Vanuit Kulin zijn
we via de Tin Horse Highway oostwaards gereden. Kulin heeft elk jaar in oktober
paardenraces en daarvoor plaatste men altijd zelf in elkaar gezette paarden van
ijzer langs de kant van de weg met de meest bijzondere vorm geving. Dit is
inmiddels uitgegroeid tot een groots gebeuren en de paarden blijven nu het hele
jaar staan. Via Geocaching hadden we weer een geweldig mooie campeerplaats
gevonden ten oosten van Lake King, toen we aankwamen zaten de kangaroes ons al
op te wachten. Ze waren niet bang uitgevallen en bleven gewoon zitten. Het was
weer een plaats op een rotsplateau met veel waterpoeltjes, we waren de enig
campeerders dus lekker rustig. Vandaar zijn we naar het zuiden afgezakt via
Ravensthorpe en Hopeton van waaruit we voor een groot gedeelte via de kustweg richting
Esperance zijn gereden. Hier hebben we ook 2 nachten gecampeerd, direct aan
zee. Van hieruit weer verder naar Esperance waar we weer een nacht op een echte
camping hebben gestaan. Dit ging echter niet zonder slag of stoot! Alvorens
Esperance binnen te rijden is een nog een toeristische route met vele mooi
uitkijkpunten. Een van die punten had een hele stijle afdaling. Nadat we van
het uitzicht hadden genoten wilden we weer verder naar Esperance via deze steile
helling, nu dus bergop waarts. We kwamen tot halverwege en toen protesteerde de
motor. Geen diesel! Nou ja, nog wel diesel, bijna een kwart tank, toch zeker 60
liter, maar niet genoeg om de stijle helling te nemen. We hebben nog geprobeerd
diesel over te hevelen uit ons kleine tankje voor de kachel maar de RAC (ANWB)
moest er aan te pas komen. Die was er in ieder geval snel met 20 liter diesel en
met deze extra diesel konden we weer op pad. Na in Esperance weer boodschappen
(en diesel J) te
hebben ingeslagen zijn we doorgereden naar Lucky Bay waar een hele mooi campeer
plaats is, ook direct aan zee, beheerd door DEC (natuurbescherming). Men zegt
dat je hier de witste stranden kunt vinden en dit lijkt ons wel te kloppen. Ook
hier weer niet bang uitgevallen kangaroes, zelfs op het strand. Ondanks dat dit
de koude kant is van Australie hadden we erg mooi weer. Na 2 dagen zijn we via
Esperance naar de Goldfields gereden. De 400km weg heeft aan beide kanten van
de weg eigenlijk alleen maar mijnen, al of niet verlaten c.q. niet meer in
gebruik. Veel goud, maar ook koper, ijzer, nikkel en zelfs een paar zoutmijnen.
We zijn bij een paar verlaten mijnen wezen kijken. Bizar wat er allemaal nog
staat en te vinden is (Nee nog geen goud gevonden L maar oud-ijzer boeren zouden hier veel
kunnen ophalen) Bij sommige mijnen kun je zelfs het hele stratenplan van wat
ooit het dorpje is geweest nog zien. Ook staat er hier en daar nog wat tekst en
uitleg en zijn er diverse plaatsen waar diepe gaten in de grond zitten waar men
ooit erts door naar boven heeft gehaald. In Kalgoorlie hebben we een nacht in een vakantiehuisje overnacht, tot groot
plezier van Wilanda zelfs met bubbelbad. We hebben namelijk een nieuwe job; Het
anoniem uittesten van een huisje, controleren of alles schoon is en goed in
orde. Met onze ervaring van Oceanside weten we waar we op moeten letten. Nadat
alles is gecontroleerd stuur je een vragenlijst en verslag, al of niet met
foto’s, terug naar de opdrachtgever en je hebt weer een gratis overnachting te
pakken! Deze kun je (na aanmelding) zelf selecteren en als er een op onze route
komt, nou ja waarom niet! In Kalgoorlie hebben we een toer gemaakt naar de
“Superpit”. Dit is de grootste open goud-mijn op het zuidelijk halfrond. De
