Welkom op de weblog van Johan en Wilanda. Op deze weblog houden wij onze belevenissen Downunder bij.

woensdag 1 mei 2013

April 2013


Vanuit Kulin zijn we via de Tin Horse Highway oostwaards gereden. Kulin heeft elk jaar in oktober paardenraces en daarvoor plaatste men altijd zelf in elkaar gezette paarden van ijzer langs de kant van de weg met de meest bijzondere vorm geving. Dit is inmiddels uitgegroeid tot een groots gebeuren en de paarden blijven nu het hele jaar staan. Via Geocaching hadden we weer een geweldig mooie campeerplaats gevonden ten oosten van Lake King, toen we aankwamen zaten de kangaroes ons al op te wachten. Ze waren niet bang uitgevallen en bleven gewoon zitten. Het was weer een plaats op een rotsplateau met veel waterpoeltjes, we waren de enig campeerders dus lekker rustig. Vandaar zijn we naar het zuiden afgezakt via Ravensthorpe en Hopeton van waaruit we voor een groot gedeelte via de kustweg richting Esperance zijn gereden. Hier hebben we ook 2 nachten gecampeerd, direct aan zee. Van hieruit weer verder naar Esperance waar we weer een nacht op een echte camping hebben gestaan. Dit ging echter niet zonder slag of stoot! Alvorens Esperance binnen te rijden is een nog een toeristische route met vele mooi uitkijkpunten. Een van die punten had een hele stijle afdaling. Nadat we van het uitzicht hadden genoten wilden we weer verder naar Esperance via deze steile helling, nu dus bergop waarts. We kwamen tot halverwege en toen protesteerde de motor. Geen diesel! Nou ja, nog wel diesel, bijna een kwart tank, toch zeker 60 liter, maar niet genoeg om de stijle helling te nemen. We hebben nog geprobeerd diesel over te hevelen uit ons kleine tankje voor de kachel maar de RAC (ANWB) moest er aan te pas komen. Die was er in ieder geval snel met 20 liter diesel en met deze extra diesel konden we weer op pad. Na in Esperance weer boodschappen (en diesel J) te hebben ingeslagen zijn we doorgereden naar Lucky Bay waar een hele mooi campeer plaats is, ook direct aan zee, beheerd door DEC (natuurbescherming). Men zegt dat je hier de witste stranden kunt vinden en dit lijkt ons wel te kloppen. Ook hier weer niet bang uitgevallen kangaroes, zelfs op het strand. Ondanks dat dit de koude kant is van Australie hadden we erg mooi weer. Na 2 dagen zijn we via Esperance naar de Goldfields gereden. De 400km weg heeft aan beide kanten van de weg eigenlijk alleen maar mijnen, al of niet verlaten c.q. niet meer in gebruik. Veel goud, maar ook koper, ijzer, nikkel en zelfs een paar zoutmijnen. We zijn bij een paar verlaten mijnen wezen kijken. Bizar wat er allemaal nog staat en te vinden is (Nee nog geen goud gevonden L maar oud-ijzer boeren zouden hier veel kunnen ophalen) Bij sommige mijnen kun je zelfs het hele stratenplan van wat ooit het dorpje is geweest nog zien. Ook staat er hier en daar nog wat tekst en uitleg en zijn er diverse plaatsen waar diepe gaten in de grond zitten waar men ooit erts door naar boven heeft gehaald. In Kalgoorlie hebben we een nacht  in een vakantiehuisje overnacht, tot groot plezier van Wilanda zelfs met bubbelbad. We hebben namelijk een nieuwe job; Het anoniem uittesten van een huisje, controleren of alles schoon is en goed in orde. Met onze ervaring van Oceanside weten we waar we op moeten letten. Nadat alles is gecontroleerd stuur je een vragenlijst en verslag, al of niet met foto’s, terug naar de opdrachtgever en je hebt weer een gratis overnachting te pakken! Deze kun je (na aanmelding) zelf selecteren en als er een op onze route komt, nou ja waarom niet! In Kalgoorlie hebben we een toer gemaakt naar de “Superpit”. Dit is de grootste open goud-mijn op het zuidelijk halfrond. De mijn is ongeveer 3.7 km lang, 1.55 km breed en 600m diep en wordt geheel uitgegraven in een trechter vorm. Het gat is qua grootte vergelijkbaar met 220.000 olympische zwembaden. Op de huidige bodem komt continu grondwater vrij wat wordt opgepomt en via 10 tankauto’s met een capaciteit van 120.000 literwordt afgevoerd die het weer uitspreiden over de “mijnwegen” nou ja paden van afval uit de mijn dit om de stof te verminderen. Het afval wordt grotendeels op grote bergen gegooid zodat