was. Daar hebben ze wel een goed system voor het wachten. Ze laten
een klokje zien of een timer hoe lang de wachttijd is. Kun je de motor afzetten
of even koffie gaan drinken ….. Rond biertijd kwamen we aan bij Theo en Anja
die al een plekje naast hun hadden gereserveerd op de camping. Het was erg leuk
om elkaar weer te zien en we hebben flink bijgekletst. Uiteraard zijn we nog
wezen eten met zijn vieren en daarna op de camping nog even wat nagekletst en
nagedronken tot we vriendelijk tot stilte werden verzocht omdat we nogal
luidruchtig waren! Was dat ons al niets eens eerder overkomen? De volgende dag
hebben we een watertaxi genomen om een stukje het Abel Tasman NP in te gaan. Wij
zijn uitgestapt bij Bark Bay. Daar hebben we wat gewandeld en Theo nog
gezwommen. Na terugkeer eerst de inwendige mens maar weer versterkt.
De volgende ochtend moesten Theo en Anja weer vroeg op pad om de ferry naar het Noord Eiland te halen en zijn wij op pad gegaan om het Zuid eiland te gaan ontdekken. Allereerst zijn we via een scenic route naar Takaka gereden. Daar is een plaats waar je je eigen Zalm kunt vangen. Je betaalt per gewicht en zij maken de vis klaar zoals je wilt. Ook konden we daar gratis overnachten op de parkeerplaats. De volgende ochtend waren we klaar voor de zalm vangst! De eerste keer ingooien nog niets maar de 2e keer hoppa! Dat was wel erg snel dus nog maar een keer. En weer snel beet maar deze was een stukje groter dus moest er iets harder worden gewerkt! Maar binnen 10 minuten 2 stuks zalm. Het gemiddeld gewicht is 700gram maar deze 2 samen waren 2.8kg. Geen slechte vangst dus. We hebben deze laten roken en hebben er 3 keer van gegeten en het laatste stuk maar weggegeven. De volgende stop was Port Tarakohe. Daar is een NZCMA camping waar je voor $3 per person kunt kamperen. NZCMA is de Nieuw Zeelandse Motorhome club, waar je ook lid van kunt worden als je lid bent van de Australische club. Dit hebben we dus gedaan en veel voordeel van gehad. Nadat we de rest van de Noord West kust van het zuid eiland (Golden Bay) hebben verkend zijn we naar de westkust gegaan. Het doel was weer een club kampeerplaats maar deze was vol en via de club gids kwamen we bij een hotel uit waar je kon kamperen voor $5 per persoon. Overigens waren hier heel bijzondere urinoirs, zie foto. Van hieruit zijn we naar Karamea gereden waar we nog een voor ons nieuw fenomeen tegenkwamen: “Sharing Shed” letterlijk vertaald “een deelschuur”. Je kunt hier achterlaten wat je niet meer wilt of gebruikt en ruilen tegen iets anders. Goed idee! Daarna door naar het Oparara Basin in het Kahurangi NP. Een small grind weggetje, wat langzaam omhoog slingerde. Gelukkig niet teveel tegenliggers hier. Na een fikse wandeling door het regenwoud kwamen we aan bij de Oparara Arch en we hadden het rijk hier alleen. Indrukwekkend wat de natuur allemaal teweeg kan brengen. Daarna weer terug gereden naar Karamea waar we de nacht hebben doorgebracht. Vervolgens de westkust naar beneden afgezakt naar het plaatsje Westport wat ons was aanbevolen maar dit vonden wij veel te toeristisch. Wel waren er veel mooie plekken om even te stoppen en van het uitzicht te genieten, soms met een korte wandeling en andere wat langer. Erg bijzonder waren de “Pancake Rocks”, rotsen die lijken op een stapel pannekoeken. Bij het plaatske Hokitita was weer een motorhome camping waar we hebben overnacht. We hadden juist gehoord dat de weg naar het zuiden was afgesloten en dat we ongeveer 1000km moesten omrijden om bij de Franz Josef Glacier te komen, omdat de weg naar verwachting nog een week dicht zou zijn. Tijd voor een nieuw plan dus. Toen we echter naar de verkeersinformatie keken zagen we dat de weg de volgende dag vanaf 07.00 uur op elk heel uur voor 10 minuten open zou zijn om verkeer er door te laten. Dus we dachten dat proberen we maar, beter dan zover omrijden. We hadden dus geluk (een paar weken later is de omgeving weer getroffen door hevige regen en is er een hele brug door het water weggespoeld). Zonder al te veel moeite kwamen we aan in het plaatsje Franz Josef