mijn is ongeveer 3.7 km lang, 1.55 km breed en 600m diep en wordt geheel
uitgegraven in een trechter vorm. Het gat is qua grootte vergelijkbaar met
220.000 olympische zwembaden. Op de huidige bodem komt continu grondwater vrij
wat wordt opgepomt en via 10 tankauto’s met een capaciteit van 120.000 literwordt
afgevoerd die het weer uitspreiden over de “mijnwegen” nou ja paden van afval
uit de mijn dit om de stof te verminderen. Het afval wordt grotendeels op grote
bergen gegooid zodat als het ware “mens gemaakte” bergen ontstaan. Hieroverheen
gooit men dan zand en vervolgens zaait men in men de oorspronkelijke
beplanting. Tijdens onze tour zijn we tot ongeveer 300m diepte afgedaald en het
was echt erg indrukwekkend allemaal. Daarnaast kregen we natuurlijk de nodige
uitleg. Het eerste goud is hier gevonden in 1893 en men verwacht met deze mijn
nog door te gaan tot 2021. Daarna zal men het gat vol laten lopen met water wat
vanuit de bodem omhoog komt en men verwacht dat het 50 jaar zal duren eer het
gat gevuld is! Per jaar haalt men ongeveer 22.000 kg goud naar boven. Dit wordt
omhoog gebracht door monstertrucks die per keer 240.000 kg erts naar boven
brengen. Per 7 trucks wint men goud ter grootte van een golfbal, ongeveer 500
gram. De rest is afval en wordt op grote hopen gestort ofwel mensgemaakte
bergen. Voornoemde trucks (40 stuks in totaal) kosten 4.4 miljoen dollar per
stuk, wegen leeg 166.000kg hebben een vermogen van 2300pk en een dieseltank van
3.790 liter. Een truck gaat gemiddeld 7 jaar mee en gebruikt dan ongeveer 8
milj. dollar aan diesel, 3 milj. dollar aan banden (40.000 per stuk!) en 2.5
milj. aan onderhoud (elke 20 dagen). De operatie gaat door 7 dagen per week, 24
uur per dag. Alleen bij hevig onweer wordt het werk stilgelegd. De superpit is
Australies grootste goudleverancier en de 10e van de wereld. Omdat
we nu alles van goud af zouden weten hebben we een metaaldetector gehuurd. De
bedoeling was voor een week maar deze was slechts 1 dag beschikbaar. Met deze
detector mochten we naar een stuk prive grond om ons geluk te beproeven. Na 4
stappen van de camper te zijn weggelopen sloeg de detecor flink uit, dus wij
hadden zoiets van: nu al? Na alles grondig te hebben doorgespit en beetje voor
beetje op de detector geplaatst te hebben bleek het loos alarm te zijn. Dit
gebeurde nog een paar keer die middag. We vonden echter alleen ijzerdraad en
blikjes. De volgende ochtend ook geen geluk. Het is zwaar werk met zo’n ding
rondsjouwen en hakken en breken. Wellicht was 1 dag toch voldoende? Vervolgens
hebben we weer boodschappen ingeslagen om weer een paar dagen “de bush” in te
gaan. Vorig jaar hadden we namelijk een tour rondom Kalgoorlie gezien: ”Golden Quest Discovery Trail” die je langs de
historische hoogtepunten van de Goldfields brengt. Na het doen van onze
boodschappen konden we onze ogen niet geloven. Stond er aan de andere kant van
de weg zomaar een “broertje” van onze camper. Hier moesten we natuurlijk het
fijne van weten. Het bleken Lars en Mona
te zijn die hun camper 2 jaar geleden hebben gekocht en vorig jaar die van ons
in aanbouw hebben gezien. Natuurlijk was er veel om over te praten en daarnaast
waren het ook nog eens (van oorsprong) Zweden
dus ook daarover konden we nog wat bijpraten. Na de late lunch konden we dus op
pad. Onder weg naar Coolgardie (de geboorteplaats
van het goudzoeken in Australie in 1892, ook wel genoemd: Golden City) zijn we
even gestopt bij Jack Carins Camp. Een “hutje op de hei” zullen we maar zeggen
maar de beste man heeft hier 30 jaar in zijn eentje gewoond op zoek naar goud.