als het ware “mens gemaakte” bergen ontstaan. Hieroverheen gooit men dan zand en vervolgens zaait men in men de oorspronkelijke beplanting. Tijdens onze tour zijn we tot ongeveer 300m diepte afgedaald en het was echt erg indrukwekkend allemaal. Daarnaast kregen we natuurlijk de nodige uitleg. Het eerste goud is hier gevonden in 1893 en men verwacht met deze mijn nog door te gaan tot 2021. Daarna zal men het gat vol laten lopen met water wat vanuit de bodem omhoog komt en men verwacht dat het 50 jaar zal duren eer het gat gevuld is! Per jaar haalt men ongeveer 22.000 kg goud naar boven. Dit wordt omhoog gebracht door monstertrucks die per keer 240.000 kg erts naar boven brengen. Per 7 trucks wint men goud ter grootte van een golfbal, ongeveer 500 gram. De rest is afval en wordt op grote hopen gestort ofwel mensgemaakte bergen. Voornoemde trucks (40 stuks in totaal) kosten 4.4 miljoen dollar per stuk, wegen leeg 166.000kg hebben een vermogen van 2300pk en een dieseltank van 3.790 liter. Een truck gaat gemiddeld 7 jaar mee en gebruikt dan ongeveer 8 milj. dollar aan diesel, 3 milj. dollar aan banden (40.000 per stuk!) en 2.5 milj. aan onderhoud (elke 20 dagen). De operatie gaat door 7 dagen per week, 24 uur per dag. Alleen bij hevig onweer wordt het werk stilgelegd. De superpit is Australies grootste goudleverancier en de 10e van de wereld. Omdat we nu alles van goud af zouden weten hebben we een metaaldetector gehuurd. De bedoeling was voor een week maar deze was slechts 1 dag beschikbaar. Met deze detector mochten we naar een stuk prive grond om ons geluk te beproeven. Na 4 stappen van de camper te zijn weggelopen sloeg de detecor flink uit, dus wij hadden zoiets van: nu al? Na alles grondig te hebben doorgespit en beetje voor beetje op de detector geplaatst te hebben bleek het loos alarm te zijn. Dit gebeurde nog een paar keer die middag. We vonden echter alleen ijzerdraad en blikjes. De volgende ochtend ook geen geluk. Het is zwaar werk met zo’n ding rondsjouwen en hakken en breken. Wellicht was 1 dag toch voldoende? Vervolgens hebben we weer boodschappen ingeslagen om weer een paar dagen “de bush” in te gaan. Vorig jaar hadden we namelijk een tour rondom Kalgoorlie gezien:  ”Golden Quest Discovery Trail” die je langs de historische hoogtepunten van de Goldfields brengt. Na het doen van onze boodschappen konden we onze ogen niet geloven. Stond er aan de andere kant van de weg zomaar een “broertje” van onze camper. Hier moesten we natuurlijk het fijne van weten.  Het bleken Lars en Mona te zijn die hun camper 2 jaar geleden hebben gekocht en vorig jaar die van ons in aanbouw hebben gezien. Natuurlijk was er veel om over te praten en daarnaast waren het ook nog eens (van oorsprong)  Zweden dus ook daarover konden we nog wat bijpraten. Na de late lunch konden we dus op pad. Onder weg naar Coolgardie  (de geboorteplaats van het goudzoeken in Australie in 1892, ook wel genoemd: Golden City) zijn we even gestopt bij Jack Carins Camp. Een “hutje op de hei” zullen we maar zeggen maar de beste man heeft hier 30 jaar in zijn eentje gewoond op zoek naar goud. In zijn ”voortuin” is inmiddels een grote mijncomplex gebouwd. Hij had eens moeten weten! Coolgardie was echt belangrijk in die dagen want alle verdere plaatsen rondom werden in eerste instantie benoemd als 25 mijl, 60 mijl en 90 mijl. Om aan te geven waar men was noemde men de plaats dus gewoon naar de afstand vanaf Coorlgardie. Bedenk hierbij dat de meeste lopend moesten gaan van de ene plaats naar de andere, met een (soms zelfgemaakte) kruiwagen met daarop al hun bezittingen. Pas toen deze plaatsen een echte nederzetting werden kregen ze een echte naam. Zo ontstonden de namen Siberia (niet omdat het zo koud was maar bloedheet en geen water) en later ook Niagara. Hier bleek een overvloed aan water te zijn. Zo konden wij nu dus ruim 100 jaar later in een paar uur van Siberia naar Niagara rijden. Water was het grootse probleem in deze tijd, velen zijn in de beginjaren omgekomen van de dorst. Niet alleen om te overleven maar ook voor de goudwinning was water nodig. Om deze redenen is begin 1900 een pijpleiding van 600km aangelegd van Perth naar Kalgoorlie. Deze  leiding is overigens nog steeds in gebruik.  