en je waant je onmiddelijk in Oostenrijk in een skidorpje. Sneeuw aan alle kanten om je heen en veel eettentjes en souvernierwinkels maar verder is het ook niet veel. Wij wilden graag naar de gletsjer en de makkelijkste manier is met de helicopter dus wij op zoek naar een vlucht. Het was die dag bewolkt en de man die ons te woord stond vroeg of we haast hadden want morgen zou het een perfecte zonnige dag zijn. Nou prima voor ons dus gelijk geboekt voor de volgende dag. Wonder boven wonder is het op de gletsjer maar een paar graden koeler dan beneden, we waren op de kou voorbereid dus dat viel alles mee. Als eerste geland op de Franz Josef Glacier en even rondgelopen. Toch best wel een bijzondere ervaring. Vervolgens over de Fox Glacier, Tasman Glacier en Mt Cook gevlogen en na zo’n 45 minuten stonden we weer op de grond. Tijd voor de lunch! De dag ervoor hadden we namelijk ergens wat gedronlen en daar stond een “Club Sandwich” op het menu, iets wat Wilanda erg lekker vindt maar niet meer heeft gegeten sinds ze op het gluten vrije diet is maar hier konden ze deze ook GF maken. Iets anders dan een GF hamburger door het brood maar simpel weg,weg te laten. Het smaakte haar erg goed, nou ja Johan ook dus! Hier kregen we ook te maken met wat koudere nachten, 4 graden, maar gelukkig werkte de kachel in de motorhome! De weg vervolgde zich naar Wanaka en Queenstown. In de ochtend warden we echter wakker met regen dus tijd wat dingen binnen te doen. Als eerste zijn we naar Puzzling World. Een grappige verzameling ……. . Daarna zijn we nog naar he tNationale Transport Museum geweest. Een bonte verzameling van auto’s, motoren, vliegtuigen, vrachtauto’s en een enorme collectie brandweerauto’s. In Wanaka hebben we ook nog “Possum Wol” gekocht, iets wat op het verlanglijstje van Wilanda stond. Dit is hele zachte en warme wol, (dit is een mix van Merino wol, met Possum wol, en zijde), maar zeker niet gratis ondanks het feit dat ze in NZ graag van de possums af willen. Omdat de Possum haren hol zijn moet het gemengd worden met andere wol en of zijde om het sterker te maken. In het nabij gelegen Arrowtown (super toeristisch, vergelijk maar met Heusden) zijn we nog naar de Chinese Settlement geweest. Hier kon je zien hoe de chinezen mid 1800 woonden en probeerden een bestaan op te bouwen. In Queenstown zijn we nog wezen kijken bij het bungee jumpen, maar het bleef bij kijken voor ons!
De volgende ochtend moesten Theo en Anja weer vroeg op pad om de ferry naar het Noord Eiland te halen en zijn wij op pad gegaan om het Zuid eiland te gaan ontdekken. Allereerst zijn we via een scenic route naar Takaka gereden. Daar is een plaats waar je je eigen Zalm kunt vangen. Je betaalt per gewicht en zij maken de vis klaar zoals je wilt. Ook konden we daar gratis overnachten op de parkeerplaats. De volgende ochtend waren we klaar voor de zalm vangst! De eerste keer ingooien nog niets maar de 2e keer hoppa! Dat was wel erg snel dus nog maar een keer. En weer snel beet maar deze was een stukje groter dus moest er iets harder worden gewerkt! Maar binnen 10 minuten 2 stuks zalm. Het gemiddeld gewicht is 700gram maar deze 2 samen waren 2.8kg. Geen slechte vangst dus. We hebben deze laten roken en hebben er 3 keer van gegeten en het laatste stuk maar weggegeven. De volgende stop was Port Tarakohe. Daar is een NZCMA camping waar je voor $3 per person kunt kamperen. NZCMA is de Nieuw Zeelandse Motorhome club, waar je ook lid van kunt worden als je lid bent van de Australische club. Dit hebben we dus gedaan en veel voordeel van gehad. Nadat we de rest van de Noord West kust van het zuid eiland (Golden Bay) hebben verkend zijn we naar de westkust gegaan. Het doel was weer een club kampeerplaats maar deze was vol en via de club gids kwamen we bij een hotel uit waar je kon kamperen voor $5 per persoon. Overigens waren hier heel bijzondere urinoirs, zie foto. Van hieruit zijn we naar Karamea gereden waar we nog een voor ons nieuw fenomeen tegenkwamen: “Sharing Shed” letterlijk vertaald “een deelschuur”. Je kunt hier achterlaten wat je niet meer