In zijn ”voortuin” is inmiddels een grote mijncomplex gebouwd. Hij had eens
moeten weten! Coolgardie was echt belangrijk in die dagen want alle verdere
plaatsen rondom werden in eerste instantie benoemd als 25 mijl, 60 mijl en 90
mijl. Om aan te geven waar men was noemde men de plaats dus gewoon naar de
afstand vanaf Coorlgardie. Bedenk hierbij dat de meeste lopend moesten gaan van
de ene plaats naar de andere, met een (soms zelfgemaakte) kruiwagen met daarop al
hun bezittingen. Pas toen deze plaatsen een echte nederzetting werden kregen ze
een echte naam. Zo ontstonden de namen Siberia (niet omdat het zo koud was maar
bloedheet en geen water) en later ook Niagara. Hier bleek een overvloed aan water
te zijn. Zo konden wij nu dus ruim 100 jaar later in een paar uur van Siberia
naar Niagara rijden. Water was het grootse probleem in deze tijd, velen zijn in
de beginjaren omgekomen van de dorst. Niet alleen om te overleven maar ook voor
de goudwinning was water nodig. Om deze redenen is begin 1900 een pijpleiding van
600km aangelegd van Perth naar Kalgoorlie. Deze leiding is overigens nog steeds in
gebruik. Veel settlements / dorpen was
maar een kort leven beschoren. Sommige zoals Siberia en Goongarrie slechts een
paar jaar en andere dorpen zoals Kookynie van begin 1900 tot begin 60-er jaren
toen de mijnen in de regio sloten. Van de meeste plaatsen resteert niet veel
anders meer dan hier en daar een brok beton, veel oud ijzer en kapotte flessen
(zo kun je zien waar de drinkgelegenheden waren). Het meeste zoals golfplaten
en andere “bouwmaterialen” werd namelijk meegenomen hergebruikt en als jij het
niet meenam dan nam iemand anders het wel mee. Er zijn ook uitzonderingen! In
sommige plaatsjes zijn sommige huizen en hotels compleet gerestaureerd. In de
dorpjes Gwalia en Leonora woonden in de eerste helft van de 20e eeuw
meer dan 2000 mensen. Hij staat ook het zogenaamde Hoover House wat is gebouwd
door een van de voormalige managers van deze mijn, Herbert Hoover, de latere
president van de Verenigde Staten van 1929-1933. Toen de mijn in 1963
plotseling sloot hebben de meesten de omgeving verlaten en alles laten staan.
We zijn zowel bij de mijn geweest als bij de huisjes waar de mensen woonden.
Heel primitief. De huizen waren allemaal gebouwd van golfplaten, zowel wand als
dak. Deze werden aan de binnenkant voorzien van jute wat wit werd geschilderd,
ook de binnenwanden waren van jute. Zo bleef het koel binnen (nu nog!) De
meeste van deze huizen hadden een keuken/woonkamer en 1 slaapkamer. Sommige
hadden zelfs 2 slaapkamers. Sanitaire voorzieningen waren niet of nauwelijks
aanwezig. De vloer bestond uit straatklinkers, of een houten vloer gemaakt van
onderdelen van kratjes. Bij een zagen we zelfs een natuurstenen vloer! Meubels
maakte men zelf, wederom van kratjes en sommige hadden zelfs “lades” gemaakt
van benzineblikken welke aan 1 kant waren opengesneden. Onbegrijpelijk dat men
zo tot midden jaren 60 heeft geleefd. Sommige van deze huisjes worden overigens
nog bewoond maar zijn wel enigzins gemoderniseerd. De mijn in Gwalia is midden
jaren 80 weer geopend, evenals vele mijnen langs onze route. De reden dat deze
mijnen weer geopend zijn is een combinatie van factoren. De (explosief)
toegenomen prijzen van deze metalen en de efficientere manier van werken dan 50
jaar geleden. De mijnbouw in West Australie heeft Australie een welvarend land gemaakt.