Veel settlements / dorpen was maar een kort leven beschoren. Sommige zoals Siberia en Goongarrie slechts een paar jaar en andere dorpen zoals Kookynie van begin 1900 tot begin 60-er jaren toen de mijnen in de regio sloten. Van de meeste plaatsen resteert niet veel anders meer dan hier en daar een brok beton, veel oud ijzer en kapotte flessen (zo kun je zien waar de drinkgelegenheden waren). Het meeste zoals golfplaten en andere “bouwmaterialen” werd namelijk meegenomen hergebruikt en als jij het niet meenam dan nam iemand anders het wel mee. Er zijn ook uitzonderingen! In sommige plaatsjes zijn sommige huizen en hotels compleet gerestaureerd. In de dorpjes Gwalia en Leonora woonden in de eerste helft van de 20e eeuw meer dan 2000 mensen. Hij staat ook het zogenaamde Hoover House wat is gebouwd door een van de voormalige managers van deze mijn, Herbert Hoover, de latere president van de Verenigde Staten van 1929-1933. Toen de mijn in 1963 plotseling sloot hebben de meesten de omgeving verlaten en alles laten staan. We zijn zowel bij de mijn geweest als bij de huisjes waar de mensen woonden. Heel primitief. De huizen waren allemaal gebouwd van golfplaten, zowel wand als dak. Deze werden aan de binnenkant voorzien van jute wat wit werd geschilderd, ook de binnenwanden waren van jute. Zo bleef het koel binnen (nu nog!) De meeste van deze huizen hadden een keuken/woonkamer en 1 slaapkamer. Sommige hadden zelfs 2 slaapkamers. Sanitaire voorzieningen waren niet of nauwelijks aanwezig. De vloer bestond uit straatklinkers, of een houten vloer gemaakt van onderdelen van kratjes. Bij een zagen we zelfs een natuurstenen vloer! Meubels maakte men zelf, wederom van kratjes en sommige hadden zelfs “lades” gemaakt van benzineblikken welke aan 1 kant waren opengesneden. Onbegrijpelijk dat men zo tot midden jaren 60 heeft geleefd. Sommige van deze huisjes worden overigens nog bewoond maar zijn wel enigzins gemoderniseerd. De mijn in Gwalia is midden jaren 80 weer geopend, evenals vele mijnen langs onze route. De reden dat deze mijnen weer geopend zijn is een combinatie van factoren. De (explosief) toegenomen prijzen van deze metalen en de efficientere manier van werken dan 50 jaar geleden. De mijnbouw in West Australie heeft Australie een welvarend land gemaakt. Het had niet veel gescheeld of West Australie zou geen onderdeel gevormd hebben van het huidige (commonwealth of) Australie omdat men niet voldoende zou kunnen bijdragen aan de economie. Tenauwernood werd men door de “opkomst” van het goud toegelaten. Iets wat vele West-Australiers op dit moment betreuren omdat men nu veel meer bijdraagt dan de andere staten. Een beetje hetzelfde gevoel waarschijnlijk als vele Europeanen momenteel hebben na de invoering van de Euro, alsof de geschiedenis zich toch telkens weer herhaald!
Omdat we de laatste dag van onze reis door de “goldfields” nogwal wat regen hebben gehad was onze camper behoorlijk vies geworden en was het tijd voor een grote clean-up van binnen en buiten. We waren blijkbaar niet de enige want we moesten achter in de rij aansluiten en iedereen was bezig auto en caravan schoon te spuiten. We hadden natuurlijk weer het nodige bekijks! Van Kalgoorlie gingen we weer op pad naar Perth voor wat onderhoud aan de camper. Onze Australische-Nederlandse vrienden Henny en Harry waren zo vriendelijk ons onderdak aan te bieden omdat het niet allemaal op dezelfde dag gedaan kon worden. Er bleek zelfs nog een 2e nacht noodzakelijk te zijn! We werden erg in de watten gelegd door Henny en Harry. ’s-Avonds hebben we met zijn allen gekeken naar “The Voice” omdat de kleindochter (16 jaar) van Henny hieraan meedoet. Ze is al door de 1e (blinde) auditie heen en nu is het wachten op “The Battle”. Henny is natuurlijk apetrots en wie zou dat niet zijn! Vanaf Perth gaan we langzaam weer naar het noorden en onze volgende stop is Geraldton, deze keer voor een onderhoudsbeurt voor het truckgedeelte van de camper. En als we dan toch daar zijn stoppen gelijk nog even voor de controle bij de tandarts, en een bezoekje aan de kapper want die is in de bush niet te vinden.