wilt of gebruikt en ruilen tegen iets anders. Goed idee! Daarna door naar het Oparara Basin in het Kahurangi NP. Een small grind weggetje, wat langzaam omhoog slingerde. Gelukkig niet teveel tegenliggers hier. Na een fikse wandeling door het regenwoud kwamen we aan bij de Oparara Arch en we hadden het rijk hier alleen. Indrukwekkend wat de natuur allemaal teweeg kan brengen. Daarna weer terug gereden naar Karamea waar we de nacht hebben doorgebracht. Vervolgens de westkust naar beneden afgezakt naar het plaatsje Westport wat ons was aanbevolen maar dit vonden wij veel te toeristisch. Wel waren er veel mooie plekken om even te stoppen en van het uitzicht te genieten, soms met een korte wandeling en andere wat langer. Erg bijzonder waren de “Pancake Rocks”, rotsen die lijken op een stapel pannekoeken. Bij het plaatske Hokitita was weer een motorhome camping waar we hebben overnacht. We hadden juist gehoord dat de weg naar het zuiden was afgesloten en dat we ongeveer 1000km moesten omrijden om bij de Franz Josef Glacier te komen, omdat de weg naar verwachting nog een week dicht zou zijn. Tijd voor een nieuw plan dus. Toen we echter naar de verkeersinformatie keken zagen we dat de weg de volgende dag vanaf 07.00 uur op elk heel uur voor 10 minuten open zou zijn om verkeer er door te laten. Dus we dachten dat proberen we maar, beter dan zover omrijden. We hadden dus geluk (een paar weken later is de omgeving weer getroffen door hevige regen en is er een hele brug door het water weggespoeld). Zonder al te veel moeite kwamen we aan in het plaatsje Franz Josef en je waant je onmiddelijk in Oostenrijk in een skidorpje. Sneeuw aan alle kanten om je heen en veel eettentjes en souvernierwinkels maar verder is het ook niet veel. Wij wilden graag naar de gletsjer en de makkelijkste manier is met de helicopter dus wij op zoek naar een vlucht. Het was die dag bewolkt en de man die ons te woord stond vroeg of we haast hadden want morgen zou het een perfecte zonnige dag zijn. Nou prima voor ons dus gelijk geboekt voor de volgende dag. Wonder boven wonder is het op de gletsjer maar een paar graden koeler dan beneden, we waren op de kou voorbereid dus dat viel alles mee. Als eerste geland op de Franz Josef Glacier en even rondgelopen. Toch best wel een bijzondere ervaring. Vervolgens over de Fox Glacier, Tasman Glacier en Mt Cook gevlogen en na zo’n 45 minuten stonden we weer op de grond. Tijd voor de lunch! De dag ervoor hadden we namelijk ergens wat gedronlen en daar stond een “Club Sandwich” op het menu, iets wat Wilanda erg lekker vindt maar niet meer heeft gegeten sinds ze op het gluten vrije diet is maar hier konden ze deze ook GF maken. Iets anders dan een GF hamburger door het brood maar simpel weg,weg te laten. Het smaakte haar erg goed, nou ja Johan ook dus! Hier kregen we ook te maken met wat koudere nachten, 4 graden, maar gelukkig werkte de kachel in de motorhome! De weg vervolgde zich naar Wanaka en Queenstown. In de ochtend warden we echter wakker met regen dus tijd wat dingen binnen te doen. Als eerste zijn we naar Puzzling World. Een grappige verzameling ……. . Daarna zijn we nog naar he tNationale Transport Museum geweest. Een bonte verzameling van auto’s, motoren, vliegtuigen, vrachtauto’s en een enorme collectie brandweerauto’s. In Wanaka hebben we ook nog “Possum Wol” gekocht, iets wat op het verlanglijstje van Wilanda stond. Dit is hele zachte en warme wol, (dit is een mix van Merino wol, met Possum wol, en zijde), maar zeker niet gratis ondanks het feit dat ze in NZ graag van de possums af willen. Omdat de Possum haren hol zijn moet het gemengd worden met andere wol en of zijde om het sterker te maken. In het nabij gelegen Arrowtown (super toeristisch, vergelijk maar met Heusden) zijn we nog naar de Chinese Settlement geweest. Hier kon je zien hoe de chinezen mid 1800 woonden en probeerden een bestaan op te bouwen. In Queenstown zijn we nog wezen kijken bij het bungee jumpen, maar het bleef bij kijken voor ons!
Dubbelklik op de eerste foto voor commentaar en blader door.
Abonneren op:
Reacties (Atom)