Het had niet veel gescheeld of West Australie zou geen onderdeel gevormd hebben
van het huidige (commonwealth of) Australie omdat men niet voldoende zou kunnen
bijdragen aan de economie. Tenauwernood werd men door de “opkomst” van het goud
toegelaten. Iets wat vele West-Australiers op dit moment betreuren omdat men nu
veel meer bijdraagt dan de andere staten. Een beetje hetzelfde gevoel
waarschijnlijk als vele Europeanen momenteel hebben na de invoering van de
Euro, alsof de geschiedenis zich toch telkens weer herhaald!
Omdat we de laatste dag van onze reis door de “goldfields” nogwal wat regen hebben gehad was onze camper behoorlijk vies geworden en was het tijd voor een grote clean-up van binnen en buiten. We waren blijkbaar niet de enige want we moesten achter in de rij aansluiten en iedereen was bezig auto en caravan schoon te spuiten. We hadden natuurlijk weer het nodige bekijks! Van Kalgoorlie gingen we weer op pad naar Perth voor wat onderhoud aan de camper. Onze Australische-Nederlandse vrienden Henny en Harry waren zo vriendelijk ons onderdak aan te bieden omdat het niet allemaal op dezelfde dag gedaan kon worden. Er bleek zelfs nog een 2e nacht noodzakelijk te zijn! We werden erg in de watten gelegd door Henny en Harry. ’s-Avonds hebben we met zijn allen gekeken naar “The Voice” omdat de kleindochter (16 jaar) van Henny hieraan meedoet. Ze is al door de 1e (blinde) auditie heen en nu is het wachten op “The Battle”. Henny is natuurlijk apetrots en wie zou dat niet zijn! Vanaf Perth gaan we langzaam weer naar het noorden en onze volgende stop is Geraldton, deze keer voor een onderhoudsbeurt voor het truckgedeelte van de camper. En als we dan toch daar zijn stoppen gelijk nog even voor de controle bij de tandarts, en een bezoekje aan de kapper want die is in de bush niet te vinden.
Omdat we de laatste dag van onze reis door de “goldfields” nogwal wat regen hebben gehad was onze camper behoorlijk vies geworden en was het tijd voor een grote clean-up van binnen en buiten. We waren blijkbaar niet de enige want we moesten achter in de rij aansluiten en iedereen was bezig auto en caravan schoon te spuiten. We hadden natuurlijk weer het nodige bekijks! Van Kalgoorlie gingen we weer op pad naar Perth voor wat onderhoud aan de camper. Onze Australische-Nederlandse vrienden Henny en Harry waren zo vriendelijk ons onderdak aan te bieden omdat het niet allemaal op dezelfde dag gedaan kon worden. Er bleek zelfs nog een 2e nacht noodzakelijk te zijn! We werden erg in de watten gelegd door Henny en Harry. ’s-Avonds hebben we met zijn allen gekeken naar “The Voice” omdat de kleindochter (16 jaar) van Henny hieraan meedoet. Ze is al door de 1e (blinde) auditie heen en nu is het wachten op “The Battle”. Henny is natuurlijk apetrots en wie zou dat niet zijn! Vanaf Perth gaan we langzaam weer naar het noorden en onze volgende stop is Geraldton, deze keer voor een onderhoudsbeurt voor het truckgedeelte van de camper. En als we dan toch daar zijn stoppen gelijk nog even voor de controle bij de tandarts, en een bezoekje aan de kapper want die is in de bush niet te vinden.
1 opmerking:
Wat een belevenissen. Mooie foto,s.Goede reis verder, blijfjullie volgen. Dikke kus Dorothé.
Een reactie posten